PrivédomeinReizenReisverhalenWildkamperen in de Australische Outback
Reisverhalen RSS Archief

Wildkamperen in de Australische Outback 

Bekeken 2102
Reacties 2
Beoordeling 4 keer beoordeeld
25-09-2009

De Australische Outback is één van de meest verlaten plekken op aarde. Wie hier rondreist, moet volgens auteur Thijs Heslenfeld voor zichzelf kunnen zorgen. Maar wie het aandurft, zal ervaren dat juist dat één van de grote verleidingen is.

 

Tekst en fotografie Thijs Heslenfeld

 

Thijs' Tips

Een aantal praktische tips van Thijs Heslenfeld over rijden in Australië, enge beesten, wildkamperen en wat u het best kunt meenemen. lees verder

Het is half vijf ’s middags en ik rij met 100 km/u over een stoffige gravelweg. Links van me verdwijnen langzaam maar zeker de heuvelruggen van de Gammon Ranges uit zicht, voor me ligt één uitgestrekte, lege vlakte. Af en toe werp ik een blik in de spiegel om te genieten van de enorme stofwolken die de auto opwerpt – prachtig uitgelicht door het oranje zonlicht van de laagstaande zon.

 

Het is moeilijk voorstelbaar dat ik nog geen week geleden met mijn gehuurde bushcamper door Adelaide reed, met al z’n files, haast, drukte en getoeter. Niet veel later reed ik door de Clare Valley, onder wijnliefhebbers bekend om de prima Rieslings. Keurige mensen, chique restaurantjes, dure auto’s en golfbanen. Daarna begon het platteland – Mercedessen en BMW’s maakten plaats voor stoere Toyota fourwheeldrives. In plaats van druiven en gewassen zag ik nog wat grazende schapen.

 

En na Peterborough hield ook het asfalt op. Sindsdien bevind ik me in de Outback. Een wereld zonder prikkeldraad, flitspalen, invoegstroken of weeralarmen. Geen sms, geen radio, geen internet. En ook geen McDrives. In de Outback moet je het allemaal zelf uitzoeken.

 

Ik heb net twee dagen wildgekampeerd in de Flinders en Gammon Ranges: twee fantastische nationale parken. Beide keren stond ik helemaal alleen. Ik heb een schitterende 4WD-route door de Gammon Ranges gereden: de hele dag kwam ik niemand tegen. En één blik op de kaart maakt duidelijk dat het de komende weken nóg verlatener zal worden…

 

Onwennig

Zoveel ruimte en vrijheid, dat is voor een Nederlander soms maar moeilijk te bevatten. De eerste dagen zijn dan ook wat onwennig. Mijn lichaam en geest moeten wennen aan de ongekende leegte en rust. Als mijn darmen rommelen van de honger, denk ik dat het trilalarm van mijn mobieltje afgaat (maar die werkt hier nergens). Ik hoor continu het autofocuspiepje van m’n digitale camera’s – maar het blijkt een insect te zijn. En elk windvlaagje tijdens een doodstille avond bij het kampvuur doet me opschrikken: komt er een auto aanrazen? Pas na een paar weken verdwijnen deze automatismen.

 

Ik moet ook wennen aan de stilte en het idee dat de dichtstbijzijnde mensen misschien wel 100 of 200 kilometer verderop zitten, of nog verder. De eerste dagen loop ik nog rond met een mp3-speler, en ’s avonds lees ik boeken. Maar ook dat houdt allemaal op. Na verloop van tijd wil ik helemaal geen muziek meer horen. Ik kan uren achter elkaar in de vlammen van m’n vuur staren, zonder iéts te doen. En aan lezen heb ik ook geen enkele behoefte meer.

 

De schoonheid van de natuur is overweldigend. Onbetaalbare zonsondergangen, onwerkelijke sterrenhemels, talloze vallende sterren. Ik zie de maan wassen en weer krimpen. En zelfs op de meest droge en kale plekken is er altijd leven. Kaketoes en papegaaien, prachtige hagedissen, dingo’s, wilde paarden, emoes, ezels, soms een slang en zelfs kamelen.

 

Mensen zie je hier niet veel meer. Auto’s kom ik op deze tracks zelden tegen, dorpen zijn er vrijwel niet. De spaarzame bewoners hier zijn de veeboeren, maar ook daar zijn er niet veel van, want een beetje cattle station hier is al gauw zo groot als Gelderland. In de droogste gebieden is hooguit voldoende eten voor één koe per vierkante kilometer.

 

4WD met alles erop en eraan

Mijn gehuurde bushcamper is het ideale vervoermiddel voor de Outback. Het is in de eerste plaats een stoere 4WD, die goed is aangepast aan ruige omstandigheden: extra brandstoftanks, een zware turbodieselmotor, bodembescherming, een bullbar om aanrijdingen met wild op te vangen (ook handig om brandhout in stukken te breken) en een hoge snorkel of luchtinlaat, zodat je moeiteloos door diep water kunt rijden.

 

Maar de bushcamper is óók een minuscuul woonhuis met alles erop en eraan:. Watertanks, een tweepitsfornuis, een koelkast die tegen een stootje kan én een prima tweepersoons bed. In het begin is het nog wel even woekeren met de ruimte, maar als ik eenmaal mijn draai gevonden heb, is het heerlijk om je hele leven terug te brengen tot een paar vierkante meter. Je kunt het ding letterlijk overal kwijt. Als ik ergens in de verte een indrukwekkende berg zie of een groen valleitje, hobbel ik er dwars door het landschap simpelweg naartoe. En zo overnacht ik moederziel alleen op de mooiste locaties. Plekken ook, waar misschien nooit eerder iemand kampeerde.

 

The Pink Roadhouse

Weer een week verder. Ik bevind me nu op de Oodnadatta Track, een gravelweg van ruim 600 km die westelijk van de Simpsonwoestijn loopt. Het is hier veel drukker: soms kom ik wel twee auto’s tegen binnen een uur! Het landschap blijft me verbazen. Zelfs de kleur van de track verandert voortdurend: soms groenig, soms rood, dan weer fel wit en twee minuten later pikdonker.

 

De ‘Oodnadatta’ volgt de route van de oude Ghan spoorlijn die in 1980 werd gesloten. De rails werden verwijderd, maar de uitgedroogde bielzen liggen er nog, net als een hele reeks verlaten stations en andere oude gebouwen.

 

The Pink Roadhouse in het dorpje Oodnadatta is een belangrijke mijlpaal op deze route. Eigenaar Lynnie Trevillian vestigde zich hier in de jaren zeventig, nadat ze er tijdens een soort hippietoer met kamelen was beland met haar vriend Adam. Nu runt ze het bekendste roadhouse van Australië - niet alleen een tankstation en een winkel, maar ook een ontmoetingsplaats, postkantoor, roddelplek, garage, camping en motel.

 

“We willen mensen graag laten zien dat de Outback ook fun kan zijn”, vertelt Lynn. “Voor veel mensen – ook Australiërs – is dit een onbekende wereld waar ze bang voor zijn. Maar als je je zaken goed regelt en je goed voorbereidt, kun je hier de tijd van je leven hebben. En daar willen we graag aan bijdragen.”

 

Toen de spoorlijn ophield te bestaan, leek Oodnadatta ten dode opgeschreven. Maar dankzij de ondernemingslust van Lynn en Adam staat het dorpje weer – letterlijk – op de kaart. Het oude station is nu een aardig museum, met interessante zwart-witfoto’s vol geschiedenis. En het roadhouse zelf is een leuke plek om een paar uur rond te hangen en een hamburger en een kop koffie te nuttigen.

 

Luxe resort

“Alstublieft, uw salade. Nog een glaasje chardonnay, of gaat u al over op de sauvignon blanc?” Vannacht lag ik nog te slapen in mijn stoffige Toyota, nu gebruik ik een fantastische driegangenlunch, begeleid door een reeks soepele wijnen. Ik drink al drie weken uit hetzelfde glas, en nu heb ik er opeens drie voor m’n neus staan. Airconditioning, dikke servetten en een luchtig achtergrondmuziekje. Wat een contrast!

 

Longitude 131 is één van de meest exclusieve resorts van Australië. Opgebouwd als een tot in de puntjes verzorgd tentenkamp, met een fenomenaal uitzicht op Uluru of Ayers Rock. Ik ben deze kant opgekomen omdat een bezoekje aan Uluru toch niet mocht ontbreken. Wild kamperen is in deze toeristische hotspot onmogelijk en het leek me aardig om dan maar een paar dagen echt verwend te worden.

 

Longitude telt 12 tenten, maar met kamperen heeft dit helemaal niets te maken. Het resort legt zijn gasten volledig in de watten, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. De excursies krijgen ook een exclusief tintje. Nippend aan een glaasje champagne bewonderen we de zonsondergang bij Uluru. En de zonsopgang bij de prachtig gevormde rotsen van Kata Tjuta wordt begeleid door een prima verzorgd ontbijtje op locatie.

 

Eén van de hoogtepunten is het diner onder de sterrenhemel. Ook weer op een prachtige plek, met alle gasten samen aan één lange tafel. De chef bereidt de maaltijd ter plekke, in het maanlicht, zodat onze ogen echt helemaal aan de duisternis kunnen wennen.

 

Natuurlijk is het heerlijk om weer ’s echt verwend te worden. En een enorm schoon bed en een luxe badkamer zijn ook meer dan welkom. Maar toch. Als ik Longitude na drie dagen weer achter me laat om opnieuw de Outback in te trekken, ben ik eigenlijk blij dat het erop zit.

 

Diezelfde avond zit ik weer ergens in de bush. Het houtvuurtje knettert, in de verte huilen een paar dingo’s, de maan komt net op. Vanavond op het menu geen lamsfilet in krokant kruidenkorstje, maar chili con carne, bereid met corned beef en begeleid door een glas wijn uit een kartonnetje. Ik laat de rust en de stilte weer goed op me inwerken en kom tot de conclusie dat ik dít toch leuker vind. Zoals een oudere Aboriginal het eerder tegen me zei: “De woestijn is van ons allemaal en voor ons allemaal.” En dat is precies wat ik hier ervaar.

Thijs' Tips

1.Rijden in Australië
Rijden over dirt roads is niet moeilijk, maar er zijn wel wat handigheidjes die je moet kennen. Bij oncomfortabele ‘wasborden’ (ribbels overdwars) kan het handig zijn om juist gas bij te geven, zodat je net een snelheid bereikt waarbij de auto als het ware boven de ribbels 'zweeft'. Onverhoedse stuurbewegingen zijn nooit verstandig op losse ondergrond en natuurlijk vermijd je alle losliggende keien en stenen, zeker de scherpe. Anticiperen is belangrijk, want hard remmen op een wasbord is dramatisch; de auto gaat dan zo schudden en trillen dat het voelt of hij binnen enkele seconden uit elkaar zal vallen.

2. Wat neemt u mee?
Water is het allerbelangrijkste en verder alles dat een beetje houdbaar is. De bushcamper beschikt weliswaar over een ijskastje, maar als dat het begeeft, bent u toch aangewezen op blikvoer, eieren, houdbare melk en dat soort zaken. Eenmaal in de outback vindt u hooguit een paar eenvoudige winkeltjes met wat blikken en pakjes: verse producten zijn er uiterst schaars. Daarom is het een goed idee om bij de laatste echte supermarkt goed in te slaan. Koop vooral stevige verpakkingen: plastic flessen (melk, sinaasappelsap) geven veel minder kans op vervelende lekkages dan pakken. Koop vooral fruit en groente die u goed kunt bewaren, bijvoorbeeld granny’s, wortelen, sinaasappels en uien.

3. Enge beesten
Australië heeft een reputatie op het gebied van enge beesten, en die zitten er inderdaad. Maar met een beetje gezond verstand loopt u weinig risico. Dus: hoge schoenen aan, niet door struikgewas lopen, voorzichtig zijn met hout sprokkelen en in het donker altijd met een hoofdlampje lopen. In het noorden zitten ook krokodillen, dus daar moet u de waterkanten vermijden en nóóit gaan zwemmen in water waarvan u niet zeker weet dat het veilig is. Waarschijnlijk zult u trouwens het meeste last hebben van een onschuldig insect: de vlieg.
 
4. Wildkamperen
Wildkamperen hoort erbij als u in de outback reist. De spaarzame campings vindt u alleen in de buurt van dorpen, dus heel ver van elkaar en niét op de mooiste plekken. In national parks vindt u ook bushcampings: officiële kampeerplaatsen zonder toezicht, maar met een paar eenvoudige faciliteiten. Handig als u niet helemaal alleen wilt zijn. Betalen gebeurt hier met een ‘honesty box’. Persoonlijk ga ik het liefst een paar honderd meter van de gravelweg staan op een plek zonder bodembegroeiing, zodat ik goed kan zien waar ik loop. Ik zoek ruim vóór zonsondergang een plaats, zodat ik de tijd heb om rustig kamp te maken, hout te zoeken en alvast te koken. Een vuurtje is leuk en gezellig, maar let erop dat u geen bosbranden veroorzaakt.  

 

praktisch
  • De Australische winter (ongeveer april - oktober) is de beste tijd voor een bezoek aan de Outback. Daarbuiten kan het niet alleen vreselijk heet zijn, maar (in het noorden) ook zo nat dat reizen praktisch onmogelijk wordt. 
  • Kiest u voor een reis door het hart van Australië, dan kunt u dit ‘the hard way’ of ‘the easy way’ doen: in plaats van onverharde gravelwegen kunt u ook kiezen voor de Stuart Highway. Deze is helemaal geasfalteerd, van Adelaide aan de zuidkust tot Darwin in het noorden. En er bestaan volop mogelijkheden voor een middenweg: af en toe het asfalt, af en toe één of twee dagen onverhard.
  • Voor wie dat een veilig idee vindt: u kunt bij de meeste camperverhuurbedrijven een satelliettelefoon en/of een satellietnoodzender (EPIRB) huren (circa 10 euro per toestel per dag).
  • www.australia.com is de prachtige officiële website van Tourism Australia: hét startpunt voor elke trip. De in dit artikel beschreven Northern Territories en South Australia hebben ook eigen sites: www.travelnt.com en www.southaustralia.com. Tenslotte twee goede websites met heel veel informatie over reizen in de Outback: www.Outback-australia-travel-secrets.com  en www.exploroz.com.
Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties (2)

e.v.d.weyde12-01-2011 | 10:47
mooi, hele belevenis
Rosita14-10-2011 | 08:45
Hoi Thijs,
Wat een verhaal, wat een avontuur. Ik kan me zo voorstellen dat je er zo weer naar terug zou willen. Stilte, de natuur en het enige waar je aan hoeft te denken zijn de basis levensbehoeften. Maar vooral het besef dat veel van wat je in je 'normale' leefomstandigheden denkt nodig te hebben totaal niet noodzakelijk blijkt te zijn. Een ervaring die ik wel graag zou willen alleen weet ik niet goed waar te beginnen (even afgezien dat ik een man, drie kids, een baan en de hele rataplan dat daar aan verbonden is, heb). Mocht je tijd hebben dan zou ik graag willen weten hoe jij jouw avontuur hebt aangepakt...hoe ben je begonnen?
Trouwens, ik was gewoon aan het surfen en zoeken naar mogelijkheden tot outback camping en kwam jouw artikel tegen dat zo smakelijk is geschreven dat ik wel meer zou willen weten :)

Reageren?