De Kanaaleilanden
Bekeken 2367
Reacties 0
Beoordeling 
27-03-2010
Een Engels ontbijt met croissants, mediterrane palmen en Engelse druilregens, Frans stijlgevoel en Britse humor: de Kanaaleilanden zijn een hutspot van Engelse en Franse elementen. Tegelijkertijd zijn de eilanden met niets te vergelijken – en zeker niet met elkaar.
Tekst Anne Wesseling
Praktisch
- Het toerismeseizoen is van april tot eind september. Mei en begin juni zijn heerlijk: alles staat in bloei.
- Op zaterdag vliegt er een charter vanaf Rotterdam, te boeken in combinatie met een pakketreis. Vliegtijd: 1 uur en 45 minuten. Vanuit het Franse Saint-Malo in drie uur met Condor Ferries (www.condorferries.co.uk).
- Vanaf Guernsey zijn dagtrips naar Sark (overtocht 45 minuten) en Herm (20 minuten) populair. Boottickets zijn te koop in de haven.
- Er zijn op de eilanden uitgebreide wandel- en fietsroutenetwerken (kaarten zijn verkrijgbaar bij de toerismediensten). Per auto: vergeet niet links te rijden en neem bij autohuur het kleinste model. Overigens is er een prima en betaalbaar busnetwerk (www.mybus.je en (www.buses.gg).
- Het betaalmiddel is het pond sterling. Guernsey en Jersey hebben daar hun eigen versies van (met dezelfde waarde) maar het Britse pond wordt overal geaccepteerd. Vanwege de gunstige koers ligt het prijspeil iets onder dat van Nederland. Een kop koffie kost omgerekend zo’n € 1,60, een restaurant voor twee zo’n € 55,-.
- Geheel in stijl met hun individualistische karakter hebben alle Kanaaleilanden hun eigen website: www.jersey.com, www.visitguernsey.com, www.sark.info, www.herm-island.com en www.visitalderney.com. Op www.visitbritain.nl staat Nederlandstalige informatie over de Kanaaleilanden.
|
Wandelen, fietsen, heerlijk eten, cultuur én geschiedenis: weinig bestemmingen op zo’n relatief kleine afstand (je vliegt er in een uur en drie kwartier naar toe) hebben zo veel verrassingen in petto als Jersey, Guernsey en de rest van de Kanaaleilanden. Toch zijn ze vooral bekend vanwege de hutspot van Engelse en Franse elementen en dat is terecht, want dat is wat de eilanden zo aantrekkelijk maakt.
Jersey ligt pakweg 20 km uit de Franse kust en de hele archipel maakte ooit deel uit van de gebieden van de hertog van Normandië, maar na een flink aantal historische verwikkelingen kwam er een constructie uit de bus waarin ze zelfstandig opereren binnen het Britse koninkrijk. Dus ze horen een beetje bij Engeland, maar toch ook weer niet, en om dat laatste te benadrukken hangen ze erg aan hun Franse wortels – Franse straatnamen worden wel weer uitgesproken met een sterk Engelse tongval, waardoor je continu het idee hebt dat je in een aflevering van ’Allo ’Allo! verzeild bent geraakt. Is dit de Rue de la Monnaie? Nee, de Rooh de la Móhnee.
Een ontbijt met croissants én een full English breakfast; mediterrane palmen en Britse regen (die altijd snel overwaait, gelukkig); een Frans stijlgevoel gepaard met de droge Britse humor; dat is wat de eilanden gemeen hebben, maar tegelijkertijd zijn vooral de kleine eilanden onderling zo verschillend als maar kan. Op het knusse en bloemrijke Herm (2,5 km bij 800 meter) spoelen om mysterieuze redenen de mooiste schelpjes aan. Op Sark is een vorm van zelfbestuur, en vervoer geschiedt met paard en wagen. Het kleinste eiland, Alderney, is alleen te bereiken met een geel lijnvliegtuigje dat zo’n koddig uiterlijk heeft dat er zelfs kinderboeken over zijn verschenen: Joey the Airplane.
Een kapel van wedgwood
Jersey en Guernsey gelden in dit verband trouwens als ‘grote’ eilanden, maar dat moet je in perspectief zien: een rondje Jersey op de fiets meet 65 km, en dan heb je echt alle uithoeken gehad. De zuidkust van Guernsey is 7 km lang. Toegegeven, het voetpad daar loopt over grillige rotsen, maar evengoed is het als wandeling prima te doen – zolang je wind mee hebt, dat wel.
Dit zijn eilanden om van te houden,
al ben je er maar een paar dagen
|
Al ronddwalend ontdek je de mooiste dingen. Een kapelletje dat is opgebouwd uit scherven wedgwood en ander servies; een Duits ondergronds hospitaal uit de Tweede Wereldoorlog; en eenmaal bij de kust: rotsformaties van roze graniet, verdedigingstorens uit diverse tijdperken, baaien en stranden; en tentjes waar ze koffie hebben voor omgerekend een euro. En overal, waar je maar komt, de gemoedelijke sfeer van een eiland. Altijd zijn de mensen in voor een praatje (‘je hebt toch geen haast?’), de maximumsnelheid is op veel plekken 35 km per uur (en iedereen houdt zich eraan) en langs de wegen staan tafels met groenten en fruit, met een spaarpotje ernaast, om het geld in te doen.
Britse beleefdheid
Met een huurauto stuit je trouwens ook op verrassingen, want vooral het zuiden van Guernsey is zo’n wirwar van heggen en eenbaansweggetjes (ruilverkaveling heeft hier nooit plaatsgevonden) dat het mogelijk is om in een gebied van een paar vierkante km te verdwalen. En dat vindt niemand hier vreemd. “Het is ook moeilijk, maar eigenlijk is het heel simpel... als je zo’n beetje die kant op gaat, en dan bij de T-splitsing rechtdoor, dan kom je er. Denk ik. Als je geluk hebt.”
Ja, en als je pech hebt sta je een kwartier later weer bij hetzelfde kerkje. Er was toch ergens een stoplicht. Maar waar?
Terwijl ik midden in het doolhof bij een tafeltje hedge veg sta te peinzen of ik moet kiezen voor frambozen of toch voor aardbeien (ik kan ze ook allebei nemen...), speelt zich achter mij een typisch eilandtafereel af: vier auto’s én een bestelbus komen elkaar tegen op een kruising van eenbaansweggetjes.
De toeristen kijken paniekerig, de eilanders manoeuvreren met hun gebruikelijke nonchalance en na een paar minuten schuiven is iedereen weer vrolijk op weg naar strand, hunebed, wandelpad of de verbouwing van la páytit máyzon. Er valt geen onvertogen woord.
Dat is nou typerend voor de Kanaaleilanden, bedenk ik tevreden als ik een uurtje later door de hoofdstad St. Peter Port wandel op weg naar familierestaurant Da Nello (vermaard om de goede internationale keuken zijn de eilanden óók nog!). Het is klein, je zit op elkaars lip, maar met de Britse beleefdheid is dat geen enkel probleem. Dit zijn eilanden om van te houden, al ben je er maar een paar dagen.
Bij terugkomst in de haven zit er alleen wel een parkeerbon op de voorruit van de huurauto. Want wij vinden zo’n Fiësta misschien heel compact – op de eilandschaal van Guernsey is hij groot. In elk geval véél te groot voor de speciale parkeerplaats voor small cars.