LifestyleReizenReisverhalenSyrië
Reisverhalen RSS Archief

Syrië 

Bekeken 682
Reacties 0
Beoordeling 0 keer beoordeeld
27-02-2010

Het eten is er uitstekend, de bevolking is heel vriendelijk en voor toeristen is het er veilig. Dirk-Jan van Baar bezocht voor Arts & Auto Syrië, en beleefde een onvergetelijke reis in wat onmiskenbaar een ‘solide politiestaat’ is maar ook een land dat met zijn unieke historisch erfgoed Egypte en Turkije toeristisch naar de kroon kan gaan steken.

 

Tekst Dirk-Jan van Baar

 

Na een reis van meer dan 26 uur, door een gemiste overstap in Praag, bleek er op het vliegveld van Damascus niemand die ons opwachtte. Lastig, want ondanks een officiële invitatie hadden wij geen visum, wisten wij niet welk hotel er was geboekt en sprak de douane alleen Arabisch. Wel lachten vader Hafez al-Assad, dictator van 1970 tot zijn dood in 2000, en diens zoon Basjar, de huidige president, ons van alle muren toe.

 

De Ba’athpartij waakt steeds over je,
en heeft het beste met zijn gasten voor 

Net toen we dachten dat we echt in de problemen zouden komen, dook ineens onze reddende engel van het ministerie van Toerisme op. Een vriendelijk lachende man die er met onze paspoorten vandoor ging, ons gebood niets te betalen, weer achter de coulissen verdween en na een kwartier verontschuldigend kwam melden dat we toch vijftig dollar voor de visa moesten neertellen. Vijftig euro was ook goed.

 

Twee Nederlandse journalisten die vergeefs op hun contactpersoon hadden staan wachten, sloten zich bij ons aan; en na opnieuw het nodige oponthoud – hun bagage was niet aangekomen – bleek er een heuse touringcar voor ons klaar te staan. In die bus werd ons verteld dat het ‘Silk Road Festival’, waarvoor wij samen met zo’n 150 andere buitenlandse journalisten waren uitgenodigd, voor de autoriteiten een enorme organisatorische klus was. Syrië moest er toeristisch door op de kaart worden gezet.

 

Ontspannen sfeer

Mij trof de tekening van Basjar in de voorruit van de bus: sinister, ongeschoren en met zonnebril. Een flink deel van het Syrische wagenpark bleek met zo’n beeltenis te zijn uitgerust. Basjar studeerde een tijdlang voor oogarts, maar werd alsnog voor het presidentschap klaargestoomd nadat zijn oudere broer Basil in 1994 bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen.

 

De alomtegenwoordigheid van de Assaddynastie had al snel iets geruststellends: zo weet je dat de Ba’athpartij over je waakt en het beste met zijn gasten voor heeft. Als ons íets zou verbazen tijdens ons verblijf van een week in Syrië, dan was het de ontspannen sfeer in dit land. Rust en orde waren gewaarborgd. Anders dan in Egypte voelde je nergens dreiging. Dieven, bedelaars, opdringerige verkopers en schoenpoetsers: ze leken niet te bestaan.

 

Syrië is een solide politiestaat, met gehoorzame en vriendelijke bewoners. Wie zich keurig aan de regels houdt (wij deden niet anders), heeft helemaal niks te vrezen. Dit klinkt misschien cynisch, maar wie alleen op eigen voorwaarden op reis wil, moet zijn actieradius beperken tot de westerse wereld. Als toerist en reisjournalist ben je bovendien in een land als Syrië vanzelf van een vip-status verzekerd, en dat ‘geheel verzorgde’ is best aangenaam.

 

Mooie kerken en een synagoge

Damascus lijkt als twee druppels water op een doorsnee Turkse stad – een erfenis uit de tijd toen Syrië nog deel was van het Ottomaanse Rijk. In 1916 werd het land een Franse kolonie, tot 1946, en ook dat zorgt voor een sfeer van koloniale romantiek die je ook nu nog steeds kunt proeven. In de hal van ons hotel speelde een pianiste Schubert, en in de bar werd alcohol geschonken.

 

Het christelijke aspect bleek levendiger dan wij hadden verwacht 

De oude stad van Damascus vonden wij charmant, ontspannen en goed op eigen houtje te ontdekken; ook de soek bleek zeer de moeite waard. Net als de Turkse Republiek staat ook het Syrische Ba’athregime voor scheiding tussen kerk en staat, waardoor het islamitische karakter van Damascus binnen de perken blijft. De Omajjadenmoskee is een van de mooiste bouwwerken van de moslimwereld, maar je vindt er ook mooie (Armeense en Orthodoxe) kerken.

 

Dat christelijke aspect bleek levendiger dan wij hadden verwacht, en geeft Syrië een veelzijdig gezicht. Binnen het Nationale Museum viel zelfs het interieur van een synagoge te bezichtigen, ook al zijn er Syrië nauwelijks nog joden.

 

Graag hadden we meer van Damascus gezien, maar een onverbiddelijke reisschema dreef ons naar Palmyra, een van de best bewaarde ruïnesteden uit de Oudheid, in een oase in de Syrische woestijn. Ze doen hier hun best om de ingestorte pilaren en tempelfaçades weer overeind te zetten. Puristen hebben hier bedenkingen bij, maar je krijgt zo wel een idee wat voor handelsstad Palmyra geweest moet zijn.

 

Verwoest

Onderweg in desolaat gebied was de Irakese grens niet ver weg, net als de stad Deir Ez-Zur aan de Eufraat, waar de Israëlische luchtmacht twee jaar eerder een nucleaire installatie zou hebben gebombardeerd. De spanningen van het Midden-Oosten dringen zich in Syrië telkens op, ook al kun je daar niet vrijuit over spreken. Zo waren we ook in Hama, een stad die in februari 1982 in handen van de Moslimbroederschappen dreigde te vallen. President Assad liet Hama toen vanuit de lucht bombarderen, waarbij tussen de 5000 (volgens de autoriteiten) en 40.000 (volgens opstandige moslims) doden vielen.

 

Nu maakt de stad een vredige indruk, met theetuinen en terrassen. Van de verwoeste delen in de oude stad, waaronder de grote moskee, kregen we slechts een vermoeden, maar er waren ook pittoreske, doolhofachtige straatjes. Prachtig was het Azempaleis (1743), waar ooit de Ottomaanse gouverneur huisde. Beroemd is Hama door noria’s, reusachtige houten waterwielen uit de vierde eeuw in de Orontes (waarvan er in 1982 een paar beschadigd werden).

 

Syrië’s Middellandse Zeekust, waarover reisboekjes weinig lovend zijn, stond niet op het programma. Wél gelukkig het berggebied bij de grens met Libanon, waar we de Krak des Chevaliers bezochten, een kolossale kruisvaarderburcht uit de twaalfde eeuw. Dit gebied vol zomerhuizen kent nog veel christelijke sporen: overal staan kerken en heiligenbeelden.

 

Ook iets mondains

Een christelijk element is er ook in Aleppo, in het noordwesten niet ver van de Turkse grens. Na de Turkse genocide, begin vorige eeuw, op de (overwegend christelijke) Armeniërs in Oost-Anatolië, kwamen de weinige overlevenden terecht in deze oude handelsstad, die al een Armeense gemeenschap kende.

 

Ons bezoek aan Aleppo, de tweede stad van Syrië, bleef na een lange reis tot een middag beperkt omdat we ’s avonds weer terug moesten naar Damascus. Hierdoor konden we weinig van de stad zien. Maar alleen al de grote moskee loonde de moeite, en de oude binnenstad, met een geheimzinnige soek en een goed geconserveerde citadel, bleek een kruispunt van culturen. Opvallend was hier de grote hoeveelheid gesluierde vrouwen, alsof de islam hier sterker is dan in de hoofdstad. Maar tegelijk had Aleppo ook iets mondains, met drukke winkels, restaurants en veel verkeer.

 

Dit laatste was sowieso een indruk die wij aan Syrië overhielden. Het land maakt een modernisering door, en zag de afgelopen vijftien jaar zijn bevolking stijgen van dertien naar twintig miljoen. Voeg daarbij de anderhalf miljoen vluchtelingen uit Irak, die vooral in Damascus zitten, en het wordt duidelijk dat dit tot voor kort naar binnen gerichte land bezig is om uit zijn winterslaap te ontwaken.

 

Tot grote stromen buitenlandse bezoekers heeft dit nog niet geleid. Daarvoor zijn de hotelfaciliteiten te beperkt, en heeft Syrië een te slecht imago in het Westen. De opzichtige plakkaten van vader en zoon Assad in gezelschap van Hezbollahleider Hassan Nasrallah helpen niet om het beeld een van schurkenstaat weg te nemen.

 

Geduld helpt

Maar het land heeft wel degelijk toeristisch potentieel. En als het iets van zijn politieke paranoia tegenover het Westen zou kunnen afschudden, kan het door zijn culturele erfenis een beter alternatief worden voor Egypte of Turkije. Wij maakten er een onvergetelijke reis, ondanks een gids die nooit van onze zijde week, en ondanks een grote hoeveelheid misverstanden waardoor de simpelste dingen hopeloos ingewikkeld werden.

 

Maar dit hoort bij de charme van de ondoorgrondelijke Oriënt. En de ervaring leerde dat net als je hier je buik van vol had, de karavaan weer in beweging kwam en alles toch ongeveer zo liep als de bedoeling was. Dat moet je gewoon even doorkrijgen. Zonder geduld vaart niemand wel, en hadden die handelaren in de Middeleeuwen ook nooit de zijderoute afgelegd.

 

Praktisch
  • Er zijn geen rechtstreekse vluchten meer van Schiphol naar Damascus. U dient daarom rekening te houden met minimaal een overstap (bijvoorbeeld in Praag, Wenen of Boedapest).
  • Het Syrische pond is niet inwisselbaar, en de geldautomaten (die er wel zijn) werkten tijdens ons verblijf niet. Neem daarom contanten in dollars of euro mee. Het prijspeil is laag.
  • Syrië is individueel te bereizen met een huurauto, al dan niet met chauffeur. De wegen zijn redelijk, al moest onze chauffeur vaak de weg vragen en laat de bewegwijzering (op doorgaande routes ook in het Engels) te wensen over. De rijstijl van de Syriërs is roekeloos, macho en onvoorspelbaar.
  • Eten is in heel het Midden-Oosten belangrijk. De oriëntaalse keuken tijdens onze reis was goed, veelzijdig en overdadig. Alcohol is tegen westerse prijzen in hotelbars verkrijgbaar, Syriërs spoelen hun maaltijden weg met cola, glaasjes prik en mineraalwater.
  •  Taxi’s zijn spotgoedkoop, fooien worden gewaardeerd.
  • De bevolking is erg vriendelijk, in sterk contrast met het slechte imago van het regime.
  • Bruiloften en partijen in de grote hotels kunnen de hele nacht luidruchtig doorgaan. Wie daar niet tegen kan, neemt oordoppen mee.
  • De Syrische eenpartijstaat heeft naast een seculiere ook een socialistische kant. Dit betekent veel bureaucratie. Wees niet boos als bij het (langdurige) inchecken op het vliegveld sommige Arabisch sprekenden ineens voordringen. Zo gaat dat.

 

 

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties

Reageren?