‘Lekkere woede’ breekt lans voor het beroep van verpleeghuisarts
Bekeken 960
Reacties 0
Beoordeling 
30-01-2010
Jos van Bemmel (Rotterdam, 1953) is huisarts in Amersfoort. Hij schreef Whisky met een rietje - Dagboek van een zieke huisarts en Dagelijkse praktijk - Belevenissen van een huisarts. Zijn favoriete pil: Het refrein is Hein - Dagen uit een verpleeghuis van Bert Keizer.
Tekst Frank van Kolfschooten
“Alleen al de titel is geweldig: Het refrein is Hein”, zegt de Amersfoortse huisarts Jos van Bemmel. “Iedereen begrijpt meteen dat het boek over de dood gaat. En na de eerste pagina weet je helemaal waar je aan begint. Daar schrijft Keizer: ‘Dokter, waarom ben ik ziek?’ ‘Uw hartklep lekt.’ ‘Ja, maar waarom ik?’ ‘Wacht, ik roep de dominee wel even.’ Met zulke dialogen weet hij de vervreemdende sfeer in een verpleeghuis in een paar zinnen neer te zetten.”
“Keizers ik-figuur, een verpleeghuisarts, schrijft vanuit wat Keizer zelf een ‘lekkere woede’ heeft genoemd. Hij is geen idealist of drammer die zijn humeur laat bederven door de treurige omstandigheden en onvermijdelijke sterfgevallen om hem heen, maar hij is ook absoluut geen afgestompte cynicus. Hij is een enfant terrible, die tegen heilige huisjes schopt om zijn woede kwijt te kunnen. Dat doet hij in korte verhaaltjes met een bijtende stijl, doorspekt met galgenhumor en filosofische overwegingen. Heerlijk om te lezen.”
“Keizer is een voorbeeld voor mij geweest bij het schrijven van mijn eigen boeken. Ook ik stel graag taboes aan de kaak. Ik beschouw hem als een zielsverwant, al heb ik hem nooit ontmoet. We blijken in hetzelfde ziekenhuis in Mukumu in Kenia te hebben gewerkt, waar ik van 1983 tot 1987 tropenarts was, voordat ik huisarts werd.”
Van Bemmel vindt het belangrijk dat Keizer met zijn boek aandacht heeft gevraagd voor de soms bizarre regels en situaties in verpleeghuizen en de soms onwaardige omgang met (terminale) patiënten. “Hij heeft een lans gebroken voor het beroep van verpleeghuisarts. Vroeger stond de specialist op nummer 1, de huisarts op nummer 2 en helemaal onder aan de ladder qua aanzien had je de verpleeghuisarts en de ggd-arts.”
Keizers verhaal is volgens Van Bemmel onverkort van toepassing op de zorg in verzorgingshuizen, waar hij als huisarts geregeld mee te maken heeft. “Daar werken steeds meer allochtone arbeidskrachten omdat autochtonen het werk te slecht betaald vinden. Het allochtone personeel is meestal lief en vriendelijk, ook heel belangrijk, maar er bestaat vaak een taal- en cultuurbarrière. Die oude mensjes willen over vroeger praten, terwijl het personeel de achtergrond mist om hun verhalen te begrijpen. Ik vind dat stuitend. Onze samenleving zou meer geld moeten steken in verzorgende beroepen.”