Nationaal Park Cabañeros
Bekeken 2829
Reacties 5
Beoordeling 
26-11-2009
Het wordt wel het Serengeti van Spanje genoemd: Cabañeros. Hoewel reisboekenschrijver en gids Jaap Scholten dit nationale park in het hart van Spanje al tientallen malen bezocht, is hij elke keer weer onder de indruk van het landschap, de kudden herten en de enorme vogelrijkdom.
Tekst Jaap Scholten
Ruim veertien jaar geleden kwam ik voor het eerst in Cabañeros, net nadat het tot nationaal park was uitgeroepen. De ongeveer 40.000 hectaren grote streek in het hart van Spanje, in het berggebied Montes de Toledo, gaf mij het gevoel aan het einde van de wereld te zijn beland. De weg ernaartoe zat vol gaten, in de dorpen leek het of de tijd had stilgestaan, en het bezoekerscentrum was gevestigd in een oud gebouwtje met een paar vergeelde posters van een zwarte ooievaar en een keizerarend. Je werd er rondgereden in een landrover die ook zijn beste tijd had gehad, en vier uur op de achterbank was flink afzien.
De parkgidsen en chauffeurs hebben een encyclopedische
kennis van de natuur en het oog van een havik
|
Het landschap met zijn afgeplatte, evenwijdig aan elkaar gelegen bergketens met brede dalen daartussen maakte alles goed: eindeloos, opvallend groen en on-Europees. Overal bloemenvelden, oerbossen en daarboven een staalblauwe hemel vol roofvogels: als ik een beschrijving zou moeten geven van het Spanjegevoel, dan zou dit het zijn.
Maar het jaar 1995 is lang geleden. De weg naar Cabañeros is de afgelopen jaren verbreed en vernieuwd, het Centro de Visitantes is nu een modern bezoekerscentrum met de laatste audiovisuele snufjes, en de gammele landrovers van weleer zijn vervangen door comfortabele 4WD’s.
Niet op eigen houtje
Sinds die eerste keer in 1995 heb ik Cabañeros al tientallen keren bezocht en verkend: te voet, met een terreinwagen, ’s ochtends vroeg, laat in de namiddag, en in alle seizoenen. Altijd met een gids, want Cabañeros is één van de drie Spaanse nationale parken waar je niet zomaar op eigen houtje kunt rondstruinen.
Die terreinwagenexcursies zijn echte ‘safari’s’, die beginnen op La Raña, een enorme vlakte tussen twee bergketens met verspreid staande eiken, in het midden van Cabañeros. De kuddes herten en groepen gieren die iedere namiddag op La Raña te spotten zijn, heeft Cabañeros de bijnaam ‘het Serengeti van Spanje’ opgeleverd.
Kenmerkend voor Cabañeros is het bosque mediterráneo, Spaans voor een mediterraan bos van onder meer steen-, kurk- en donseiken, rozemarijn, pioenrozen en brem. Maar ook typerend is de fauna. Cabañeros heeft namelijk de grootste hertenpopulatie van West-Europa en is één van de belangrijkste leefgebieden van enkele bedreigde vogelsoorten.
De parkgidsen en chauffeurs zijn stuk voor stuk geboren en getogen in de Montes de Toledo, hebben een encyclopedische kennis van de natuur en het oog van een havik.
Voor edelherten hoef je misschien niet helemaal naar Spanje,
maar je ziet ze hier wel in een schitterend decor
|
Op een van mijn eerste excursies stopten we zomaar ergens, waarna een telescoop in stelling werd gebracht en ik met een brede grijns werd verzocht te kijken. Ik zag een Iberische keizerarend op z’n nest in de kruin van een oeroude kurkeik. Hij keek zoals alleen een arend kan kijken: trots, streng en op z’n hoede. Een prachtdier dat, zoals de naam al doet vermoeden, alleen op het Iberisch Schiereiland voorkomt. In de jaren zeventig werd deze trots van Spanje’s roofvogels nog met uitsterven bedreigd, maar een actief beschermingsbeleid heeft ertoe geleid dat de populatie op dit moment stabiel is.
De keizerarend en de monniksgier – een andere vogel die hier geregeld gesignaleerd wordt – zijn slechts twee in een indrukwekkende rij soorten die de parkcatalogus telt. Zo heb ik de afgelopen jaren ook de vale gier, de steenarend, de slangenarend, de havikarend, de zwarte ooievaar, de grijze wouw, de kleine trap, de hop, de scharrelaar, de bijeneter en de blauwe ekster kunnen afvinken. Voor Hollandse begrippen geen alledaagse vogels. En dan zijn er natuurlijk tal van zoogdieren en reptielen, zoals de parelhagedis. Toegegeven: voor edelherten hoef je misschien niet helemaal naar Spanje, maar je ziet ze hier wel in een schitterend decor.
Eikenbossen vol pioenrozen
Ieder seizoen heeft in Cabañeros zijn charme, maar het voorjaar blijft wat mij betreft de beste tijd voor een bezoek, na de overvloedige herfst- en winterregens. De open velden veranderen dan namelijk in één grote bloemenzee; rozemarijn, kuiflavendel en tijm verspreiden een bijna bedwelmende geur, en de eikenbossen staan vol bloeiende pioenrozen. Een bijkomend voordeel is dat de dieren erg actief zijn in het voorjaar, de dagen al lekker lang zijn, en de temperatuur over het algemeen ideaal is. Kortom, voldoende reden om juist in dit jaargetijde dit onbekende deel van Spanje eens te gaan verkennen.
Parque Nacional de Cabañeros
Het Parque Nacional de Cabañeros ligt in de Montes de Toledo, een berggebied op de grens van de dunbevolkte provincies Toledo en Ciudad Real, ca. 150 km ten zuidwesten van Madrid.
In het dorp Horcajo de los Montes wordt in 2010 een nieuw bezoekercentrum geopend.
U kunt het park niet per eigen auto in. Kosten voor een ca. 3 uur durende terreinwagenexcursie o.l.v. een Spaanssprekende gids: ± € 12,50. Reserveren vooraf is aan te raden (tel. 0034 926 775384; alleen Spaanstalig). Het is wel mogelijk om op eigen gelegenheid in het park te wandelen; informatie daarover kunt u bij het bezoekerscentrum krijgen.
Toledo & Guadalupe
Wie Cabañeros bezoekt, combineert dit vaak met een kennismaking met de steden Toledo en Guadalupe, beide op ca. 2 uur rijden van het nationale park.
Het historische Toledo is vooral bekend vanwege het panorama over de oude stad, dat ronduit spectaculair te noemen is. De oude stadskern vormt, door de ligging op een hoog plateau in een bocht van de rivier de Taag, een afgesloten geheel. Wie het schilderij Zicht op Toledo van El Greco bekijkt, ziet dat het panorama sinds de 16de eeuw niet wezenlijk is veranderd. De geschiedenis van de stad gaat terug tot voor de jaartelling, maar Toledo kwam met name tot bloei in de periode van de Romeinen, de Westgoten en de Moren. In de 11de eeuw werd de stad door de Castilianen terugveroverd op de Moren. Tweemaal was Toledo hoofdstad van Spanje: tijdens de overheersing door de Goten (5de - 8ste eeuw) en kort tijdens de regeerperiode van Karel V. Toledo presenteert zichzelf als Ciudad de las Tres Culturas, stad van de drie culturen, waarmee wordt verwezen naar de eeuwenlange periode waarin christenen, joden en islamieten vreedzaam samenleefden. De twee synagogen, een moskee uit de 10de eeuw en één van de indrukwekkendste kathedralen van Spanje behoren dan ook tot het belangrijkste culturele erfgoed. Toledo, door de Unesco verklaard tot werelderfgoed, is hoofdstad van Castilla-La Mancha, één van de zeventien autonome regio’s waarin Spanje is verdeeld. De stad telt 80.000 inwoners en ligt 70 km van Madrid. Tussen beide steden loopt een hogesnelheidstrein. Toledo is een toeristische trekpleister en de infrastructuur is navenant.
Het stadje Guadalupe ligt diep verscholen in de Sierra de Guadalupe, een uitloper van de Montes de Toledo in de regio Extremadura. Het stadje zou waarschijnlijk in de vergetelheid zijn geraakt, ware het niet dat een lokale herder in de 13de eeuw hier een beeld vond van een zwarte Madonna die in de 8ste eeuw, tijdens de invasie door de Moren, zou zijn verborgen. Bij de vindplaats werd een kapel gebouwd en Guadalupe stond op de kaart. De kapel werd een klooster dat meer weg heeft van een sprookjeskasteel dan van een religieus bouwwerk, en de populariteit van de zwarte Madonna van Guadalupe steeg tot ongekende hoogte. Ze is Patrones van Extremadura en Reina de la Hispanidad, koningin van de Hispaanse wereld, want ook Zuid-Amerika is erg devoot aan Onze Lieve Vrouwe van Guadalupe. Columbus ging in bedevaart naar Guadalupe als dank voor een behouden thuiskomst, en vele anderen, waaronder conquistadores en koningen, volgden zijn voorbeeld. Het Guadalupe van nu is een aangenaam stadje met een klooster vol kunstschatten en een prachtige omgeving met diverse wandelmogelijkheden.
auteursinfo
Jaap Scholten woont sinds 1995 in Spanje. Hij heeft diverse reisboeken over het land op zijn naam staan en begeleidt er reizen.