PrivédomeinReizenReisverhalenMarche
Reisverhalen RSS Archief

De Italiaanse Marche 

Bekeken 1072
Reacties 0
Beoordeling 0 keer beoordeeld
24-06-2010

Het spreekt niet zo tot de verbeelding als Toscane, maar eigenlijk heeft Le Marche, gelegen aan de Adriatische kust, net zo veel te bieden. En misschien zelfs wel meer.

Tekst Dirk-Jan van Baar

Praktisch

 
  • Beste reistijd: lente en nazomer.
  • Vliegen: in het seizoen vliegt Ryanair xx x per week vanaf het Duitse Weeze naar Ancona. Le Marche leent zich ook prima als eerste aanvliegstation voor wie van daaruit verder naar het zuiden van Italië wil.
  • Toeristische info:
    www.lemarche.startpagina.nl;
    www.le-marche.beginthier.nl;
    www.italie.nl.
 
Het mooie van goedkoop vliegen is natuurlijk dat het niet veel kost. Maar daar komt nog een voordeel bij. Low-cost vliegmaatschappijen brengen je naar bestemmingen waar je anders niet zo snel aan denkt.

Toen wij afgelopen zomer ‘naar Italië’ wilden, klikten wij Ancona aan, een provinciestad aan de Adriatische Zee. Met de auto moet je dan stevig aanpoten om binnen twee dagen ter plekke te zijn. Nu reden we om half elf ’s ochtends rustig uit Amsterdam weg naar vliegveld Weeze, even over de grens achter Nijmegen, en zoefden rond een uur of vier met een huurauto door het mooie landschap van Le Marche (‘de Marken’).

Echte Italiëgangers zullen deze streek waarschijnlijk wel kennen. Le Marche geldt als een redelijk alternatief voor wie Toscane en de grote Italiaanse cultuursteden te druk vindt en liever niet steeds onder toeristen (u weet wel: een ander soort mensen) verkeert. Althans, iets van deze strekking had ik jaren geleden weleens in een Duitse reisgids gelezen. Omdat zulke Geheimtipps nooit lang geheim blijven, verwacht je niet dat daar nog veel van klopt. Maar het bleek helemaal waar te zijn (zoals we een paar jaar eerder ook ontdekten dat Venetië inderdaad een zee van rust is als je even van de hoofdroute afstapt, maar dit terzijde).

Veel haarspeldbochten
Veel voorwerk hadden we niet gedaan, maar we hadden wel via internet geboekt bij een agriturismo, de Italiaanse versie van de Franse chambre d’hotes. In ons geval bleek dat zeer landelijk uit te pakken. Een onverhard bergweggetje met haarspeldbochten voerde ons uiteindelijk naar een hooggelegen landhuis waar wij ontvangen werden door een hond, tientallen katten en een vriendelijk echtpaar dat de hele dag voor de gasten in de keuken stond. Het onderkomen was wat Spartaans, maar er was een zwembad en een fenomenaal uitzicht over verschillende heuvelruggen. Het echtpaar serveerde (voortreffelijke) maaltijden met verse producten van eigen land en wijnen uit de streek.

Wij hadden bovendien geluk, want in het nabijgelegen Urbino liep juist die week in het Palazzo Ducale een bijzondere tentoonstelling ten einde met werken van Rafaël, de grote Italiaanse kunstschilder Raffaello Sanzio (1483-1520) uit de hoog-renaissance. Bezoekers uit de hele wereld waren daarvoor naar Urbino gekomen.

Waar je in Florence voor de entree van de beroemde musea al gauw een uur in de rij staat, was dat hier helemaal niet het geval. Het was in de geboortestad van Rafaël aangenaam rustig, wat misschien ook komt doordat Urbino met 15.000 inwoners een klein stadje is. Het doemt spectaculair tussen de bergen op, je gelooft bijna niet dat zoiets bestaat. Ineens zie je een gaaf bewaarde stad uit de Middeleeuwen voor je, met paleizen, kerken, stadsmuren en een universiteit. Er zijn ook chique hotels, voor wie ons soort agriturismo te primitief is.

Urbino heeft een glorieuze geschiedenis en geldt als ‘ideale stad’ (in het museum hangt zelfs een schilderij met die naam); het is een van de best geconserveerde steden van Italië. Even dacht ik dat de stad met zijn nauwe steile straatjes ook autovrij was (wij werden een parkeergarage ingedreven en moesten via een lift en trappen het stadscentrum zien te bereiken), maar dat is in Italië nooit het geval. Toch krijg je als bezoeker het gevoel een andere wereld te zijn binnengetreden.

Na de tentoonstelling bezochten wij het geboortehuis van Rafaël, een stadsvilla waar replica’s van zijn grootste werken hangen en dat met trapjes en doorsteekjes deed denken aan het Rembrandthuis. Urbino heeft ook een groot klooster dat lang dienst heeft gedaan als ziekenhuis; de Dom is opnieuw opgebouwd na de aardbeving van 1789; en een park bij de hooggelegen Piazza Roma biedt een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving.

Cultuur maar ook zee
In het noordelijke deel van Le Marche is Urbino het hoogtepunt. Maar plaatsjes als Urbania, ooit concurrent van Urbino, zijn even charmant. Wij bezochten Fossombrone aan de rivier de Metauro en stadjes en dorpjes in het heuvelachtige binnenland (Barchi, Mondavio, Corinaldo), vanwaar je tijdens de lunch op een terras in de verte de Adriatische Zee kunt zien.

Dat is het mooie van ‘de Marken’; je kunt je er laven aan cultuur en natuur, maar de zee is nooit ver. Van Senigallia, een badplaats met een mooi oud stadscentrum, tot Fano zijn er ruime en makkelijk toegankelijke zandstranden. De kust boven Pesaro, de geboortestad van de componist Rossini, is bergachtig met villa’s, parken, baaien, inhammen en strandjes. Nergens is het strand zo schoon en geordend als in Gabicce Mare.

Wie denkt dat Italië een anarchistisch, opgewonden en onveilig land is waar je steeds op je hoede moet zijn, wordt in Le Marche aangenaam verrast. De mensen zijn er beleefd; nooit krijg je het idee dat er een loopje met je wordt genomen. Uit Florence herinner ik me van de zomer van 1983 de scooters met koeltas waar je als warmgelopen student duizenden lires voor een blikje betaalde. Maar in Le Marche hield de horecamaffia zich in. Het zal wel verschrikkelijk Hollands wezen, maar ik vind het helemaal niet erg als er bij een strandtent slechts € 1,20 voor een cappuccino wordt gerekend.

Het past bij een streek waarvan de lokale bevolking zelf zegt dat zij haar schatten beter zou kunnen uitbaten. Wij gaan zeker nog eens terug, want het zuidelijke deel van Le Marche (met Ascoli Piceno als hoogtepunt) hebben we nog niet gezien. In plaats daarvan maakten we een kleine oversteek naar het naburige Umbrië, waar we Gubbio bezochten, met Urbino de mooiste stad die we op deze reis hebben gezien. Dat is nog een voordeel van ‘de Marken’; de regio ligt centraal, en cultuursteden als Perugia, Assisi, Arezzo en Ravenna liggen op één tot anderhalf uur rijden. Het is eigenlijk te mooi om waar te zijn. Vertel daarom niet verder dat dit misschien wel de beschaafdste plek van Italië is, dan houden we Le Marche lekker onder ons.

Op de kaart

Grotere kaart weergeven
Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties

Reageren?