Strijdende studentenvakbonden
Bekeken 778
Reacties 0
Beoordeling 
31-10-2009
Stonden studentenvakbonden in de jaren zestig nog voor harde bezettingsacties, nu zitten de bonden met de minister om de tafel. Ook voor ‘medische’ studenten wordt gelobbyd.
Tekst Marloes de Moor | Illustratie Carolyn Ridsdale
Wat heb je aan het ISO en de LSVb?
- Voor vragen en klachten op het gebied van onderwijs, studiefinanciering en huisvesting kun je terecht bij de gezamenlijke Studentenlijn: (030) 231 30 29.
- In het Studentenpanel van de LSVb kun je je mening geven over een bepaald onderwerp.
- Klachten over je stage of co-schappen kun je kwijt op www.stageklachten.nl of bij (030) 230 40 50.
- Ben je gedupeerd door het beleid van je onderwijsinstelling, dan kun je terecht bij het Landelijk Studenten Rechtsbureau van het ISO, (030) 223 16 44.
|
De studentenvakbeweging in Nederland bestaat sinds 1963. De toenmalige Studenten Vakbond had een sterk links-radicaal karakter wat in 1969 tot uiting kwam in de bezetting van het Maagdenhuis. De studenten eisten tijdens de vijfdaagse bezetting inspraak in het universiteitsbestuur. Uiteindelijk ging de Studenten Vakbond in de jaren zeventig ten onder aan verdere radicalisering. Desondanks is het Maagdenhuis de afgelopen decennia in totaal tien keer bezet geweest.
In 1973 werd de organisatie Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) opgericht. De leden van het ISO bestaan uit medezeggenschapsraden van verschillende universiteiten. Tien jaar later kwam daar de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) bij, die wordt gevormd door lokale studentenbonden.
Het ISO en de LSVb vertegenwoordigen de belangen van studenten van hogescholen en universiteiten, zijn politiek neutraal en worden gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs. Als student kun je er terecht voor juridisch advies, steun bij vragen over studiefinanciering en tentamens, huisvesting en kamernood. Het ISO richt zich op de onderwijskwaliteit, terwijl de LSVb actiegerichter is en zich naast onderwijs ook bezighoudt met thema’s als studentenhuisvesting en studiefinanciering.
Harde knip
De voorzitters Henno van Horssen (ISO) en Gerard Oosterwijk (LSVb) zitten regelmatig om de tafel met onderwijsminister Plasterk. En niet voor spek en bonen. Zo hebben de bonden dit jaar bereikt dat studenten op bestuursniveau bij hun onderwijsinstelling een stem hebben. Ook wisten het ISO en de LSVb te voorkomen dat de ‘harde knip’ werd ingevoerd. Hierdoor lopen studenten geen studievertraging meer op als ze bijvoorbeeld een half jaar stage willen lopen in het buitenland.
Hoewel de LSVb en het ISO zich op alle studenten richten, wordt ook specifiek gefocust op ‘medische’ studenten. Zo pleit de LSVb voor een stagevergoeding voor co-assistenten. Oosterwijk: “De meeste stagiaires krijgen wel een vergoeding. Wij vinden dat geneeskundestudenten daar ook recht op hebben.” Het ISO wil met het project ‘aansluiting en doorstroom’ uitgelote studenten een goede begeleiding bieden bij het maken van een andere keuze.
De LSVb en het ISO hebben grote plannen voor beter onderwijs en studentenhuisvesting, maar ondanks hun lobbywerk verwacht Oosterwijk dat minister Plasterk ingrijpende bezuinigingen gaat doorvoeren. “Uiteraard zullen dan harde acties volgen van onze kant. We zijn met een half miljoen studenten en dat gaan we laten zien!” Misschien dat binnenkort oude tijden herleven en dat het Maagdenhuis zich op kan maken voor de elfde maal bezettingsactie in veertig jaar tijd.
Gedreven door idealisme
Noortje van der Meij is arts in opleiding tot specialist (aios) Dermatologie in het AMC in Amsterdam en was in collegejaar 2002/2003 voorzitter van de LSVb. “Het leek mij een geweldige uitdaging om, voordat ik aan mijn co-schappen begon, eerst een jaar voorzitter van de LSVb te zijn. Ik werd gedreven door idealisme en vond de praktische uitwerking erg leuk, leerzaam en spannend. Het was een bewogen jaar met een grote studentendemonstratie op het Museumplein in Amsterdam waarbij we ageerden tegen vergaande bezuinigingsplannen.
Aan het einde van mijn LSVb-jaar ben ik door een aantal politieke partijen benaderd om Kamerlid te worden. Hoewel dat een enorme aantrekkingskracht had, heb ik er uiteindelijk voor gekozen om mijn studie af te maken, omdat ik dolgraag dokter wilde worden.”