Ergernissen bij groepswerk
Bekeken 705
Reacties 0
Beoordeling 
27-03-2010
Groepswerk kom je in elke ‘medische’ opleiding tegen. Maar hoe vaak gebeurt het niet dat groepsleden hun deel niet doen of meeliften op het succes van anderen? Hoe ga je daarmee om? Maar ook: hoe voorkom je het?
Tekst Fleur Baxmeier Illustratie Carolyn Ridsdale
Do’s & don’ts van groepswerk
- Overweeg een geschreven contract met ‘rechten’, ‘plichten’ en deadlines.
- Ken iedereen uit het groepje een heldere rol toe en zorg ervoor dat deelopdrachten op een duidelijk afgebakende manier worden verdeeld.
- Plan na het maken van een opdracht een korte evaluatiesessie in: wat ging goed, wat niet en hoe kunnen we dit in de toekomst beter aanpakken?
- Stap op je werkgroepbegeleider af als je merkt dat de samenwerking in jouw groepje niet soepel verloopt.
- Confronteer je groepsgenoten niet alleen met hun nalatige gedrag, maar koppel daar positieve verbeterpunten aan.
|
“In principe ben ik een voorstander van groepswerk, omdat je door samen te werken veel van elkaar kunt leren”, vertelt Suzanne van Es (19), tweedejaarsstudent geneeskunde. “Maar de gezamenlijke opdrachten leveren helaas wel vaak frustraties op. Zo is er altijd wel één groepslid dat z’n werk slecht doet: er zit nu bijvoorbeeld iemand in mijn groepje die steeds weer een nieuwe reden verzint om haar deel van het werk maar half te doen. Als student die zich wel goed inzet voor groepswerk, voelde ik me behoorlijk genomen toen zij me tijdens een presentatie afscheepte met een documentje vol onzinnige krabbels waar ik totaal niet mee uit de voeten kon.”
Suzanne vindt het kortom heel vervelend dat ze voor haar eigen cijfers afhankelijk is van de kwaliteit van het werk van anderen. En ze staat niet alleen in die stellingname, zo meldt studentenpsycholoog Jeanette van Rees van de Universiteit Utrecht. “Ik hoor regelmatig studenten klagen over het gezamenlijk moeten maken van opdrachten, groepsleden die hun deel niet doen of meeliften op het succes van anderen.”
Laks gedrag
Het probleem daarbij is dat studenten het heel moeilijk vinden om meelifters zelf aan te spreken en vaak nog lastiger om bij docenten te klagen over een consequent meeliftende groepsgenoot. Toch is die laatste optie in de meeste gevallen geen gek idee, zegt drs. Sylvia Vink, onderwijskundig adviseur van het ICLON. “Als je niet sterk genoeg in je schoenen staat om groepsgenoten rechtstreeks te confronteren met hun lakse gedrag, dan is op je werkgroepbegeleider afstappen en hem vragen of hij een klassikaal gesprek wil inplannen een heel slim plan.”
Zonder met het beschuldigende vingertje te wijzen kunnen alle groepsgenoten tijdens zo’n sessie kwijt wat ze goed vinden aan de huidige samenwerking én wat niet. Vink: “Bijvoorbeeld: onze brainstormsessies vind ik heel fijn, maar ik ervaar het als onprettig dat een aantal groepsgenoten standaard te laat komt.” Het beste effect behaal je daarbij als je aan elk negatief aspect direct een verbeterpunt koppelt: ik vind het vervelend dat sommige mensen altijd te laat komen, zullen we afspreken dat we er voortaan allemaal om half 10 zijn? Dat werkt veel sympathieker dan wanneer je alleen focust op zaken die niet goed gaan – en daardoor zullen groepsgenoten weer eerder geneigd zijn mee te gaan in een nieuwe werkwijze.
Ervaar je nog geen problemen, maar wil je voorkomen dat die in de toekomst ontstaan? Dan is het verstandig om tijdens de eerste groepsbijeenkomst al gezamenlijke afspraken te maken en doelen te formuleren. Leg deze afspraken vast op papier zodat je jezelf en groepsgenoten op een moment dat het toch een keer misgaat aan dit ‘contract’ kunt houden. Lukt dat niet? “Schaam je je er dan zeker niet voor om de kwestie aanhangig te maken bij de werkgroepbegeleider of blokcoördinator”, aldus Vink. “Groepswerk kan hartstikke leuk, leerzaam en nuttig zijn, zolang je het maar als groep doet.”