11 valutatips, trucs en valkuilen
Bekeken 1583
Reacties 1
Beoordeling 
31-07-2010
Waarom u beter niet kunt pinnen met uw creditcard. Tien valutatips, trucs en valkuilen.
11 valutatips, trucs en valkuilen
- Pinnen met creditcard in het buitenland is duur. Gemiddeld betaalt u € 4,50 per transactie, plus 1,5 à 4% 'koersopslag' over het gepinde bedrag. Daarom verdient het de voorkeur om uw normale bankpas te gebruiken: lagere (of helemaal geen) transactiekosten en minder tot geen koersopslag. Zie ook 2.
- 'Normaal' pinnen (met uw reguliere bankpas dus) is vrijwel altijd beter dan wisselen. Zeker binnen de EU, want daar is pinnen tegenwoordig helemaal gratis. Dan betaalt u dus geen transactiekosten of koersopslag.
- Check voor vertrek de wisselkoers van de lokale munteenheid. Dat kan o.m. op www.travelex.com/nl en www.xe.com. Zo voorkomt u rekenfouten of (mocht u het toch van plan zijn) ongunstige wisselkoersen.
- Creditcard voorzien van een chip? Dan hoort er ook een pincode bij. Die moet u steeds vaker invoeren bij betalingen in het buitenland. Leer die code dus uit uw hoofd, of vraag hem zo nodig op bij uw bank.
- Desondanks is de creditcard nog steeds het meest fraudegevoelige betaalmiddel. (Naam, nummer, verloopdatum en CVC-code zijn al genoeg om spullen te kopen op internet!) Vermijd betaling met creditcard daarom zoveel mogelijk.
- Als u wisselt, doe het dan officieel: bij bank of grenswisselkantoor. Hotels, winkels en restaurants staan niet bekend om hun gunstige wisselkoersen.
- Reist u naar afgelegen gebieden, oriënteer dan vooraf op de aanwezigheid van bijv. pinautomaten. Neem zo nodig voldoende cash of traveller cheques mee. Niets erger dan een verblijf in het paradijs zonder pecunia.
- Grotere aankopen in het buitenland? Bewaar dan de bonnen, want op de luchthaven kunt u vaak de BTW terugvorderen bij een 'VAT Refund'-balie. De verdiensten zijn al snel enkele tientjes.
- Check of er restricties bestaan voor de lokale valuta. Zo is het verboden om o.m. Marokkaanse dirhams en Cubaanse peso’s uit te voeren. Dat geld kunt u dus ook niet wisselen in Nederland.
- Zet op uw vakantiechecklist: voor vertrek de vreemd geld map controleren. In Nederlandse huizen moet voor miljoenen aan vergeten kronen, bahts, dollars, roepies en ringgits liggen.
- Zijn er bij het wisselen grote hoeveelheden papiergeld gemoeid, tel het dan altijd goed na. Laten we het zo zeggen: sluwe wisselaars hebben hun trucjes.
|
Op het vliegveld van Reykjavik ging ik direct pinnen. De wisselkoers van de IJslandse kroon had ik niet paraat, dus ik koos voor het hoogst pinbare bedrag, dan kon ik even vooruit. Bleek ik voor zo’n 1500 euro te hebben opgenomen. Dat was drie jaar geleden. Het gros van die kronurs ligt nu in mijn bureaula, wachtend op een volgende trip naar IJsland. Met dank aan de kredietcrisis zal ik er dan ongeveer de helft minder mee kunnen doen.
Ook in Marokko ging ik in de fout. Daar pinde ik na aankomst een stapel dirhams en stopte een deel ervan in het hotelkluisje. Vervolgens vergat ik het geld, om het pas voor vertrek weer te ontdekken. Mijn plan om het bedrag op Schiphol terug te wisselen was onsuccesvol. Daar kreeg ik te horen dat dirhams Marokko officieel niet mogen verlaten en zodoende niet in Nederland kunnen worden omgeruild. Dus liggen de dirhams nu gebroederlijk naast mijn IJslandse kronen.
Enfin. Er gaat dus nog wel eens wat mis met vreemd geld. Wisselkoersen, inflatie, verdwijnende valuta (waar liggen uw Franse francs?), muntgeld waar je niets meer mee kunt: reken maar eens uit wat het kost op een mensenleven.
Valutaregel 1: nooit geld wisselen op straat. Hoe logisch dat ook klinkt, er zijn genoeg mensen die denken dat ze een voordeeltje kunnen behalen bij smoezelige mannen met aalgladde praatjes. Zo werd ik onlangs in Praag gewaarschuwd voor wandelende wisselkantoren die dollars en euro’s omruilen tegen een ongelooflijke gunstige koers. Het verschil met een officieel wisselkantoor is echter dat je van hen geen Tsjechische korunas krijgt, maar Hongaarse forinten. Dat papiergeld lijkt inderdaad wel een beetje op de Tsjechische tegenhanger, maar is tegelijkertijd tien maal minder waard. U bent gewaarschuwd.
Er zijn ook mooie geldmomenten. Mijn finest hour, op dat vlak althans, beleefde ik in Laos. De Laotiaanse kip stond zó laag, dat 200 dollar een stapel papiergeld ter hoogte van een melkpak opleverde. Met die hoeveelheid vers knisperend briefjes, ik moest er een heel vak van mijn rugzak voor opofferen, voelde het alsof ik de Staatsloterij had gewonnen. De geldwisselaar relativeerde de transactie: “Welkom in het land waar het geld nog minder waard is dan het papier waar het gedrukt op is.”
Nee, dan de euro, een godsgeschenk voor reizigers. Geen gedoe meer met wisselkoersen, restbedragen, ‘handige’ portemonnees met vakjes voor francs, marken, drachmes en peseta’s, hersenkrakende berekeningen (hoeveel gulden is 340.000 lira?) of wachtrijen bij wisselkantoren. Toch wordt er vooral in mediterrane Eurolanden nog heftig terugverlangd naar de oude valuta. Zo ontmoette ik een Fransman die zich in geen enkele van de voornoemde voordelen kon vinden. Zijn tegenargument was onweerlegbaar: ‘Ik kom toch nooit buiten Frankrijk.’