PrivédomeinReizenReisverhalenOost-Algarve
Reisverhalen RSS Archief

Oost-Algarve 

Bekeken 1589
Reacties 2
Beoordeling 0 keer beoordeeld
28-08-2010

Wie bij Faro linksaf gaat, mijdt golfterreinen en een vlammende rotskust vol vakantievilla’s. Wat je wel krijgt in het oosten van de Algarve? Een waaier van wetland & waddenstranden, plus de Moorse erfenis in dorpen en steden die je het gevoel geeft dat de Oriënt hier nooit helemaal vertrokken is.

Tekst Jacques van der Linden

Als Hollander voel je je snel thuis in de Oost- of Zand-Algarve. Tussen Faro en de Rio Gilhão, de rivier die de grens met Spanje vormt, ligt een waaier van 270 vierkante kilometer wetland, eilanden en zoutpannen. Eb en vloed bepalen het ritme aan deze subtropische waddenkust.

Vanmiddag moet er vis op tafel en

met minder wordt geen genoegen genomen

 
Onze eerste stop is in Olhão. Zoals een mus past bij het Hollandse straatbeeld, zo is hier de ooievaar niet weg te denken. De markante vogels nestelen overal; niet alleen op kerktorens, maar ook in lichtmasten en bouwkranen. Ze vliegen hier letterlijk in een gespreid bedje. Vanaf de boulevard strekt zich de Rio Formosa uit, een kristalheldere lagune met zandbanken en eilanden. De ooievaars hoeven slechts tweemaal met hun vleugels te slaan en ze staan in een openluchtvisrestaurant. Snavel open en foerageren maar.

Vis en tegeltjeskunst in Olhão

Om tien uur ’s ochtends is het spitsuur in de vishal van Olhão. Tonijn, sardientjes, inktvis en schelpen liggen hoog opgetast in bakken. Ogen en handen keuren de verse aanvoer. Want vanmiddag moet er vis op tafel en met minder wordt geen genoegen genomen, in geen enkel restorante noch door mama in haar keuken in volkswijk Barreta.

Het web van straten en stegen in deze wijk lijkt een doolhof waar je blokjes om blijft lopen. Alle huizen zijn er even fotogeniek. Want waar zie je anno 2010 nog het bloemetjesbehang van oma in tegelvorm tegen de voorgevel, of spierwitte huizen die met een warmoranje of mintgroene lik verf zijn omlijst?

Na een lunch van tonijnsalade wordt het tijd om het water op te gaan. Voor een dagje zon en zee nemen we een van de veerboten die vanaf de havenkade op en neer pendelen naar de eilanden Armona en Culatra die aan zeezijde stranden hebben. Amper 20 minuten varen en we staan op Ilha da Armona. Het is een tochtje van niks, maar het maakt een wereld van verschil. Het eiland mag je gerust een tropische verrassing noemen: een goudgeel zandstrand waarop alle jongetjes zich een Ronaldo in de dop wanen en pal daarachter kleurige vakantiehuisjes en een paar barretjes.

Dos sèrvèèèèèèetsjaa’, vraag ik, met een lang en lijzig uitgesproken klinkerklank (daar heb ik, met hulp van een taalgidsje Portugees, lang op geoefend).

Armona maakt deel uit van het Parque Natural da Ria Formosa, het beschermde wetland voor de kust. Wie hier de duinen ingaat en naar de waddenkant loopt, maakt kans purperkoeten, kleine zilverreigers, flamingo’s of een enkele zwarte ibis te spotten.

Voor ons zit dat er niet in. Twee forse zwarte poedels staan kwispelstaartend op het strand. Hun Portugese bazin houdt ze een kluif voor. Als ze het bot in zee gooit, rennen de honden het water in en zwemmen behendig naar hun prooi. Als de vrouw mij ziet kijken, geeft ze tekst en uitleg. Ze vertelt dat dit waterhonden zijn die tussen hun voorpoten zwemvliezen hebben en vroeger met de vissers meegingen. Als er een school vissen opduikt, kunnen ze die zo snel achterna zwemmen dat die in paniek regelrecht de netten in zwemmen.

Zout en tonijn

Tavira is de mooiste onder de kustplaatsen aan de Zand-Algarve. Het is de stad van het zout en de tonijn. Zout was er, en is er nog altijd. Tweeduizend jaar geleden al wonnen de Romeinen er zout uit zeewater. Nu zijn het Roemeense en Oekraïense arbeiders die in bassins zout op bergjes schuiven alsof het sneeuw is.

Tonijn was de andere economische pijler van Tavira. Tonnen vis werden er met harpoenen uit zee gehaald. Totdat de tonijn in de jaren zestig van de vorige eeuw een andere migratiestroom koos. Dat was einde verhaal voor de vissersvloot.

Wat rest is een driesterrenstad met tientallen kerken, een trits handelspanden aan de kade van de Gilãorivier, een gave Romeinse boogbrug over de getijdenrivier en twee intieme terrassenpleinen. Als de zon zakt, komen muzikanten en straatartiesten tevoorschijn en lopen de terrassen op Praça de la Republica vol. Het is de dagelijkse gang voor koffie, cola, een tapbiertje of een ijsje. Daarna de brug over en dineren op de zuidoever van de rivier, tussen Britten, Fransen en Portugezen. De maan licht op, het wordt een viersterrenavond.

Mértola en de Moren

Achter de kust ligt een brede strook vruchtbaar heuvelland, waarna olijfbomen, kurkeiken en dennenbossen volgen. Daarna komt het droge niets. Kilometers achter elkaar. Op een bloedhete dag rijden we er doorheen, op weg naar de ziel van de Algarve. Zo komen we bij de oever van Rio Guadiana, de grensrivier. Aan de overkant ligt Spanje. Maar de rio oversteken, kan niet. Het heeft niet altijd geboterd tussen Portugal en zijn oosterbuur en van een brug is het nooit gekomen. Pas 70 km stroomopwaarts gaat er een weg de grens over.

Hier geurt het naar de Oriënt:

waterpijp, koriander en muntthee

 
Wij keren de rivier de rug toe, geven gas en sturen het binnenland in. Er volgt een autorit door niemandsland; in de wijde omtrek is er geen huis te bekennen. De digitale temperatuurmeter van onze huurauto piekt naar 38° C. Strogeel en gortdroog kleuren de grasheuvels; een eenzame boom trilt in de middaghitte. En dan is daar Mértola. De plaats die officieel net buiten de Algarve ligt, komt als manna uit de lucht vallen.

Mértola del Al-Andaluz torent vorstelijk op een heuvel aan de Rio Guadiana. In de hitte klauteren we door de steile straatjes de ommuurde stad binnen. Een oase. Hier geurt het naar de Oriënt: waterpijp, koriander en muntthee. Er is niet veel fantasie voor nodig je hier in de kashba van een Marokkaanse stad te wanen. De blinkend witte Igreja Matriz van Mértola was ooit een moskee en het Castelo Mouros herinnert nog aan de Moren. Steen voor steen is de plaats tijdens de Moorse heerschappij (8ste tot begin 13de eeuw) heuvelafwaarts gebouwd, tot aan de rivieroever.

Oh ja, vergeet niet voordat u terugrijdt naar de kust ‘Zicht op Mértola vanaf de Rivier’ te fotograferen. Deze ansichtkaartenplek ligt aan de noordkant van de plaats, net over de brug richting Serpa.

Ovenverse azulejo

De Algarve verlaten zonder een azulejo in je koffer is bijna onmogelijk. Overal langs de weg bevinden zich keramiekzaakjes die de mooiste tegels beloven. We moeten eraan geloven en stoppen voor de winkel annex atelier van José Neves aan weg 270, bij het gehucht Brotual. Pintor Helena zet juist verse lijnen voor een tegeltableau op. Het moeten de Zonnebloemen van Van Gogh worden.

“Dit is een bestelling voor een buitenlander”, zegt atelierhouder José. “Iedere klant kan zijn eigen tafereel uitkiezen.” Voor veertig euro, zie ik, heb je al een klein gekleurd vissersboten-op-het-strand tafereeltje.

“Kom wel aan het begin van je vakantie langs”, drukt José ons op het hart. “Dan kan ik de tegel nog bakken en krijg je na veertien dagen een ovenverse azulejo mee.”

 

 

Aanbevelingen

1. Parque Natural da Ria Formosa. Ga voor achtergronden en informatie naar het bezoekerscentrum, dat even ten oosten van Olhão ligt, tussen de spoorlijn en de lagune. Er is ook een natuurleerpad door de duinen en een getijdemolen. Vanaf het dak is er uitzicht over de lagune, waarin zilverreigers waden.

2. Fuzeta is een van de weinige kustplaatsen met een strand, direct aan de boulevard. Dit familiestrand ligt aan een brede riviermonding.

3. Castro Marim dankt zijn roem aan de ligging aan de monding van de Rio Guadiana en aan het zout. Castro heeft twee forten. Het oudste, Fort Castello (13de eeuw), heeft transen. De muren van fort San Sebastio (17de eeuw) zijn door de lokale stukadoors gladgestreken.

4. Martim Longo is een tweestratendorp op een hoogvlakte in het binnenland, waar de wind vrij spel heeft. Met de lage huizen aan twee brede stoffige straten en telefoondraden erboven doet het Mexicaans aan.

5. Faro is zeker een dagtrip waard. De ‘hoofdstad van de Algarve’ heeft een oude binnenstad met winkels in historische panden. Op het dak en op de toren van de Sé-kathedraal (entree € 3,-) klepperen ooievaars.

 

Praktisch

Goedkoopste vliegoptie naar Faro biedt Ryanair (vanaf vliegveld Weeze/Niederrhein, net over de grens bij Venlo), vanaf € 125,- p.p. all-in. Transavia vliegt vanaf Amsterdam en Rotterdam naar Faro vanaf € 212,- p.p. all-in.

Autohuur kan al vanaf € 180 voor een week bij www.eautohuur.nl.

Beste reistijd: april - mei (16 à 17° C) en september - oktober (ca. 20° C) zijn de beste reismaanden met gemiddeld 8 tot 9 zonuren per dag.

Prijspeil en keuken: vis, vis en nog eens vis, die niet ‘duur wordt betaald’. Atum (tonijn) en dourada (goudmakreel) staan op bijna elke menukaart. De Afrikaanse keuken proef je in het gerecht frango com piri-piri (scherp gekruide kip). Een maaltijd kost vanaf € 15,-, een biertje meestal € 1,50 en koffie € 2,-.

Toeristische info: www.visitportugal.com; www.algarve.startpagina.nl.

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties (2)

pruisman30-08-2010 | 09:31
De informatie over het grensgebied is zeker 20 jaar oud.
In Vila Real de S A is een pont over de Guardiana. Sinds 1992 is er een brug over de rivier. Dus veel gemist! Misschien niet de moeite genomen om er te kijken?
Jacques van der Linden30-08-2010 | 16:48
@pruisman - Als u het letterlijk neemt heeft u gelijk. Ook ik heb de brug bij Vila Real gezien. Alleen schrijf ik dat ik het achterland inrijd en pas ver vanaf de kust op de grensrivier Rio Guadiana stuit (voor de goede orde: dat is bij Alcoutim) en omdat we op zoek zijn naar de ziel van Algarve en noordwaarts rijden, vind je dan pas ten noorden van Mértola, de volgende brug over de rivier en de grens.

Met vriendelijke groet, Jacques van der Linden

Reageren?