Zorg in verkiezingstijd
Bekeken 1656
Reacties 0
Beoordeling 
28-05-2010
Politieke partijen spreken zich uit in programma’s
Woensdag 9 juni ging Nederland naar de stembus voor een nieuwe Tweede Kamer. Wat heeft de politiek in petto voor de gezondheidszorg? Een overzicht.
Tekst Roel Notten
Wat stemmen de VvAA leden?
VvAA zijn rechtsgeoriënteerd in het politieke spectrum en stemmen vooral VVD en CDA. Dit blijkt uit een korte ledenenquête die VvAA onlangs hield onder haar leden. lees verder
Online check
Wilt u zelf checken welke politieke partij het beste bij uw opvattingen past, bezoek dan de site van Stemwijzer.nl of Kieskompas.nl. Voor studenten is er nu ook Studentenkieswijzer.nl, een initiatief van studentenvakbond LSVb. |
De afgelopen maanden is er door de verschillende partijen druk geschreven aan de verkiezingsprogramma’s. In volgorde van het huidige aantal Kamerzetels vindt u hieronder de belangrijkste plannen op het terrein van de gezondheidszorg van de acht grootste politieke partijen in de Tweede Kamer.
In de visie van het CDA wordt meer en meer zorg niet langer los maar via de keten gefinancierd: medisch specialistische zorg, verpleging, diagnostiek, farmacie en hulpmiddelen zouden volgens de christendemocraten via ketens gefinancierd moeten worden. Verder pleit het CDA voor een op te richten kwaliteitsinstituut dat richtlijnen verstrekt voor behandelingen in de cure en care. Consumenten en verzekeraars kunnen met deze informatie bewuster de beste zorg selecteren. Overige programmapunten van het CDA:
- De raad van bestuur van een zorgorganisatie wordt verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van geleverde zorg.
- Invoering EPD (elektronisch patiëntendossier).
- Uitbreiding opleidingscapaciteit medisch specialisten.
- Het CDA wil de financiering van de zorg zo wijzigen dat zorg dichtbij, in de eerste lijn, lonend wordt. Hoe precies wordt niet duidelijk.
- Gespecialiseerde verpleegkundigen en wijkverpleegkundigen krijgen door taakherschikking een belangrijkere rol.
- Het budgetsysteem wordt afgeschaft en ziekenhuizen worden bekostigd op basis van geleverde zorg via uitbreiding van het B-segment (tot hoever is niet duidelijk).
Als het aan de PvdA ligt, keren de budgetten terug in de zorg en krijgen burgers invloed op het beleid van zorginstellingen via de maatschappelijke onderneming. In dit nieuw in te voeren besturingsmodel voor zorginstellingen participeren, in de visie van de sociaaldemocraten, patiënten- en cliëntenvertegenwoordigers. Verder wil de PvdA geen winst en aandeelhouderskapitaal in de zorg. Niet de markt, maar de overheid garandeert toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Dit komt tot uiting in de spreiding van het aantal medische voorzieningen over Nederland en het losknippen van de omzet en het inkomen van medisch specialisten. Andere belangrijke punten voor de PvdA:
- In plaats van productie wordt een budgettair kader leidend.
- De kwaliteit van zorg moet inzichtelijk worden gemaakt, maar door wie blijft onduidelijk.
- De numerus fixus voor de opleiding geneeskunde verdwijnt om het ‘kunstmatige’ tekort aan specialisten op te heffen.
- Er komt een inkomensafhankelijke zorgpremie. De zorgtoeslag verdwijnt.
De SP is duidelijk over de koers die zij wil varen: géén marktwerking in de zorg. De socialisten vervangen het systeem van diagnosebehandelcombinaties (DBC’s) en vrije prijzen door financiering op basis van het aantal patiënten en de intensiteit van de zorgvraag. De SP spreekt zich uit voor afschaffing van de numerus fixus voor geneeskunde. Opvallend is verder dat de SP de bevoegdheden van de Inspectie wil uitbreiden (op welke punten is niet duidelijk). Overige punten van de SP:
- Er komt een inkomensafhankelijke ziektekostenpremie.
- Werken in loondienst wordt bevorderd, maar niet verplicht.
- Indicaties worden voortaan gedaan door wijkverpleegkundigen in plaats van ‘logge bureaucratische organen’ zoals het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ).
Een van de opvallende punten uit het programma van de VVD is de introductie van de zogenaamde SOS-arts. Deze mobiele arts moet patiënten aan huis opzoeken. Sowieso dichten de liberalen de huisarts een belangrijke rol als poortwachter toe om de vraag naar medisch specialistische zorg terug te dringen. De VVD verwacht ook veel kosten te besparen door taakherschikking in de eerste en tweede lijn. Overige punten:
- Een eigen risico zorgkosten van maximaal 300 euro per patiënt per jaar.
- Geen eigen bijdrage voor een bezoek aan de huisarts.
- Kwakzalverij moet harder worden aangepakt. Door wie en op welke manier blijft onduidelijk.
- De VVD is expliciet tegenstander van fusies tussen zorgverleners en zorgverzekeraars.
Waar sommige partijen zeer gedetailleerde programmapunten opnemen, beperkt de PVV zich tot de hoofdlijn. De PVV maakt een pas op de plaats en wil vooral rust in de sector. Concreet betekent dit: geen uitbreiding van marktwerking, geen nieuwe stelselwijzigingen en geen EPD. Wel worden de salarissen van specialisten en zorgbestuurders gekort, maar met hoeveel is niet duidelijk. Overige punten:
- De huisarts neemt een deel van de ziekenhuistaken over.
- Het eigen risico zorgkosten wordt niet verhoogd.
- Een pilot voor managementvrije zorginstellingen.
- Eén manager erbij is twee eraf.
Op zorg mag niet worden bezuinigd, vindt GroenLinks. De partij meent dat juist extra geld nodig is om een omslag te kunnen maken naar zorg dicht bij huis. GroenLinks pleit verder voor een verbod op winst in de zorg, ook voor zorgverzekeraars. Overige punten:
- De zorg wordt inkomensafhankelijk gefinancierd. De nominale premie wordt verlaagd, de zorgtoeslag legt het loodje, het eigen risico zorgkosten wordt inkomensafhankelijk.
- Taakherschikking: het verplaatsen van minder complexe zorgtaken van de dure specialist naar de goedkopere huisarts en verpleegkundige.
- ‘Excessieve’ beloningen van medisch specialisten worden aan banden gelegd. Voortaan gaat de specialist in loondienst.
- Diezelfde specialist zou gestimuleerd moeten worden om, in lijn met het preferentiebeleid, de goedkope variant van een geneesmiddel voor te schrijven.
- Tot slot krijgt de overheid in de plannen van GroenLinks een budgetbeheersinginstrument en komen er wettelijke kwaliteitseisen.
‘Inkomensafhankelijk’ is hét sleutelwoord van de ChristenUnie. De zorgkostenpremie wordt inkomensafhankelijk, het eigen risico wordt naar draagkracht vastgesteld (lage inkomens betalen 200 euro, middeninkomens 400 euro, en de hoge inkomens 600 euro) en de partij voert een inkomensafhankelijke eigen bijdrage/risico in voor ziekenhuisverblijf.
- Uit het basispakket verdwijnen de anticonceptiepil voor vrouwen boven de 21 jaar, dieetvoeding en lifestyle geneesmiddelen.
- Zorgvolume is vrij, maar alleen met een eenduidige en controleerbare productomschrijving.
- Winstuitkering hoort niet in de zorg thuis. Daarom: in de zorg geen aandelenvennootschap als rechtspersoonsvorm.
- De beloningsstructuur van medisch specialisten wordt aangepast. Hoe is niet duidelijk.
- Kleinere ziekenhuislocaties die essentieel zijn voor de bereikbaarheid van basiszorg en/of acute zorg blijven gehandhaafd.
Opmerkelijk aan het verkiezingsprogramma van D66 is dat patiënten die niet ziek zijn, gaan sparen voor zorg die zij later nodig hebben. Verder gaan huisartsen minimaal één dag in de week open voor gezinnen met werkende ouders. Verder mogen langetermijnbeleggers investeren in zorginstellingen, maar dan niet via de door CDA en PvdA aangehangen ‘maatschappelijke onderneming’. Overige punten:
- Invoering EPD.
- Anderhalfdelijnsinstellingen in de chronische zorg en inloopcentra in wijken.
- Zorgverzekeraar mag zorgverleners langjarig contracteren.
- Afschaffing ex-post risicoverevening (extra vergoeding voor patiënten met grote gezondheidsrisico’s).
- Oprichting één gezaghebbend kwaliteitsinstituut.
- Uitbreiding vrije prijzen ziekenhuiszorg via 50 procent tot later 70 procent.
| Henk-Jan Ormel (54), dierenarts en sinds 2002 Tweede Kamerlid CDA, nummer 12 op kandidatenlijst
“Ik ben en blijf dierenarts”
“Toen ik nog praktiserend dierenarts was in de Achterhoek, werd ik geconfronteerd met het massale doden van gezonde dieren tijdens de uitbraken van MKZ en varkenspest. Waar we vroeger nog vaccineerden tegen deze ziekten, gold inmiddels een Europees non-vaccinatiebeleid. Uit pure woede hierover stelde ik mij kandidaat voor de Tweede Kamer.
De politiek kan een voorbeeld nemen aan de zorgsector, waarin professionele aandacht voor de meest kwetsbaren vooropstaat. Elk mensenleven, hoe kwetsbaar ook, is altijd volwaardig. Het CDA en ik zien het leven als iets dat wij ontvangen. Medisch-ethische onderwerpen blijven van groot politiek belang. Het is niet louter aan artsen voorbehouden om ethische grenzen te bepalen. Medisch-ethische onderwerpen zijn van algemeen maatschappelijk belang en horen thuis in het politieke debat.
De komende vier jaar ga ik mij hard maken voor een betere samenwerking tussen artsen en dierenartsen. De Q-koortsuitbraak heeft ons weer eens gewezen op het belang (gevaar) van zoönosen. Daarnaast zal het antibioticumgebruik in de veehouderij sterk moeten worden teruggedrongen en zal de dierenarts zijn onafhankelijke rol als hoeder van volks- en diergezondheid moeten waarmaken. Verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn moeten we in Europees verband zien te bereiken waarbij ik mij met name wil inspannen voor het verkorten van de maximale transportduur van levende dieren en een Europees verbod op de castratie van biggen.
Ik ben en blijf, naast mijn Kamerlidmaatschap, dierenarts. Ik heb nog veel contact met dierenartsen en de KNMvD, het zijn niet voor niets mijn collega’s! Ik ben de enige dierenarts in de Tweede Kamer en de beroepsgroep weet mij gelukkig goed te vinden. Als zoon van een huisarts voel ik mij ook betrokken bij medici in het algemeen. In de Tweede Kamer zijn maar weinig collegae met een bèta-achtergrond. Belangrijke thema’s zoals biotechnologie krijgen mede daardoor onvoldoende aandacht in politieke debatten.
In de politiek is je toekomst per definitie ongewis. Bovendien moet je nooit afhankelijk zijn van het politieke ambt. Ik vind het een geruststellend gevoel dat ik morgen weer als waarnemend dierenarts aan de slag kan. Maar de realiteit is dat ik niet meer naar de praktijk zal terugkeren. Ik beschouw het Kamerlidmaatschap als een roeping en vind het een eer om volksvertegenwoordiger te zijn. Ik sta op plaats 12, maar wat er na de verkiezingen gebeurt, ligt nog in de schoot der Goden!”
|
|
Henk van Gerven (55), huisarts en Tweede Kamerlid SP, nummer 11 op kandidatenlijst
“Artsen horen gewoon in loondienst”
“Van jongs af aan heb ik mij voorgenomen om mensen te helpen. Eerst als huisarts, later in de politiek. Ik geloof dat gezonde omstandigheden mensen beter maken, dus werk, een fatsoenlijk inkomen en een goed huis, maken mensen gezonder. Daarom zit ik in de politiek!
De politiek kan nog veel leren van de zorg. In de zorg werken mensen die een diepe betrokkenheid aan de dag leggen voor de medemens. Zorgverleners hebben een groot beroepsethos. Een contrast met de Tweede Kamer, waar ik steeds meer Kamerleden de politiek in zie gaan om aan hun cv te werken. Na een paar jaar gaan ze vrolijk weer iets anders doen. Zo zit ik niet in elkaar. Voor mij is de politiek nog altijd een roeping, een manier om de samenleving vorm te geven.
De komende vier jaar wil ik werken aan gelijke toegang voor iedereen, een volwaardig zorgpakket, een inkomensafhankelijke zorgpremie, en een einde aan de marktwerking in de zorg. Want marktwerking, zo is mijn stellige overtuiging, erodeert de moraal van zorgprofessionals. Dus niet langer vrije prijzen en concurrentie, maar vaste budgetten en samenwerking. Artsen horen, net als de politieagent en de leraar, gewoon in loondienst.
Ik heb nog altijd innige contacten met de LHV [Landelijke Huisarts Vereniging, red.]. Huisartsen hebben een bijzonder plekje in mijn hart. Ik heb ze kunnen helpen toen minister Klink 60 miljoen wilde bezuinigen op het voorschrijven van goedkope medicijnen. Daar ben ik toen voor in de bres gesprongen, want de medische inhoud moet altijd leidend zijn.
Hoe lang ik nog in de politiek blijf, durf ik niet te zeggen. De politiek blijft toch een tombola. Ik verwacht als nummer 11 op de lijst wel gekozen te worden. Ik ben inmiddels 55, en denk niet dat ik nog terugkeer naar de zorg. Maar dat zeg ik met pijn in mijn hart. Als enige huisarts in de Kamer hoop ik daarom nog lang politiek actief te blijven.”
|