ProfessioneelStudent“Sommige vierdejaars weten niet wat een DBC is”
Student RSS Archief

“Sommige vierdejaars weten niet wat een DBC is” 

Bekeken 585
Reacties 0
Beoordeling 0 keer beoordeeld
27-02-2010

VU-studenten kiezen bewust voor bijvak ondernemen

Medisch studenten hebben geen notie van de commerciële wereld waarin zij straks zullen werken. Ze leren veel over ziekten en behandelmogelijkheden, maar weinig over het zorgstelsel, marktwerking of hoe een ziekenhuis wordt bestuurd. Een paar studenten geneeskunde aan de Vrije Universiteit vult dit hiaat op door vrijwillig een minor ondernemerschap te volgen.

 

Tekst Rutger Vahl Fotografie De Beeldredaktie/Marco Okhuizen

 

“Ik vroeg een medestudent laatst hoeveel ze als medisch-specialist dacht te gaan verdienen. Haar antwoord was dat ze met tweeduizend euro in de maand al erg tevreden zou zijn. Kortom: ze had echt geen idee. Ik denk niet dat deze studente een uitzondering is. Het gros van de geneeskundestudenten is niet geïnteresseerd in de zakelijke kanten van het artsenvak. Tachtig procent kiest voor de studie vanuit een idealisme, een roeping. Het besef ontbreekt dat je als arts vaak ook ondernemer bent en moet meebesturen in een praktijk of ziekenhuis. Het studieprogramma gaat daar ook nauwelijks op in.”

 

Aan het woord is Arno Bisschop (22), vierdejaarsstudent geneeskunde aan de Vrije Universiteit. Samen met twee medestudenten volgde hij het afgelopen semester de minor Ondernemerschap, een bijvak dat open staat voor alle VU-studenten die zich willen verdiepen in het ondernemen.

 

“Als artsen ondernemender denken,
kunnen zorginnovaties een breder draagvlak krijgen” 

Bisschop meent dat de geneeskundestudie aan de VU, maar ook elders, onvoldoende inspeelt op het snel veranderende zorgveld. Hierdoor zijn studenten slecht voorbereid op hun toekomstige werkomgeving. “De specialist is een zeer belangrijke pijler in het ziekenhuis. Die moet op hoog niveau kunnen meepraten en beslissen met de directie. Maar dan moet je als medicus wel die specifieke kennis in huis hebben. Ik ken vierdejaarsstudenten geneeskunde die niet eens weten wat een DBC is.”

 

Hard werken

De Vrije Universiteit profileert zich als ondernemende universiteit. Dat ondernemende karakter vertaalt zich echter nog niet in het curriculum van de geneeskundestudie, dat niet alleen in Amsterdam maar in heel Nederland nog hoofdzakelijk gericht is op het verwerven van medische kennis. Het is de aloude discussie: hoe kunnen belangrijke nevenaspecten van het medische beroep – communicatie- en managementvaardigheden, ondernemerschap, kennis van het zorgstelsel – worden ingepast in een toch al overvol studieprogramma? Het antwoord van studenten als Arno Bisschop is even simpel als bewonderenswaardig: door nog harder te studeren. De student zegt het afgelopen semester werkweken te hebben gemaakt van 60 tot 70 uur. “Daarin onderscheiden de medische studenten in deze minor zich van studenten van andere studierichtingen,” zegt docent Enno Masurel, die de minor mede organiseert. “De geneeskundestudenten die ik meemaak werken enorm hard en slagen erin in korte tijd de slag te maken naar bedrijfsmatig denken, wat doorgaans ver van ze af staat.”

 

Irene Sporre, eveneens 22 en vierdejaars geneeskunde aan de VU, begon met de minor ondernemerschap omdat ze een korte periode moest overbruggen tot haar co-schappen. “Medestudenten reageerden wel vreemd op mijn keuze,” zegt ze. “Ze begrepen aanvankelijk niet wat je als geneeskundestudent moest met een bijvak over ondernemen. Voor mij was het echter een bewuste keuze: ik weet daar weinig van af. Tegelijk zie ik in dat je als arts meer in huis moet hebben dan alleen medische expertise.” Sporre hoopt dat ze met kennis van ondernemerschap in haar latere werk zorgprocessen kan helpen verbeteren. “Iedereen weet dat de zorg soms inefficiënt georganiseerd is. Als je als jonge arts dingen wilt verbeteren, zul je met goede argumenten moeten komen. Anders word je bij voorbaat niet serieus genomen.”

 

Marktwaarde uitbuiten

In de minor aan de VU leren studenten niet de fijne kneepjes van het ondernemerschap. Het vak wil ook geen spoedcursus bedrijfskunde zijn. Doel is studenten vooral te prikkelen met een ondernemersblik te kijken naar zakelijke kansen. Daarin ziet docent Masurel de meerwaarde van deze minor voor medische studenten. “Ze gaan in op onderwerpen als netwerken en innovatie. We organiseren ook ontmoetingen met mensen uit het Amsterdamse bedrijfsleven. En in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam hebben de studenten in groepjes de lijsttrekkers geïnterviewd over hun plannen voor de lokale economie.”

 

“Als arts moet je meer in huis hebben
dan alleen medische expertise.”

Arno Bisschop en Irene Sporre zeggen dat de minor in zijn doelstellingen slaagt. Beide studenten zijn zich meer bewust geworden van hun marktwaarde en proberen daar ook gebruik van te maken. Zo sleepte Sporre op haar stageplek een contract in de wacht voor aanvullend medicijnonderzoek. “Vroeger was het niet in me opgekomen dat ik er geld voor zou kunnen vragen.” Bisschop maakt het helemaal bont. Hij doet onderzoek naar wervelstijfheid bij ‘fresh frozen’ humane preparaten. Zoals bekend bestaat daaraan in Nederland een tekort. De Amsterdamse student benaderde op eigen initiatief andere universiteitssteden en wist op die manier ruim boven het benodigde aantal preparaten te komen. Bovendien onderhandelde hij over de kosten. “Die lagen op enkele duizenden euro’s, maar ik krijg ze nu gratis.” Het spreekt voor zich dat beide ondernemende studenten visitekaartjes op zak hebben en een profiel bijhouden op zakelijke netwerksites als LinkedIn.

 

Bijvak is beter

De animo van geneeskundestudenten zich te verdiepen in de bedrijfskundige kant van hun vak is niet groot. Aan de VU ging het dit afgelopen semester om drie studenten op een groep van dertig. Maar volgens Bisschop en Sporre is het niet zozeer onwil. “De meesten realiseren zich gewoon niet dat ze een dergelijke minor erbij zouden kunnen doen. Als wij erover vertellen, zijn de reacties van medestudenten overwegend positief.”

 

De vraag is of een vak over het ondernemerschap vast onderdeel zou moeten zijn van de geneeskundestudie. Feit is dat die kennis essentieel is voor de nieuwste generatie artsen. Nu is het nog zo dat nieuwe initiatieven die de zorg efficiënter kunnen maken, weleens een vroege dood sterven doordat artsen de kansen ervan niet inzien, of de voordelen van innovaties onvoldoende helder voor het voetlicht kunnen krijgen. Bisschop geeft een recent voorbeeld: “Het idee om werknemers tegen extra betaling voorrang te geven bij bepaalde behandelingen, is vorig jaar meteen van tafel geveegd. Terwijl deze zogenaamde voorrangszorg de zorg best efficiënter zou kunnen maken zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de solidariteit. Als artsen ondernemender denken en actiever pleiten voor meer efficiëntie, kunnen zorginnovaties een breder draagvlak krijgen.”

 

Het geneeskundeprogramma is overvol. Voorlopig zullen studenten bijvakken in bedrijfskunde en ondernemerschap vrijwillig ernaast moeten doen. Dat blijft iets voor een selecte groep studenten, erkent docent Enno Masurel. Maar hij ziet ook de voordelen van vrijwilligheid. “Het spreekt op deze manier alleen de echt gemotiveerde geneeskundestudenten aan. Bovendien komen zij in contact met studenten van andere studierichtingen. We merken in onze minor dat dit leidt tot een vruchtbare uitwisseling van ideeën.”

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties

Reageren?