Een helse droomreis
Bekeken 2006
Reacties 0
Beoordeling 
31-07-2010
Artsen Matthijs Klaarenbeek en Cynthia Vincent reden in hun Mitsubishi Pajero, samen met 21 andere deelnemende teams aan de Oranje Trophy, in tien weken van Amsterdam naar Kaapstad. Een reis met veel hoogte- en dieptepunten.
Tekst Nike Martens Fotografie Matthijs Klaarenbeek en Cynthia Vincent
Weblog op artsenauto.nl
Cynthia en Matthijs hielden tijdens de reis een weblog bij voor Arts & Auto. Wilt u meer lezen over hun ervaringen of meer foto’s bekijken, ga dan naar www.artsenauto.nl/oranjetrophy. |
Bedrijfsarts Matthijs Klaarenbeek (34) en tropenarts Cynthia Vincent (31) reageerden begin december 2009 op een oproep in
Arts & Auto en mochten zich een week later ‘medische begeleiders van de Oranje Trophy’ noemen. Een turbulente periode volgde. “In die maanden daarna hebben we onze banen opgezegd, ons huis verhuurd en stapten we in onze oranje Mitsubishi Pajero om naar Afrika te rijden”, vertellen Matthijs en Cynthia.
Begin april vertrok het artsenstel, samen met 21 andere deelnemende teams, vanuit Amsterdam naar Zuid-Afrika, waar half juni het WK voetbal van start ging. Een avontuurlijke reis van tien weken en 20.000 kilometer die hen via de oostzijde van Afrika naar het uiterste zuiden van het continent zou voeren. En een avontuur werd het zeker, in vaak zeer extreme omstandigheden.
“Het is heel heftig om onderweg iemand te verliezen”
|
Matthijs herinnert zich nog goed hoe de karavaan door de Nubische woestijn trok, waarbij de temperaturen overdag opliepen tot 56ºC. Matthijs: “Om de motor te koelen moesten we met de verwarming aan rijden. Het was zo heet dat je niet meer wist wat je ermee aan moest. We moesten bijvoorbeeld 4 tot 5 liter water per dag drinken, maar dat water was zo warm dat je je mond eraan kon branden.”
Autopech
Van tevoren zagen Matthijs en Cynthia een grote uitdaging in de ‘Road to hell’ door Kenia, een 500 km lange weg over lavagesteente. Cynthia: “Die weg was echt een hel. Alles gaat kapot of trilt van je auto af. We hebben twee dagen lang met soms snelheden van slechts 15 km per uur gebalanceerd over de rand van geulen tot heuphoogte.”
De beruchte weg door Kenia zorgde ook voor de eerste serieuze autopech van het stel. Na een halve dag in slakkentempo geulen ontwijken, besloot Matthijs op een gegeven moment iets harder te gaan rijden. “Ik was niet meer zo geconcentreerd en raakte met de dwarsstang van de voorwielen een grote kei. De auto werd met een harde klap gelanceerd en wij knalden met ons hoofd tegen het dak. Gelukkig konden we met de schade doorrijden tot de volgende reparatiestop. Alleen het stuur stond scheef.”
Maar daarmee was het leed nog niet geleden, want middenin het National Park Serengeti ontdekte het tweetal dat ook de accu was losgetrild tijdens de Road to hell. Cynthia: “We waren net leeuwen aan het kijken vanuit de auto, toen de motor niet meer startte. We hebben heel voorzichtig met onze rug tegen de wagen aan de motorkap geopend om de accu weer aan te sluiten. De leeuwen bleven gelukkig op afstand.”
Ontmoetingen met wilde dieren hadden Matthijs en Cynthia wel vaker tijdens hun reis. Uit veiligheidsoverwegingen sliepen de twee in een tent op het dak van de auto. “Op een nacht werden we wakker van heel hard gezucht vlak naast ons hoofd. Het bleek een olifant die pal naast de auto stond te grazen.”
Tragisch
Dat de reis dwars door Afrika niet zonder gevaren was, wisten de teams die aan de Oranje Trophy meededen. Maar met de tragische dood van deelnemer Henk die maandag 31 mei in Lake Malawi verdronk, had niemand rekening gehouden. Cynthia: “Ondanks het feit dat we heel veel mooie dingen hebben gezien, komt bij de terugblik op onze reis toch de dood van Henk als eerste omhoog. Het is heel heftig om onderweg iemand te verliezen.”
Henk ging na het ontbijt met drie andere deelnemers zwemmen. Het was een prachtige dag en niets wees op gevaar. Matthijs: “Toen ze een eind uit de kust waren, riep Henk om hulp. De andere drie zwemmers waren te ver bij hem vandaan om hem te kunnen helpen. Henk heeft nog een keer geroepen en verdween toen onder water.”
Het duurde vervolgens twee dagen voordat het lichaam van Henk werd gevonden. Cynthia beschrijft deze dagen als erg frustrerend: “We konden heel weinig doen. Er was geen telefoonverbinding en alleen een heel slechte satellietverbinding.”
Wat ze wel konden doen was opvang en nazorg bieden aan de andere deelnemers. “Iedereen reageert op zo’n moment anders,” vertelt Matthijs, “de een wordt heel stil, de ander moet juist veel huilen.”
Blote voeten
Als artsen hoefden Matthijs en Cynthia niet vaak in actie te komen. Sommige deelnemers kampten met diarree, anderen hadden koorts en weer anderen liepen wat kleine wonden op. Cynthia: “Van tevoren hadden we alle deelnemers voorgelicht over gevaren van de tropen. Mensen gingen daardoor bewust om met voedselinname en hygiëne. Alleen waren er deelnemers die nogal hardnekkig op blote voeten bleven lopen. Het duurde ongeveer zes landen en een schorpioenenbeet voordat iedereen eindelijk schoenen ging dragen.”
Matthijs en Cynthia vertellen dat ze tijdens hun reis door Afrika veel bekijks trokken. Onderweg werd er veel gezwaaid en getoeterd naar de bonte karavaan. Daarbij viel het Matthijs op dat de eindbestemming – het WK voetbal – vaak een geliefd aanknopingspunt vormde voor een gesprek. “Voetbal leeft enorm in Afrika. De locals hebben Cynthia onderweg bijgepraat over voetbal en de spelers,” vertelt hij lachend. Toch heeft het tweetal gemerkt dat er over het algemeen te weinig tijd was om de bevolking te ontmoeten en wat van de omgeving te zien. Matthijs: “Wie binnen 10 weken van Amsterdam naar Kaapstad wil rijden, moet rekenen op lange dagen in de auto.”
Half juni bereikte de karavaan uiteindelijk de oranjecamping in Johannesburg, de stad waar het Nederlands elftal zijn eerste WK-wedstrijd speelde. “Het contrast was groot,” vertelt Cynthia. “We kwamen midden in het carnaval terecht. Met stampende muziek waar mensen in vol ornaat bij het ontbijt al Nederlandse liederen zongen. Wel superleuk om mee te maken.”
De eerste drie wedstrijden van het Nederlands elftal werden door de deelnemers van de Oranje Trophy bezocht. Matthijs en Cynthia vonden ook dat een bijzondere ervaring. “Die stadions zijn indrukwekkend, ze zijn heel mooi opgezet en enorm groot. Eenmaal binnen is de sfeer fantastisch. Alle supporters zitten door elkaar en gaan helemaal uit hun dak.”
Guesthouse
Voorlopig blijven Matthijs en Cynthia in Zuid-Afrika. Komende tijd gaan ze aan de slag in een kliniek met 200 bedden aan de oostkust van het land. “We kunnen daar goed werk doen,” vertelt Cynthia, die opgeleid is tot tropenarts. “Ik zal me voornamelijk richten op de gynaecologie en verloskunde.” Matthijs: “Als bedrijfsarts heb ik minder klinische ervaring dan Cynthia. Ik ben bezig mijn kennis bij te spijkeren en ga in het begin meer als algemeen arts aan de slag.”
Een permanent verblijf op het Afrikaanse continent sluiten de dokters niet uit. De twee dromen van een grote boerderij in Botswana of Zambia, met daarbij een kliniek en een guesthouse. Matthijs: “Zoiets moet op je pad komen. Maar als Cynthia en ik allebei ergens van dromen, versterkt dat elkaar en bereiken we vaak ons doel.”