Ogen tekort
Bekeken 3515
Reacties 8
Beoordeling 
26-09-2009
Wie: Martin Smitt (75, gepensioneerd huisarts) en Meta Smitt-Smid (70)
Huis: vrijstaand huis (‘Doktershuis De Blauwhoef’) in Westbroek
Bouwjaar: 1888 (gemeentemonument)
Wonen hier sinds: 1967.
Meestal kunnen we ons vooraf wel een soort voorstelling maken van het huis dat we gaan bezoeken. Bijvoorbeeld omdat de bewoners al wat foto’s hebben gestuurd. Of omdat we een uitgebreide e-mail hebben ontvangen met daarin veel details.
Dat huisarts-in-ruste Martin Smitt zijn oude spreekkamer als goochelruimte gebruikt, weten we al wanneer we het monumentale hek van ‘Blauwhoef’ passeren. En in zijn mailtje aan de redactie had hij ook al geschreven dat hij zijn voormalige wachtkamer als een soort museum voor oude medische instrumenten heeft ingericht.
Van kelder tot zolder: elke vierkante meter is benut
|
Maar we zijn niet voorbereid op praktisch een heel húis als museum. Want de dokter die zich tot tien jaar geleden dagelijks bekommerde om de zieke inwoners van Westbroek en omgeving en minstens driehonderd dorpelingen op de wereld hielp, verzamelt graag. En véél. Hij heeft, zo ontdekken we al snel, een zeer brede belangstelling plus twee rechterhanden.
Eén stap over de drempel van het doktershuis waar Martin Smitt en zijn vrouw Meta al meer dan veertig jaar wonen, en we komen al snel ogen tekort. Niet alleen in de woon-, spreek- en wachtkamer, maar ook in andere vertrekken van dit statige witte huis, dat het echtpaar Smitt het eerste jaar huurde, en in 1968 van de gemeente kocht voor het nu ongelooflijk klinkende bedrag van 60 duizend gulden.
Van kelder tot zolder: elke vierkante meter is benut. Een rondleiding door het ‘huis voor de vroedheer’- zoals Blauwhoef heel vroeger werd genoemd – wordt een leerzame en zeer onderhoudende tocht; van de door het echtpaar Smitt onder de serre aangelegde sfeervolle wijnkelder met zijn tientallen jaren oude (port)wijnen, via de intrigerende goochelstudio (waar Martin Smitt camera’s heeft opgehangen om zijn trucs op te nemen en zo te perfectioneren), de museale wachtkamer en de studeerkamer (met onder andere zijn verzameling grammofoons en exotische muziekinstrumenten), naar de enorme knutselzolder.
En dan hebben we het pièce de résistance nog niet gehad: in het voormalige koetshuis blijkt een prachtig gerestaureerde, roodglimmende Triumph uit 1933 te staan. In een hoek van de enorme tuin die zich uitstrekt achter koetshuis en huis – het is moeilijk te geloven dat we hier onder de rook van Utrecht zitten – zien we een langwerpig stuk grond, helemaal bedekt met zeil. Het blijkt een door Martin Smitt zelf uitgegraven petanquebaan te zijn. Meta Smitt, lachend: “Tja, als mijn man iets in zijn hoofd heeft...”