Nieuw-Zeelands Zuidereiland
Bekeken 1143
Reacties 0
Beoordeling 
22-04-2010
Helemaal aan de andere kant van de wereld ligt Nieuw-Zeeland. Verder kun je bijna niet. Maaike Wijnen, directeur van de Vereniging VvAA, en haar echtgenoot brachten een bezoek aan dit bijzondere land, dat uit drie eilanden bestaat. De reis ging naar alle eilanden, maar de woeste schoonheid van het Zuidereiland maakte de meeste indruk.
Tekst Maaike Wijnen en Sieb Nooteboom
Op een veerboot ter grootte van een oceaanstomer maken we de oversteek van Wellington op het Noordereiland via de open zee van Cook Strait naar de Marlborough Sounds op het Zuidereiland. Het regent en het is wat mistig, maar de bergachtige, groenbegroeide oevers van de Sounds (fjorden) zijn van een wilde romantische schoonheid waar Edgar Allen Poe best een griezelverhaal van had kunnen maken. Af en toe zie je een huis of hut op een berghelling; het lijkt een paradijs voor wereldschuwe mensen.
Het Zuidereiland is de grootste landmassa van Nieuw-Zeeland en wordt van het noorden naar het zuiden doorsneden door de Nieuw-Zeelandse Alpen. Het Zuidereiland is grotendeels leeg; van de 4,4 miljoen Nieuw-Zeelanders wonen er daar slechts 1 miljoen.
We zijn niet naar dit ver afgelegen deel van de wereld gekomen voor kunst en cultuur. Dan hadden we beter thuis kunnen blijven. Er is eigenlijk maar één reden om hiernaartoe te gaan, en dat is de overweldigende pracht van de natuur. Daar komt bij dat in Nieuw-Zeeland voor toeristen alles bijzonder goed en efficiënt geregeld is, bovendien zijn de Nieuw-Zeelanders altijd behulpzaam en lijken ze ook echt blij dat je er bent. Files kennen ze hier niet; buiten de bebouwde kom je meestal zelfs geen andere auto's tegen.
Vroeg spektakel
De Marlborough Sounds zijn eigenlijk verzonken rivierdalen, die in de laatste ijstijd zijn gevormd. Je kunt hier schitterende wandelingen maken van een of meer dagen, zoals over de beroemde groenbeboste en heuvelachtige Queen Charlotte Track met aan beide zijden een fjord. Natuurlijk kun je ook per boot door de fjorden, voor de liefhebbers zijn er dagtochten waarop de kans groot is dat je midden in een school speelse dolfijnen terechtkomt. Overnachtingsplekken zijn er ook in de Sounds, zoals het mooi gelegen Portage Resort aan de Kenepuru Sound, dat het makkelijkst bereikbaar is per boot. In de Sounds worden ook mooie wijnen gemaakt, die wij ons vanzelfsprekend goed hebben laten smaken.
We verlaten de Sounds en zakken af via de oostkust, waar we een eerste stop maken bij het schiereiland Kaikoura, bekend om de enorme aantallen walvissen, dolfijnen en zeevogels. We moeten vroeg op want voor de zeevogeltocht staat het vertrek om zes uur ’s ochtends gepland. Maar het is de moeite waard want de vele honderden zeevogels zorgen voor een waar spektakel. Vooral de reuzenalbatrossen maken een geweldige indruk. Met hun vier meter vleugelspanwijdte vliegen ze recht op je af om vervolgens in zee te landen.
Verder zuidelijk langs de oostkust, zo’n 80 km boven Dunedin, liggen de Moeraki Boulders: honderden merkwaardige bolvormige stenen van een halve tot wel twee meter doorsnee. Ze liggen verspreid op het strand, maar hun vorm heeft niets met de werking van het water te maken. Hoe ze wel aan hun vorm komen, is een raadsel. Iedere boulder is weer anders dan alle andere, vele met patronen waar een beeldend kunstenaar zich niet voor zou hoeven schamen.
Nog verder zuidelijk bezoeken we het merkwaardige Curio Bay met zijn versteende bos van meer dan 180 miljoen jaar oud. Hier leeft de zeldzame Yellow Eyed Penguin, de inheemse pinguïn van Nieuw-Zeeland, ook wel Hoiho genoemd. Slope Point, het zuidelijkste puntje van het eiland, is bekend om de vele door de Zuidwestenwind misvormde bomen.
Strijd tegen geïmporteerde rovers
Zo’n 30 km uit de kust naar het zuiden bevindt zich Nieuw-Zeelands derde eiland, Stewart Island. Er wonen zo’n 400 mensen, die vrijwel allemaal een Maorivoorouder hebben. Die afstamming geeft bijzondere rechten, zoals het uit het nest mogen halen van de jongen van de Muttonbird, een zeevogel waarvan het vlees naar lam smaakt en die als delicatesse wordt beschouwd.
De laatste volbloed Maori's zijn in 1942 bij een griepepidemie overleden. Zij hadden evolutionair geen weerstand tegen de griep omdat ze nooit vee hadden gehouden. Hun afstammelingen van gemengd bloed hebben die weerstand wel, en daar moeten we het nu mee doen. De inwoners van Stewart Island wonen bijna allemaal in één stadje, Oban, en allen zijn ze fanatieke natuurbeschermers. Daarbij staat de strijd tegen de geïmporteerde rovers van vogeleieren en -kuikens centraal, zoals ratten, fretten, hermelijnen, possums en verwilderde katten.
Nieuw-Zeeland kende tot de komst van de Maori’s geen zoogdieren (behalve vleermuizen). Verspreid over Nieuw-Zeeland zijn er in de afgelopen tientallen jaren daarom bird sanctuaries aangelegd, eilanden of afgesloten delen van het land waar met uitsterving bedreigde inheemse vogels zich ongestoord kunnen voortplanten. Wij bezoeken Ulva Island, een van de bekendste sanctuaries, een walhalla voor vogelliefhebbers omdat de vogels nooit hebben geleerd om bang te zijn.
Terug op het Zuidereiland rijden we via de westkant eerst naar Fiordland National Park. Dit park, met 1,2 miljoen hectare het grootste nationale park van het land, wordt ook wel de Walking Capital of the World genoemd! Vanwege de bijzondere geologie, flora en fauna staat het zelfs op de Werelderfgoedlijst van Unesco. In dit park ligt ook het mooiste fjord ter wereld, de Milford Sound. Omdat deze vakantie al genoeg in het teken staat van wandelen, beginnen we hier met een boottocht met overnachting. Vanaf de boot hebben we prachtig zicht op de besneeuwde bergtoppen en de duizenden watervallen die zich langs de steile bergwanden naar beneden storten.
Gletsjers en regenwouden
De Alpen van het Fiordland National Park bieden tal van wandelingen: kort en lang, met of zonder begeleiding. Wij kozen voor de Routeburn Track: een driedaagse bergwandeling onder begeleiding van gidsen en met twee overnachtingen in hooggelegen berghutten. In drie dagen leggen we 39 km af, wat toch wel tegenvalt door de stevige beklimmingen, maar het landschap, met steile bergen, rotswanden, meren, bergstromen, watervallen en een exotische bloemenpracht, vergoedt veel. We komen niet hoger dan zo'n 1300 meter, maar omdat de boomgrens hier laag ligt lijkt het veel hoger. Het licht in het Nieuw-Zeelandse hooggebergte is met niets te vergelijken, zelfs niet als het geheel of half bewolkt is.
Op relatief korte afstand treffen we in het Westland National park weer een totaal ander landschap. Dit park telt 60 gletsjers, waarvan Fox & Franz Josef de bekendste twee zijn. De Franz Josef, vernoemd naar de Oostenrijkse keizer, is de mooiste. Bijzonder is dat de gletsjers eindigen in het regenwoud. Je kunt zelf de ijsvlaktes op: onder begeleiding wandelen met stijgijzers of je laten droppen door een helikopter. Met een ijsklim op de Franz Josef zitten onze avonturen erop.
Onze laatste stop is Christchurch, want vandaar vliegen we weer terug. Maar om daar te komen, staat eerst nog een prachtige tocht op het programma – oost-westverbindingen zijn er niet veel in Nieuw Zeeland en onze route gaat dwars door de Alpen, met spectaculaire uitzichten en passen.
De universiteitsstad Christchurch is – met Auckland en Wellington op het Noordereiland – een van de weinige plekken in Nieuw-Zeeland waar je cultuur tot je kunt nemen. De stad heeft veel parken en tuinen, maar ook musea, een gloednieuw muziektheater, een kathedraal en langs de rivier de Avon een levendig uitgaansleven. Veel architectuur in het centrum doet Engels aan, Christchurch is dan ook gemodelleerd naar het Engelse Cambridge. En zo kunnen we na al het natuurgeweld van de afgelopen weken weer een beetje wennen aan de geciviliseerde wereld, en ons voorbereiden op ons vertrek naar huis.
Praktisch
- Tijdverschil met Nederland: 11 uur later.
- Nieuw-Zeeland kent een gematigd zeeklimaat. Het kan ’s zomers heel warm worden, maar in het voor- en najaar kan het ook behoorlijk fris zijn. Winterkleren zijn geen overbodige luxe. De zomervakantie loopt van half december t/m februari, en dat is tevens het meest toeristische seizoen.
- De Nieuw-Zeelandse dollar is op het moment van schrijven € 0,47 waard. Bijna alles, behalve de wijn, is de helft of een derde goedkoper dan in Nederland.
- Infrastructuur en openbare voorzieningen zijn in het algemeen uitstekend. Reken alleen niet op treinvervoer. Het wegennet is heel goed, en van files heeft men nog nooit gehoord.
- De Nieuw-Zeelandse keuken is goed en lekker, veel vlees (lam!) en verse vis, maar verwacht niet al te veel culinaire hoogstandjes. Het grote aanbod aan wijnen maakt veel goed.
Aanbevelingen
De reistijd naar Nieuw-Zeeland is ongeveer 22 uur vliegen. Het is aan te bevelen om de vlucht te onderbreken voor een stop van op z'n minst 12 uur met hotelkamer, bijvoorbeeld in Hongkong, Kuala Lumpur, Singapore of Hawaï op de heen- en terugweg.
Om rond te reizen in Nieuw-Zeeland kun je niet goed zonder auto. Omdat er veel bergen zijn is een behoorlijk motorvermogen aan te bevelen. Overigens zijn campers of kampeerauto's in verschillende formaten erg populair en talrijk. Meehuren van een gps-systeem heeft voordelen.
Wie met een auto reist en van het Noorder- naar het Zuidereiland gaat, kan het beste de auto op het ene eiland achterlaten en een tweede auto ophalen op het andere eiland.
Bijna overal zijn in Nieuw-Zeeland naast hotelkamers ook appartementen met keuken te huur. Dat is, met name op langere reizen, prettig omdat je dan wat meer privacy hebt.
Sommige uitstapjes, zoals de overnight cruise op de Milford Sound en een meerdaagse bergwandeling onder begeleiding, kunnen het beste ruim van tevoren besproken worden, om geen risico te lopen dat er geen plaats meer is.
Handig is om een mobiele telefoon mee te nemen die simlockvrij is gemaakt, en dan ter plekke een Nieuw-Zeelandse prepaid simkaart te kopen voor de lokale gesprekken.