PraktijkDe SpiegelSchattige babykaartjes - Gonny ten Haaft
De Spiegel RSS Archief

Schattige babykaartjes 

Bekeken 1077
Reacties 0
Beoordeling 0 keer beoordeeld
26-06-2010

Ik ken mij zelf als een relatief nuchter en optimistisch mens. Toen het jarenlang niet lukte om zwanger te worden, vond ik het niet moeilijk om op kraambezoek te gaan, baby’s te horen kraaien of hoogzwangere vriendinnen te ontmoeten. Maar wat mij wél raakte, waren die honderden geboortekaartjes in de wachtkamer van het ziekenhuis.

Vanwege ‘onbegrepen onvruchtbaarheid’ gingen mijn man en ik jarenlang vijf tot tien keer per maand naar de zogeheten fertiliteitsafdeling van het ziekenhuis, waar met echo’s de groei van de eicel werd gevolgd. Soms was onze afspraak al vroeg, ’s ochtends om zeven uur, zodat we ongedouched in de auto sprongen. Met een slaperige kop haalden we koffie en namen naast elkaar in de wachtkamer plaats. We probeerden onze ochtendkrant te lezen, maar onwillekeurig dwaalden onze ogen af naar de muur voor ons. De geboortes van Job, Eva, Lisa, Danny en Jennifer die daar werden aangekondigd, confronteerden ons elke keer weer met ons eigen verdriet.

Niemand wil als zeurende patiënt te boek staan

Tot op de dag van vandaag vragen we ons af waarom niemand op deze afdeling zich realiseerde dat al die kaartjes voor patiënten moeilijk zouden kunnen zijn. In alle informatiefolders, boeken en films over onvruchtbaarheid lees je dat de partners hier zwaar gebukt onder kunnen gaan. Waarom dan al die schattige babykaartjes? Hoe langer wij daar kwamen, hoe kleiner de kans werd op een kind, maar hoe meer Jobjes en Lisa’s er hingen.

Tot onze schrik ontdekten we dat ons ziekenhuis niet het enige was dat over zo’n ‘vrolijke’ wand beschikte. Karel Glastra van Loon beschrijft een vergelijkbare situatie in zijn boek De Passievrucht en lotgenoten vertellen ons dat ook ‘hun’ fertiliteitswachtkamer er zo uitziet. Natuurlijk snap ik dat zo’n muur goedbedoeld is. Voor ziekenhuizen is het dé manier om hun  successen te laten zien en ongetwijfeld zijn er patiënten die hoop aan zulke kaartjes ontlenen. Toch vrees ik dat er méér patiënten zijn die er boos of verdrietig van worden.

Inmiddels is het alweer tien jaar geleden dat wij in die wachtkamer zaten. Ik was het al bijna vergeten, totdat ik voor mijn boek Dokter is ziek indringende gesprekken voerde met artsen, verpleegkundigen en ziekenhuisdirecteuren die zelf ziek zijn. Ik vroeg hun of zij de zorg ‘patiëntgericht’ vonden, een woord dat tegenwoordig zo vaak door instellingen en beleidsmakers wordt gebruikt. En wat bleek? Toen zij zelf ineens patiënt waren, viel het hen pas op hoe weinig hun artsen en verpleegkundigen zich in hún situatie verplaatsten. De voorbeelden die zij gaven spreken boekdelen: warme maaltijden werden bij hen neergezet zonder dat zij erbij konden, het gordijn rond hun bed vertoonde grote kieren en ingewikkelde informatie werd niet goed uitgelegd. Opvallend vaak stoorden deze zieke hulpverleners zich ook aan het taalgebruik van de artsen en verpleegkundigen die hen behandelden. Zo ergerden zij zich aan het vage ‘Ik kom straks bij u’, of ‘U wordt zo geholpen’. Want hoe lang is dat, dat ‘straks’? Is dat twee minuten, vijf, of een half uur? Ook willen ze af van het woordje ‘we’. Een zin als ‘We gaan nu uw pillen nemen’ vergroot volgens hen de afstand tussen hulpverlener en patiënt, hoe goedbedoeld dit woordje ‘we’ soms ook is.

Opmerkelijk genoeg hebben deze zieke hulpverleners dit niet tegen hun behandelaars gezegd. Waarom niet? Omdat het moeilijker is dan gedacht om mondig te zijn. Als je pijn hebt, bang bent of onzeker, ben je immers niet meer jezelf, verklaren deze zieke artsen, verpleegkundigen en managers. Bovendien ben je afhankelijk en wil je niet als zeurende patiënt te boek staan, concluderen zij.

Dit is een belangrijke conclusie, die ik uit eigen ervaring herken. In al die jaren in de wachtkamer heb ik nooit gevraagd of die geboortekaartjes verwijderd zouden kunnen worden. Nu doe ik dat wel, omdat ik die afhankelijkheid niet meer voel.

Gonny ten Haaft (1961) is freelance journalist en werkt bij ZonMw, de organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. Eerder was zij verslaggever bij Trouw. Zij schreef het boek Dokter is ziek, als patiënt zie je hoe zorg beter kan (april 2010; www.dokterisziek.nl) en Als heer en meester, de Haagse verplegersmoorden en de dilemma’s van de ouderenzorg (1997). Zij geeft ook lezingen over ‘Dokter is ziek’.

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties

Reageren?