Bekroonde verbouwing
Bekeken 2202
Reacties 0
Beoordeling 
30-04-2011
Wie Robert Pangalila (46, revalidatiearts bij Rijndam Revalidatiecentrum
in Rotterdam en onderzoeker aan het Erasmus MC), Gerard Jan van Leer
(49, architect, eigenaar architectenbureau di’t) en Friese stabij Sella (10)
Huis voormalige kaasboerderij in Rotterdam Kralingen
Bouwjaar oorspronkelijke huis ca. 1850, aanbouw 2009
Wonen hier sinds voorjaar 2010
Tekst: Monique Bowman | Fotografie: Ed van Rijswijk
“Gaat u ’t slopen?”, is de eerste vraag die een buurtbewoner in 2008 stelt aan Robert Pangalila en Gerard Jan van Leer, wanneer hij ze ziet staan voor ‘Hoeve Nooitgedacht’, een wat vervallen 19de-eeuws pand aan een van Rotterdams oudste wegen. De man kan gerust zijn; die plannen hebben ze niet. Integendeel. “Het was een van de huizen in de stad waarvan we zeiden, als dát ooit te koop komt, dan gaan we ervoor.”
Iets wat ze doen als het ’t hunne wordt. Achter de oud-Hollandse gevel gaat, na bijna anderhalf jaar van restaureren en verbouwen, nu een woning schuil die, zo legt Robert uit, eigenlijk uit drie delen bestaat. Het voorhuis is de oorspronkelijke boerderij, het tussenhuis is wat ooit de deel was, en het achterhuis bestaat uit een nieuwe, Scandinavisch ogende aanbouw met een opvallend houten open ‘geraamte’ rondom de gevels.
In de zitkamer in het voorhuis herinneren een monumentale open haard en een bedstee aan de ouderdom van dit deel van het huis. Robert vertelt dat ze tevoorschijn kwamen toen ze gipsplaten van een vorige bewoonster verwijderden. “Dat soort vondsten zijn echt onverwachte cadeautjes.”
Een trapje leidt naar de lager gelegen deel, waar zich de keuken en eethoek bevinden. Uit Gerard Jans toelichting wordt duidelijk dat het een megaklus moet zijn geweest. Hij vertelt dat er oorspronkelijk al een niveauverschil bestond tussen voorhuis en deel, maar dat de vloer is weggebroken en nu nog een halve meter dieper ligt. “De constructie die er ligt, kun je vergelijken met een soort omgekeerde zwembadbak.”
Wat meteen opvalt in de eetkeuken is het ‘onaffe’ stucwerk. Daardoor is het verleden van het huis letterlijk van de muren af te lezen. Robert wijst naar restanten van behang met ingeschilderde houtnerf, vermoedelijk uit het begin van de vorige eeuw.
Een ander opvallend element is de open trap naar een vide. En een schever dan scheef raamkozijn boven het aanrecht, dat illustreert hoe erg het huis in de loop der tijd is verzakt. Vanuit de deel komen we ten slotte in het nieuwe ‘achterhuis’, waar het architectenbureau van Gerard Jan is gehuisvest.
De bijzondere en originele wijze waarop Hoeve Nooitgedacht bewaard is gebleven voor de stad, is niet onopgemerkt gebleven. Robert vertelt trots dat Gerard Jan, hét creatieve brein achter de metamorfose, afgelopen najaar van het Rotterdams Historisch Genootschap Roterodamum het monumentenschildje uitgereikt heeft gekregen.