“Een zwarte bladzijde uit de Franse geschiedenis”
Bekeken 1025
Reacties 0
Beoordeling 
26-03-2011
Erik van Leeuwen (Rotterdam, 1957) is tandarts in Amsterdam. Zijn favoriete pil: Haar naam was Sarah van de Franse auteur Tatiana de Rosnay.
“Ik hou erg van romans en van historische non-fictie”, zegt Erik van Leeuwen, tandarts in Amsterdam. “Ik ben altijd contact blijven houden met mijn geschiedenislerares van de middelbare school en heb zelfs overwogen om geschiedenis te gaan studeren.” Geen wonder dus dat Van Leeuwen een historische roman als favoriet boek noemt: Haar naam was Sarah, de onlangs verfilmde bestseller van de Franse auteur Tatiana de Rosnay.
Uitgangspunt van het boek is een razzia op 16 juli 1942, waarbij de Franse politie 13.000 Joden, onder wie 4000 kinderen, samendreef in wielerstadion Vélodrome d’Hiver in Parijs, voorafgaand aan hun deportatie naar vernietigingskamp Auschwitz. De Rosnay geeft deze gebeurtenis een gezicht via de fictieve geschiedenis van een van de opgepakte kinderen, Sarah. Haar mysterieuze levensloop wordt ontrafeld door een Amerikaanse journaliste, die 60 jaar na dato een artikel schrijft over deze enorme razzia en een verbijsterend geheim ontdekt. “Indrukwekkend vind ik hoe De Rosnay een zwarte bladzijde uit de Franse geschiedenis tot leven brengt door feiten heel mooi te verweven met een fictief verhaal. De grote lijnen van dat verhaal komen door bizar toeval aan het slot allemaal bij elkaar in het heden, maar dat gebeurt op een geloofwaardige manier, het doet niet geforceerd aan.”
Wat Van Leeuwen opviel, was de parallel met Nederland, waar de politie eveneens een belangrijke rol speelde bij razzia’s en deportaties van joden. “Dat zijn feiten die me intrigeren. Wat brengt mensen ertoe om zulke opdrachten uit te voeren? En waarom hielden zo veel mensen zich in de oorlog afzijdig? Als je daarover vanuit het heden nadenkt, ben je geneigd mensen te veroordelen, maar dit boek leert je toch meer begrip op te brengen voor de persoonlijke keuzes die mensen maken in extreme situaties als een oorlog.”
Hij noemt als Nederlands voorbeeld David Cohen, de voorzitter van de Joodsche Raad. “Cohen kwam de nazi’s steeds een stapje tegemoet in de hoop erger te voorkomen. In werkelijkheid speelde hij de nazi’s juist in de kaart, en vergemakkelijkte hij de deportatie van de Joden uit Nederland. Ik vraag me af hoe ik zelf in zulke situaties zou hebben gehandeld.” [Frank van Kolfschooten]