LifestyleReizenReisverhalenMidden-Portugal
Reisverhalen RSS Archief

Miden-Portugal 

Bekeken 482
Reacties 0
Beoordeling 0 keer beoordeeld
27-02-2010

Voormalig Arts & Auto-redacteur Herman Elzinga, sinds een paar jaar campinghouder in Noord-Portugal, verkende onlangs het midden van z’n nieuwe land. Zijn conclusie: dit deel van Portugal is vooral een aanrader voor de liefhebbers van oude vestingstadjes, kloosters en kastelen.

 

Tekst Herman Elzinga

 

De contrasten zijn groot in het westelijk deel van Midden-Portugal. In het boven Lissabon gelegen gebied, links van de Rio Tejo (Taag), rij je soms kilometers lang door spuuglelijke lintbebouwing met niet zelden bouwvallige huizen en bedrijfspanden zonder kraak of smaak. Om vervolgens via een door de fraaie natuur meanderende weg aan te komen bij een prachtig (vesting)stadje of slaperig dorp dat Portugal op z’n aantrekkelijkst laat zien.

 

Op zich is die verrommeling van het landschap niet zo verbazingwekkend. Het lijkt te horen bij die delen van een land waar de bevolking is samengeklonterd – dit deel van Portugal tussen Porto en Lissabon is het dichtstbevolkt van het land – en daarmee verschilt dit beeld niet zoveel van wat je in Spanje, Frankrijk en Italië soms ziet.

 

Liefhebbers van oude kloosters en kastelen
komen behoorlijk aan hun trekken 

Gelukkig overheerst tenslotte toch het vriendelijke, heuvelachtige landschap met volop groen en is er dan als beloning bijvoorbeeld Óbidos, een middeleeuws vestingstadje waarvan er in Portugal eigenlijk te weinig zijn. Een museumstadje zou je ook kunnen zeggen en uiteraard verheven tot nationaal monument. Het kost geen enkele moeite om in dit toch kleine, geheel ommuurde, stadje een paar uur stuk te slaan. Heerlijk dwalen door de smalle straatjes, langs de mooi opgeknapte en goed onderhouden witte huisjes met bloembakken vol geraniums en weelderig bloeiende bougainvilles. Uiteraard doen ze ook hier hun uiterste best de toerist wat geld uit de zak te kloppen, maar het moet gezegd dat er in de vele winkeltjes ook mooie spullen worden verkocht en niet alleen maar prullaria.

 

Tempeliers

Liefhebbers van oude kloosters en kastelen komen behoorlijk aan hun trekken in dit deel van Portugal. In Tomar bijvoorbeeld hebben de tempeliers hun sporen ruimschoots nagelaten. Het Castelo dos Templários en Convento de Cristo zijn allebei in opmerkelijk gave staat en stellen de bezoeker in de gelegenheid zich een beeld te vormen van het leven in die tijd. En dan is er hier – net als op vele andere plaatsen – in de loop der eeuwen nog veel verloren gegaan door vernielzucht.

 

In Batalha, een plaatsje van niets eigenlijk, staat het vermaarde en immense klooster Mosteiro de Santa Maria. Het complex is hier verrezen naar aanleiding van een belofte van koning João I aan de Heilige Maagd aan de vooravond van de belangrijke veldslag bij Aljubarrota. Helaas is het klooster niet helemaal afgebouwd, waardoor enkele kapelletjes het zonder dak moeten stellen.

 

Wie de provinciale weg vervolgt richting Alcobaça komt langs de vlaktes van Aljubarrota, waar dus ooit hevig strijd is geleverd. Alcobaça zelf is weer zo’n aardig Portugees stadje dat ligt verscholen in een verder behoorlijk verrommelde omgeving. Trekpleister is ook hier een gigantisch klooster – het Real Abadia de Santa Maria – dat ooit zelfs het belangrijkste van heel Portugal was. Gebouwd alweer na een gelofte, ditmaal de beloning voor de verovering van het aan de Rio Tejo gelegen Santarém op de Moren. Het klooster is tevens de laatste rustplaats van Inês de Castro en Pedro I, een in Portugal veel bezongen en in lyrische gedichten aangehaald tragisch liefdespaar.

 

Atlantische kust

Een mooie standplaats voor een verkenning van het westelijk deel van Midden-Portugal is Nazaré, gelegen aan de Atlantische kust. Nazaré is een alleraardigst vissersplaatsje dat je echter in de zomer maar het beste kunt mijden. De Portugezen strijken dan en masse neer aan de Costa da Prata en alles is hier dan overvol. Authentiek is Nazaré overigens bepaald niet meer, want sinds de aanleg van een nieuwe haven ten zuiden van het stadje zijn de visserijactiviteiten grotendeels verhuisd. Wat er nog wel is, is een heerlijk kustplaatsje met een prachtig zandstrand. En genoeg terrasjes en restaurantjes om te werken aan het ultieme vakantiegevoel.

 

Vergeet niet de tandradbaan te nemen richting het boven op de rots (110 meter) gelegen O Sítio. Niet alleen vanwege het prachtige uitzicht op Nazaré en omgeving, maar ook om notenverkoopsters in traditionele klederdracht te zien. De dames op leeftijd dragen nog altijd de korte rokken uit vroeger tijden toen zij, staande in de zee, hielpen de vissersbootjes op het strand te trekken.

 

Fátima

Wie in deze contreien verblijft, ziet ze in flinke aantallen langs de weg lopen: pelgrims op weg naar Fátima. Jaarlijks bezoeken 4 miljoen mensen dit bedevaartsoord en daarmee is Fátima een geduchte ‘concurrent’ van Lourdes en Santiago de Compostella. Voor het katholieke Portugal is het oord zó belangrijk, dat menig ouderpaar een dochter naar Fátima vernoemt. Mei 1917 verscheen de Heilige Maagd aan drie jonge schaapherdertjes en dit werd in de vijf maanden daarna herhaald voor de rest van het dorp, teneinde de door oorlog verscheurde wereld op te roepen tot eeuwige vrede. Net als in Lourdes gaan geloof en commercie hier hand in hand, maar de handel wordt gelukkig wel buiten het immense hoofdplein (groter dan het plein van de Sint-Pieter in Rome) gehouden. Sinds 2007 staat er een nieuwe en moderne kerk tegenover de oude basiliek. Dit splinternieuwe godshuis biedt plaats aan maar liefst 9000 gelovigen. Wie de totale gekte wil meemaken, bezoekt Fátima op 12/13 mei of 12/13 oktober (half miljoen bezoekers). Buiten die data is een kort bezoek doorgaans goed te doen.

 

Praktisch

De beste maanden om dit deel van Portugal te bezoeken zijn april, mei, juni, september en oktober. De zomer is aan de hete kant en bovendien is de – overigens prachtige – kust dan volgestroomd met vakantievierende Portugezen. De andere maanden kunnen nat zijn. Portugal is voor Nederlanders nog steeds een goedkoop vakantieland, vooral waar het de horeca betreft. De brandstofprijzen liggen op Nederlands niveau. Vliegen kan zowel op Porto als Lissabon, al ligt de laatstgenoemde stad wel wat dichter bij het beschreven reisgebied. Van de lowcostmaatschappijen vliegt alleen Ryanair vanaf Eindhoven op Porto. Het moet geen probleem zijn om in genoemde periodes op de bonnefooi af te reizen. Er zijn voldoende overnachtingsmogelijkheden; de plaatselijke bureaus voor toerisme kunnen u aan adressen helpen. Eventueel kunt u wat voorwerk doen op www.maisturismo.pt.

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties

Reageren?