Macedonië
Bekeken 1641
Reacties 1
Beoordeling 
24-12-2010
Hoewel Macedonië buiten het Balkangeweld wist te blijven, lieten Nederlandse toeristen de meest zuidelijke republiek van het voormalige Joegoslavië lange tijd links liggen. Maar het kleine staatje is sinds kort weer terug op de kaart. Wie een ongerepte, eigenzinnige en zonnige plek zoekt, moet er nú naartoe, aldus journalist/historicus Dirk-Jan van Baar. ‘Want straks zijn al die Nederlanders er weer.’
Tekst Dirk-Jan van Baar
Dat Macedonië wat met Nederland heeft, is waarschijnlijk niet bij iedereen bekend. Toch was het Meer van Ohrid een favoriete bestemming voor Nederlandse toeristen. Tot het uitbreken van de Joegoslavische successieoorlogen in 1991. Want hoewel de meest zuidelijke republiek van het voormalige Joegoslavië buiten het Balkangeweld wist te blijven en alleen nog in het nieuws kwam vanwege zijn door Griekenland betwiste naam, verdween Macedonië vanuit Nederland gezien achter de horizon.
Toen wij op een vroege ochtend afgelopen april op het vliegveld Alexander de Grote in de hoofdstad Skopje landden, bleek dat het de eerste directe lijnverbinding vanuit Nederland was. Het zorgde voor een feestelijke begroeting met brandspuiten, volksdansers en een enthousiaste toespraak van de Nederlandse ambassadeur. De boodschap was duidelijk: Macedonië staat weer op de kaart.
Die kaart is na het uiteenvallen van Joegoslavië behoorlijk veranderd. Niet alleen grenst het kleine Macedonië (twee miljoen inwoners) aan de ‘grotere’ buurstaten Griekenland en Bulgarije, maar ook aan het rusteloze Servië, nieuwkomer Kosovo en het uit zijn isolement getreden Albanië. Hoewel er op de zuidelijke Balkan vaak van grote rijken is gedroomd (in de jaren negentig nog van een Groot-Servië en een Groot-Albanië), zijn de staatjes in dit deel van de wereld vooral klein en etnisch divers.
Moeder Teresa
Macedonië is een bonte mix van christelijk-orthodoxe Slaven (tweederde van de bevolking), Albanezen (die in Tetovo hun eigen schaduwhoofdstad hebben en in meerderheid islamitisch zijn), Turken, Vlachen en Roma. Voor de Nederlandse schrijver A. den Doolaard, die zijn hart aan deze streek had verpand en in Ohrid met een standbeeld wordt geëerd, reden om Macedonië als ‘de echte Balkan’ te zien. Warmbloedig was dit deel van Europa, dat meer dan vijf eeuwen onder het Turkse juk heeft gezucht, zeker. De Macedonische onafhankelijkheidsbeweging IMRO, die in 1903 voor het eerst van zich liet horen, was de meest gewelddadige van de Balkan.
Niet voor iedereen zal dit een aanbeveling zijn, maar die geschiedenis is reuze interessant en de Macedoniërs koketteren ermee. De hoofdstad Skopje staat vol met standbeelden van middeleeuwse krijgers en bij de heilige St. Spaskerk vinden we een versierde tombe waar het onthoofde lichaam van de nationale vrijheidsstrijder en IMRO-leider Gotse Delchev wordt bewaard. Wie dat te bloeddorstig vindt, kan naar het huis van Moeder Teresa, een katholieke Albanese die in 1910 in Skopje werd geboren en vanwege haar goede werken in de sloppen van Calcutta de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.
Mooi is de Macedonische hoofdstad niet. Op 26 juli 1963 werd de stad door een aardbeving verwoest, waarbij een flink aantal historische monumenten verloren ging. Behoudens een deel van de oude Turkse binnenstad aan de overkant van de rivier de Vardar, die met zijn bazaar en nauwe winkelstraatjes zijn oriëntaalse charme heeft behouden, is de wederopbouw in socialistisch modernistische stijl gedaan.
De klok op het station is op het tijdstip van de ramp (5.17 uur) blijven stilstaan. Skopje, momenteel een bouwput, heeft daardoor in al zijn lelijkheid iets hartverscheurend triests. Is een bezoek aan het eeuwenoude Skopje (in de Turkse tijd Üsküb genaamd) nog de moeite waard? Ja, al was het maar om te appreciëren dat het leven doorgaat en dat we blij mogen zijn met al het moois dat Macedonië verder te bieden heeft.
Beren en roofvogels
Ohrid is zo’n plaats, door Macedoniërs vanwege de vele orthodoxe heiligdommen hun ‘Jeruzalem’ genoemd. Dat klinkt hysterisch, maar wij bezochten een ontspannen stadje aan een meer dat met zijn kraakheldere bergwater een mysterieuze rust uitstraalt en als een van de oudste bronnen van de menselijke beschaving geldt. Zowel Ohrid zelf als het meer, waaromheen 365 kerken, kloosters en heilige plaatsen te vinden zijn, staan onder bescherming van de Unesco.
De meest bezochte kerk, in grootte niet meer dan een kapel, is de St. Jovan Kaneo, met prachtig uitzicht op het meer, letterlijk en figuurlijk een icoon van Ohrid. De grootste Byzantijnse kerk is de St. Sofia, die in de Turkse tijd in een moskee werd veranderd. De mooiste fresco’s bevinden zich in de St. Bogorodica Perivlepta, ook St. Kliment genoemd.
Ohrid heeft ook een Romeins amfitheater, waar elk jaar wereldberoemde artiesten uitvoeringen geven tijdens een internationaal muziekfestival. De echte pelgrimgangers moeten bij het klooster van St. Naum zijn, aan de zuidkant van het meer, dicht bij de grens met Albanië. Hier is in de 9de eeuw door de broers Kiril (Cyrillus) en Metodi (Methodius) de basis gelegd voor het cyrillische schrift en de Slavische taal. Samen met Kliment en Naum worden beide broers als heiligen vereerd en het klooster trekt op feestdagen tienduizenden bezoekers uit de hele orthodoxe wereld. Dat moet geen pretje zijn, want de toegangswegen zijn smal en hygiënische voorzieningen om zo veel mensen op te vangen ontbreken.
Maar aan het Meer van Ohrid is het prettig toeven en het natuurpark Galicica, waar beren en allerlei soorten roofvogels zitten, is nabij. Op sommige uitzichtpunten kun je twee meren tegelijk zien: dat van Ohrid, maar ook het nog hoger gelegen Meer van Prespa. Wij kwamen daar langs op de terugweg uit Bitola, in de Ottomaanse tijd Monastir geheten, een garnizoensstad waar Kemal Atatürk nog op school heeft gezeten. In het plaatselijke museum is een vleugel aan de aartsvader van het moderne Turkije gewijd, een heiligdom voor (seculiere) Turkse bezoekers. Net buiten de stad zijn opgravingen met mozaïeken uit de Romeinse tijd.
Monastir was eind 19de eeuw een trotse, Europees aandoende stad, wat hier voor ‘aristocratisch’ (= beschaafd) doorgaat, met consulaten, burgermanshuizen en een joodse minderheid die de 20ste eeuw niet heeft overleefd. De stad wordt weer opgepoetst, maar toen wij er waren, maakte Bitola een slaperige indruk; typisch de landerige Balkansfeer die ik mij van een vroeger bezoek aan Bulgarije herinnerde.
Rijke culturele erfenis
Mij intrigeert die Balkansfeer, die een verveling en provinciale achterdocht in zich draagt waarvan je helemaal gek kunt worden (misschien de ‘diepere’ oorzaak voor de genocidale moordpartijen), maar ook lokale vriendelijkheid en gastvrijheid die de bezoeker volledig op zijn gemak stellen. Wij kwamen voortdurend aardige mensen tegen die ongevraagd minder aardige dingen over hun buren vertelden. Dat mechanisme moet je even doorkrijgen. De Grieken staan in Macedonië als arrogant te boek (‘en voor hen gaan jullie in de EU ook nog eens voor miljarden het schip in’). Ook van de Albanezen deugt niet veel. Zij vissen het Meer van Ohrid leeg (de beschermde forel wordt wel in Macedonische restaurants geserveerd), houden zich niet aan de milieubepalingen, en rijden allemaal Mercedes.
Tegelijk wordt schoorvoetend erkend dat de Albanezen vooruit willen komen. Het platteland van Macedonië staat vol met paleizen in aanbouw waar Albanezen die nu in Europa werken ooit met hun familie hopen te gaan wonen. Maar er is ook massawerkloosheid onder Albanezen. Op weg naar het afgezonderde Bigorski-klooster van Johannes de Doper (een orthodox heiligdom met een prachtig altaar van verfijnd houtsnijwerk) maakten wij een stop in het stadje Debar. Ze schonken daar de beste koffie van Macedonië, maar het centrum van het plaatsje werd beheerst door mannen die niks te doen hadden. Op het centrale plein een reusachtig beeld van de held Skanderbeg (1405 - 1468), de Draak der Albanezen, die op het slagveld successen tegen de Ottomanen behaalde en zowel in Tirana als in Pristina (Kosovo) en Skopje wordt vereerd.
Woeste streken vol wildemannen? Welnee. In Macedonië valt nog een hele wereld te ontdekken, in een deel van Europa dat wij tot de periferie rekenen, maar dat een rijke culturele erfenis kent. De natuur van het bergachtige land is overweldigend en dankzij het Meer van Ohrid is het niet erg dat het niet aan zee ligt. Wie een ongerepte, eigenzinnige en zonnige plek zoekt, moet nu gaan, want straks zijn al die Nederlanders er weer.
- Om Macedonië te waarderen, is culturele belangstelling een plus. Maar ook natuurliefhebbers en zonaanbidders komen aan hun trekken, dankzij de nationale parken en de stille meren (bij Ohrid had maarschalk Tito een buitenverblijf). Denk niet dat er alleen kloosters en kerken voor oudere echtparen en gymnasiumleraren zijn. Ohrid kent vele uitgaansgelegenheden. Ook waren er rijkeluiskinderen uit Belgrado. Die zijn daar echt niet om leuk te wandelen, wel om te duiken en dagenlang (wild) te feesten. Neem een paar stevige bergschoenen mee.
- Wij waren er in de laatste dagen van april en de eerste week van mei. Het was prachtig weer, maar om te zwemmen was het Meer van Ohrid nog te koud en ’s avonds was het fris. Veel was nog gesloten. Het is beter een paar weken later te gaan (dan zijn de zwembaden bij de hotels ook gevuld). De beste tijden zijn van half mei tot begin juli en in september. Het echte seizoen loopt van half juli tot eind augustus, als Skopje (waar het in de zomer veertig graden kan zijn) leegloopt en in Ohrid vakantie viert. Het kan daar dan erg druk zijn.
- Wij vlogen met Transavia direct van Schiphol naar Skopje. Dat betekende wel een busreis van drie uur naar Ohrid, dat ook een eigen vliegveld heeft. De wegen waren in goede staat en niet al te druk. In Noordwest-Macedonië zijn vierbaanswegen: van Skopje naar Tetovo en van Belgrado via Skopje naar Athene.
- De restaurants waren doorgaans prima en relatief goedkoop. De Macedonische wijnen zijn aan te bevelen, net als de visgerechten. Verder veel (Turksachtige) Balkankost.
- De Macedonische munteenheid, de denar, kwam probleemloos uit de geldautomaten. Wij kregen ongeveer 60 denar voor een euro.
- Excursies naar Albanië en boottochtjes over het Meer van Ohrid zijn mogelijk.