"Misschien kunnen we er in deze tijd nog iets van leren"
Bekeken 734
Reacties 0
Beoordeling 
27-08-2011
Ruud Lapré (Djakarta, 1942) is emeritus hoogleraar gezondheidszorgbeleid en economie van de gezondheidszorg, en voorzitter van de NVZD. Zelf schreef hij Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. Zijn favoriete pil: De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten van Giorgio Vasari.
“Ik was al eens eerder aan het boek begonnen, maar had het weggelegd omdat ik andere boeken voorrang moest geven”, zegt Ruud Lapré, voorzitter van de NVZD, de vereniging van bestuurders in de gezondheidszorg. “Maar toen ik deze zomer voor het ziekenhuis op Aruba moest werken, had ik in het vliegtuig en de vroege ochtenden eindelijk de tijd om deze 16de-eeuwse klassieker van Giorgio Vasari uit te lezen: De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, een dikke pil van zo’n 650 pagina’s.”
Het boek beschrijft de kunstwerken en levens van tientallen kunstenaars die in de vroege en late Renaissance in Itali‘ leefden en artistiek domineerden. Van Cimabue en Giotto in de 13de tot Michelangelo en Titiaan in de 15de eeuw. “Vanaf mijn terras met uitzicht op strand en zee waande ik mij in het Florence, Pisa en Siena van toen, tussen de vele kunstwerken die we ook vandaag de dag nog kunnen zien.”
Giorgio Vasari werd precies 500 jaar geleden in Arezzo geboren, maar zijn boek heeft nog niets aan waarde en actualiteit ingeboet, zegt Lapré, die zelf ook publiceert over beeldende kunst. “Bij het lezen van De levens voelde ik mij als een verre schaduw van een groot initiator van de kunst. Vasari was een brug tussen kennis over de klassieke en de moderne kunst. Hij was een vernieuwende geest, de eerste ‘moderne’ kunsthistoricus, kunstcriticus en kunsttheoreticus. Hij beschrijft de keur van kunstenaars en hun werk deskundig en methodisch en laat ook de human interest inclusief bijbehorende roddels ruim aan bod komen. Cees Nooteboom en Joost Zwagerman zullen gesmuld hebben toen zij zijn boek lazen.”
“Wat een tijd!” verzucht Lapré. “De kunsten groeiden en bloeiden. Vernieuwden. En alles was kunst in opdracht. Niks l’art pour l’art. Boter bij de vis. Wat de opdrachtgever niet aanstond, werd gewoon geweigerd. Kunst zonder subsidie-infuus. Toch stijgend naar grote hoogten. Misschien kunnen we daar nog iets van leren in deze tijd van bezuinigingen op de kunsten”, zegt de emeritus hoogleraar, die onlangs zijn literaire debuut maakte met Terra Incognita, een aangrijpend autobiografisch verhaal dat zich afspeelt in Nederlands-Indië en het Erasmus Medisch Centrum (Uitgeverij Douane). [Frank van Kolfschooten]