ProfessioneelThemaBruggenbouwers
Thema van de maand RSS Archief

Bruggenbouwers 

Bekeken 997
Reacties 0
Beoordeling 2 keer beoordeeld
27-02-2010

Ze zien zichzelf als bruggenbouwers en zeker niet als overlopers. Medisch professionals die na een loopbaan als arts, tandarts, apotheker of fysiotherapeut als zorginkoper of medisch adviseur gaan werken bij een verzekeraar. Waarom maakten ze die overstap? En hoe voelt het om soms keuzes te moeten maken waarmee zij zelf als praktiserend medicus niet blij zouden zijn geweest?

 

Tekst Rutger Vahl Fotografie Nout Steenkamp/FMAX

 

Tips voor beter onderhandelen

De drie personen die voor dit artikel zijn geïnterviewd, zijn allen nauw betrokken bij de onderhandelingen met zorgaanbieders. Hoewel ze overwegend positief zijn over het verloop van de gesprekken, vinden ze dat het niveau van de contractbesprekingen omhoog kan.

 

Hun belangrijkste aanbeveling aan onderhandelingsdelegaties van ziekenhuizen, apothekers en paramedische praktijken, is om het wantrouwen jegens verzekeraars te laten varen. “Zie de hand die wij uitsteken’, zegt Ingrid Goven, adviserend apotheker bij CZ, “pak die hand en ga met ons mee op de ingeslagen weg, zodat we over een aantal jaren de beste zorg tegen de beste prijs kunnen bieden aan verzekerden. Probeer te geloven dat er geen geheime agenda is en dat je met verzekeraars over de inhoud kunt praten.”

 

Herman Flens, die namens Agis onderhandelt met ziekenhuizen, adviseert onderhandelingsdelegaties speerpunten te benoemen. “Ga niet uit van honderd eisen, maar wees sterk en bepaal je prioriteiten voordat je de onderhandelingen start. Want wie honderd eisen op tafel legt, weet bij voorbaat dat hij zwaar teleurgesteld de onderhandelingen zal verlaten. Op die manier blijven we steken in de beeldvorming dat er bij zorgverzekeraars niets mogelijk is.”

 

Voormalig fysiotherapeut Ad van Knippenberg van UVIT vindt dat paramedici, maar dat kan evengoed gelden voor andere zorgaanbieders, meer uit moeten gaan van het belang van verzekerden. “Realiseer je dat verzekeraars steeds selectiever zullen inkopen. Je zult je als zorgaanbieder moeten onderscheiden. Wie aantrekkelijk is voor verzekerden, is dat ook voor de verzekeraar.”

 

En omgekeerd? Hoe kunnen verzekeraars bijdragen aan betere contractbesprekingen? Volgens Ingrid Goven is het belangrijk dat verzekeraars goed blijven luisteren naar de praktijk. “Als we op het hoofdkantoor iets bedenken wat in de praktijk niet goed functioneert, dan moeten we ook durven onderzoeken hoe het beter kan.” En Herman Flens vindt het belangrijk dat verzekeraars zware delegaties afvaardigen naar de onderhandelingen. “Daarin moeten ervaren, senior mensen zitten met mandaat en manoeuvreerruimte. Het is niet goed voor de onderlinge relatie en het vertrouwen, als inkopers van verzekeraars voor elk wissewasje moeten terugkoppelen met de thuisbasis.” 

Voor Herman Flens was het allesbehalve een bewuste keuze. Toen hij medio jaren tachtig afstudeerde als geneeskundige en dacht dat hij een opleidingsplaats voor internist had bemachtigd, bleek er ineens geen geld om hem aan te nemen. Dus zat er niets anders op dan voorlopig als agnio aan de slag te gaan, in afwachting van zijn specialisatie.

 

Maar de gewenste opleidingsplek kwam niet. De jaren verstreken. Flens werkte in het ziekenhuis, moest toen in militaire dienst en had daarna nog een paar vrije maanden te vullen. Hij schreef zich in bij een medische-vacaturebank, en kon tijdelijk als medisch adviseur aan de slag bij een ziekenfonds. “Het zou maar voor een paar maanden zijn, maar die paar maanden werden twintig jaar. Ik ben nooit meer weggegaan”, zegt de nu 52-jarige zorginkoper van Agis.

 

Deze in Amersfoort gevestigde zorgverzekeraar trok recent de aandacht met een reclamecampagne waarin trots werd gemeld dat bij Agis medisch professionals werken. Met als achterliggende boodschap dat verzekerden zich daar in gespecialiseerde handen weten. Agis is niet de enige verzekeraar die zich erop laat voorstaan medici in dienst te hebben. Lezers van Arts & Auto zagen de afgelopen maanden advertenties waarin CZ tandartsen oproept om te solliciteren naar de functie van adviserend tandarts bij deze zorgverzekeraar.

 

Is het een trend dat zorgverzekeraars graag (tand)artsen, apothekers en paramedici aan zich binden? Nee, dat is het niet. Het voorbeeld van Herman Flens maakt duidelijk dat al veel langer medisch professionals bij verzekeraars werken. Dat is goed verklaarbaar. Bepaalde handelingen, zoals het beoordelen van medische dossiers, mogen alleen worden verricht door mensen die in het BIG-register staan.

 

Maar er is wel een andere trend, meent Flens. In het verleden sprak het werk bij een verzekeraar vooral tot de verbeelding van medici die aan het einde van hun carrière in een rustig tempo, van negen tot vijf, hun pensioen wilden halen. “Dat type medicus is bij verzekeraars grotendeels verdwenen. De laatste jaren worden vooral artsen en paramedici aangenomen met een aantal jaren praktijkervaring, die zich nu ten volle willen inzetten voor het verbeteren van de zorg aan verzekerden. Dat zijn geen uitgebluste mensen, maar professionals met elan en een missie.”

 

Harde kritiek

Ingrid Goven, adviserend apotheker bij CZ: “Pak die hand en ga met ons mee op de ingeslagen weg, zodat we over een aantal jaren de beste zorg tegen de beste prijs kunnen bieden aan verzekerden. Probeer te geloven dat er geen geheime agenda is en dat je met verzekeraars over de inhoud kunt praten.”

Medisch professionals klagen graag dat verzekeraars weinig kennis van de zorg hebben. In de beeldvorming zijn verzekeraars nog altijd de bureaucratische bonnetjesfabrieken van weleer. Dat ze intussen door de overheid met een regierol zijn toebedeeld, en daarbij een belangrijke aanjager worden geacht van innovatie en kwaliteit, is iets waar veel medisch professionals nog steeds moeite mee hebben. In een rapport over zorginkoop dat de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) in 2008 publiceerde, maakten zorgaanbieders het harde verwijt dat verzekeraars de inhoudelijke expertise missen om deze zware rol waar te maken.

 

In dat RVZ-rapport toonden vooral ziekenhuizen zich negatief. De onderhandelaars van verzekeraars missen senioriteit: hun delegaties zijn veel minder zwaar dan die van de ziekenhuizen. Ze zijn ‘geen partij voor de onderhandelaars van ziekenhuizen’, en hun zorginkopers zouden ‘van toeten noch blazen’ weten.

 

Volgens ziekenhuizen blijken prijs en kostenbeheersing in onderhandelingen altijd het belangrijkste. Bij het onderhandelen wordt nauwelijks op de inhoud ingegaan, en een streven naar kwaliteit wordt door verzekeraars vooral met de mond beleden. Eenzelfde klacht leeft onder apothekers. Afgelopen november stuurde branchevereniging KNMP nog een brandbrief aan de Nederlandse Zorgautoriteit. Contracten die verzekeraars aan apothekers aanbieden, zouden niet onderhandelbaar zijn; en ze zouden uitsluitend bepalingen bevatten over kostenreductie, en nauwelijks tot geen afspraken over innovaties.

 

Er is dus harde kritiek op zorgverzekeraars. En die kritiek komt aan, weet Herman Flens van Agis. “Dat wij moeten investeren in inhoudelijke kennis klopt, net als het feit dat het de afgelopen jaren soms nog te veel om de pegels draaide.” Maar Flens zegt ook dat verzekeraars zich de kritiek aantrekken en dat zij maatregelen nemen.

 

Zo proberen verzekeraars hun inhoudelijke achterstand in te lopen door zelf meer (tand)artsen, apothekers en paramedici aan te trekken. Twee jaar geleden creëerde de Tilburgse verzekeraar CZ de nieuwe functie van adviserend apotheker. Na een sollicitatieprocedure viel de keuze op Ingrid Goven. De geboren Belgische was vijf jaar beherend apotheker geweest bij apothekersketen Lloyds in Zuid-Limburg, en had daarvoor ruim negen jaar praktijkervaring in de Belgische apotheek van haar ouders.

 

Goven (38) had gemerkt dat de Nederlandse apotheker in potentie een belangrijke rol kan spelen in de zorgketen. “Apotheken in België hebben in de regel weinig contact met huisartsen. Dat beperkt zich tot een telefoontje als een recept onleesbaar is.” Maar in dienst van Lloyds Apotheken raakte Goven betrokken bij een Nederlands farmacotherapieoverleg: “Dat directe contact met huisartsen was nieuw voor mij, en vond ik een groot pluspunt vergeleken met de situatie in België.” Toen Goven werd gevraagd deel te nemen aan een proefproject van verzekeraar CZ, met als doel de zorg aan diabetespatiënten te verbeteren, kreeg ze oog voor de rol van Nederlandse verzekeraars bij het initiëren van innovaties.

 

Logische loopbaanstap

Via via hoorde Ingrid Goven dat er bij CZ een vacature was voor een adviserend apotheker, en ze besloot te solliciteren. “Ik was al langer niet meer helemaal tevreden in mijn werk”, verklaart ze haar overstap. “Bovendien ben ik iemand die graag vooraan staat bij nieuwe ontwikkelingen. Ik had het gevoel dat het apothekersvak in Nederland aan de vooravond van grote veranderingen stond. Het preferentiebeleid kreeg vorm, er kwamen dbc’s, de ketenzorg ging van start. Tegelijkertijd wist ik uit de praktijk dat apothekers in die zorgketen nog geen volwaardige gesprekspartner zijn. Ik had het idee dat ik in dienst van een zorgverzekeraar meer aan de positie van apothekers en de ontwikkeling van het vak kon bijdragen, dan in een apotheek.”

 

Voor Goven voelde het aan als een logische loopbaanstap. Als Belgische was ze niet behept met Nederlandse (voor)oordelen over zorgverzekeraars, en de grote frustratie van apothekers over het preferentiebeleid lag toen nog grotendeels in de toekomst. “De beslissing om weg te gaan bij de apotheek van mijn ouders was gevoelsmatig veel moeilijker dan mijn overstap naar CZ.”

 

Haar collega’s van Lloyds reageerden overwegend positief. Daar vond men Govens nieuwe baan passen bij haar ondernemende karakter. Ook vanuit de afdeling Limburg van de KNMP, waarin Goven actief was, kreeg ze steun. “Ze vonden het een goede ontwikkeling dat er iemand uit hun midden aan de andere kant van de tafel kwam te zitten. Ik kreeg opmerkingen als ‘eindelijk gaat CZ eens luisteren naar de praktijk’. Ook huisartsen met wie ik in contact was, reageerden zo. Maar een enkeling was kritisch en zei niet te geloven dat ik als eenling een verschil zou kunnen maken bij een verzekeraar.”

 

Het inkoopteam farmacie van CZ telt circa tien mensen. Hoewel sommigen een bèta-achtergrond hebben of gezondheidswetenschappen studeerden, is Goven de enige apotheker. Ze ondersteunt de zorginkopers die de onderhandelingen doen met zorgaanbieders. “Ik ben ook aanspreekpunt voor apothekers en huisartsen, juist als het gaat over kwaliteit. Ik wil een brug slaan tussen praktijk en zorgverzekeraar.”

 

Het verwijt dat zorgverzekeraars geen verstand hebben van kwaliteit, visie ontberen en feitelijk alleen geïnteresseerd zijn in kostenreductie, verwerpt Goven. “Natuurlijk gaat het ook over kosten. Wij denken dat er nog veel efficiencywinst te behalen valt, onder meer in het voorschrijfbeleid. Maar dit uitgangspunt is onderdeel van onze integrale visie op de zorg.” Ze wijst erop dat CZ vindt dat apothekers en huisartsen meer moeten samenwerken, waarvoor ook een Module Optimaal Geneesmiddelgebruik (MOG) is ontwikkeld. “Doel daarvan is aandacht voor inhoudelijke kwaliteit, maar ook voor het doelmatiger voorschrijven van geneesmiddelen omdat daar nog veel winst te behalen is. Het geld dat zo vrijkomt, kunnen we weer investeren in innovatie.”

 

Dit voorbeeld bewijst volgens Goven meteen haar toegevoegde waarde als voormalig apotheker. Dat CZ zo nadrukkelijk inzet op het integreren van farmaceutische zorg in de eerste lijn, mag voor een deel op haar conto worden geschreven. “In de oude opzet had de MOG alleen betrekking op huisartsen. Nu is het een gedeelde module geworden waarvan apothekers een integraal onderdeel vormen. Daar heb ik me hard voor gemaakt, omdat ik uit de praktijk weet dat farmaceutische zorg nog te vaak over het hoofd wordt gezien.”

 

Negatief beeld

Herman Flens heeft als zorginkoper bij Agis een missie. “Ik vind dat er te weinig bruggenbouwers zijn die de dialoog tussen markt en verzekeraars op gang kunnen houden.” Hij wil zich inzetten voor een betere kwaliteit van zorg, “maar wel vanuit mijn rol als zorginkoper.

Ook paramedici weten de weg naar verzekeraars te vinden. Fysiotherapeut Ad van Knippenberg (44) is sinds 2001 in dienst bij UVIT (een bundeling van de verzekeraars Univé, VGZ, IZA en Trias), waar hij nu een aantal jaar zorginkoper is. Hij werkt in een paramedisch inkoopteam van negen mensen. De drie inkopers en drie adviseurs hebben allen een medische achtergrond. Een opvallende trend, zegt Van Knippenberg, is dat de inkoopteams bij UVIT een verjongingsslag hebben doorgemaakt.

 

Het werkgebied van UVIT telt zo’n tienduizend paramedische praktijken. Omdat het onmogelijk is met elke praktijk apart te onderhandelen, werkt UVIT met koepels van voorkeurspraktijken. Er wordt nu onderhandeld met tien koepels die samen ruim 600 praktijken vertegenwoordigen. De overige 9400 praktijken krijgen een standaardcontract aangeboden, dat al dan niet getekend kan worden. Tekenen bij het kruisje, zou je zeggen, maar Van Knippenberg ziet dat anders: “Wij leggen niets op, maar bieden iets aan. Je mág tekenen, maar het hoeft niet. De keuze is geheel aan de praktijkhouder.”

 

Een negatief beeld van verzekeraars treft Van Knippenberg vooral aan bij praktijken waarmee UVIT niet individueel wil onderhandelen. Hij zegt zich de frustratie in het veld wel te kunnen voorstellen. “Ik krijg wekelijks aanvragen iets te vergoeden waarop ik nee zeg. Omdat het voor onze verzekerden niet onderscheidend is. Voor de betreffende praktijken is dat hard. Maar zij mogen de hand ook in eigen boezem steken. Want als ik hun voorstellen lees, denk ik vaak: je bent wel erg laat, wat jij nu voorstelt hebben wij allang met andere praktijken in jouw regio geregeld.”

 

Van Knippenberg werkte negen jaar als fysiotherapeut, onder meer in een ziekenhuis, en vestigde zich daarna als fysiotherapeutisch adviseur, gespecialiseerd in voet- en loopklachten. Doordat hij als freelance adviseur al veel met het bedrijfsleven te maken had, ervoer hij de overstap naar een verzekeraar als klein.

 

De afgelopen jaren zag hij de functie van paramedisch zorginkoper veranderen: “Het gaat goed met de fysiotherapie in Nederland, bewegen staat in de belangstelling. Daardoor heb je als zorginkoper bij een verzekeraar veel speelruimte, ik kan echt innovatief en klantgericht denken.”

 

Zo stond Van Knippenberg mede aan de basis van het beweegbudget bij UVIT, waarmee verzekerden met fysieke bewegingsklachten naar eigen inzicht paramedische zorg kunnen inkopen. Dit betekent dat een gecontracteerde fysiotherapeut de concurrentieslag aan moet met bijvoorbeeld de chiropractor.

“Ik voel dat ik midden in de ontwikkeling van het vak sta, sterker nog, dat ik een aanjager van vernieuwing kan zijn”, zegt Van Knippenberg. “Als voormalig fysiotherapeut heb ik daarbij als voordeel dat ik makkelijk meepraat over praktijkdingen in onderhandelingen. Een andere plus van mijn achtergrond is dat praktijken eerder geneigd zijn mijn advies in overweging te nemen. Ik merk bijvoorbeeld dat veel praktijken te weinig oog hebben voor marketing. Daar praat ik met ze over. En omdat ik zelf in het vak gewerkt heb, ken ik ook de financiële kant. Natuurlijk heb ik veel discussies over tarieven. Maar jammeren heeft bij mij geen zin, want ik ken geen fysiotherapeut die aan de bedelstaf is.”

 

Minder wantrouwen

Journalisten die woordvoerder worden, bijvoorbeeld van een minister of van een bedrijf, worden door voormalige collega’s vaak als ‘overlopers’ gezien. Hetzelfde geldt voor fiscaal adviseurs die overstappen naar de Belastingdienst. Hoe zit dat met artsen, apothekers en paramedici die bij een zorgverzekeraar gaan werken? Horen ook zij weleens het verwijt dat ze zijn ‘overgelopen’ naar de andere kant?

 

Ondanks de kritiek van het veld op wat daar wordt gezien als het inhoudelijke tekort bij zorgverzekeraars, lijkt die kritiek niet terug te slaan op de medisch professionals die zelf aan de andere kant van de tafel gaan zitten. Integendeel. De geïnterviewden in dit artikel zeggen alle drie dat de gesprekken met medisch professionals makkelijker verlopen als die weten dat de zorginkoper of medisch adviseur zelf ook een medische achtergrond heeft.

 

Voormalig arts Herman Flens van Agis: “Ik vertel het alleen als het uitkomt, maar als mijn gesprekspartners bij een ziekenhuis horen dat ik een paar jaar als arts heb gewerkt, zie ik hun ogen oplichten. Ze vinden het prettig dat ze ook eens een medische term kunnen laten vallen.” Van een negatieve houding merkt hij weinig: “Als ik specialisten over mijn werk vertel, krijg ik regelmatig te horen dat mijn baan hen interessant lijkt.”

 

Apotheker Ingrid Goven ervaart dat apothekers het prettig vinden als ze merken dat er namens de verzekeraar een collega-apotheker aan tafel zit. “Ik begrijp de problemen van apothekers goed, en kan uitleggen hoe ik het, met mijn praktijkkennis, voor hen bij CZ zo goed mogelijk probeer te regelen.” En ook Ad van Knippenberg laat tijdens contactbesprekingen graag vallen dat hij zelf als fysiotherapeut heeft gewerkt. “Als de overkant weet dat ik zelf uit de praktijk kom, lijkt er bij hen iets weg te vallen. Er is minder wantrouwen en het gesprek verloopt makkelijker.”

 

Door medici in dienst te nemen, vergroten verzekeraars niet alleen hun inhoudelijke kennis van de zorg, maar nemen ze klaarblijkelijk ook een zeker wantrouwen weg. Want dat soms achterdocht moet worden overwonnen, weet Ingrid Goven uit ervaring. “Ik ben weleens aangesproken door een arts die mij vroeg wat nu eigenlijk mijn verborgen agenda was. Toen ik zei dat ik die niet had, brak het ijs. Dat idee kreeg ik al, zei die arts. Maar ze wilde het even zeker weten.”

 

Voor zorgonderhandelingen is een vertrouwensbasis van het grootste belang, zegt Herman Flens. Dat vertrouwen mag een zorginkoper niet beschamen: “Er zijn een paar erecodes waaraan ik me houd. De belangrijkste is dat ik niet met specialisten ga praten zonder dat de raad van bestuur van een ziekenhuis daarvan op de hoogte is. Een andere erecode is transparantie. Wees open en eerlijk over wat wel en niet kan. Wek geen valse verwachtingen. Die beginnersfout heb ik in het verleden een paar keer gemaakt. In die gevallen ging ik te veel mee in de plannen van een ziekenhuis en moest ik ze later teleurstellen. Misschien dat mijn eigen arts-zijn ervoor zorgde dat ik te veel begrip kon opbrengen voor het enthousiasme van dat ziekenhuis.”

 

Want dat hij zich nog steeds arts voelt, is voor Flens zonneklaar. In zijn eerste jaren bij het ziekenfonds ging hij er nog gewoon van uit dat hij terug zou keren naar het ziekenhuis. “Pas na vijf jaar zegde ik mijn abonnement op het NTVG op.” Nu, twintig jaar later, merkt hij dat hij soms nog steeds als arts denkt en reageert. Toen Agis begin 2009 besloot om de budgetten van ambulancediensten te maximeren op het niveau van 2008, vonden collega’s van Flens dat wel zo makkelijk. “Maar ik zei: dat kan toch niet zomaar? Wat betekent dit voor onze verzekerden? Moeten zij langer in de kou staan? Op zo’n moment denk ik niet als zorginkoper, maar als medicus.” Het protest van Flens sorteerde uiteindelijk effect; in 2010 wordt deze budgetmaatregel gecompenseerd.

 

Dialoog aangaan

Zorginkoper Ad van Knippenberg van UVIT laat tijdens contactbesprekingen graag vallen dat hij zelf als fysiotherapeut heeft gewerkt. “Als de overkant weet dat ik zelf uit de praktijk kom, lijkt er bij hen iets weg te vallen. Er is minder wantrouwen en het gesprek verloopt makkelijker.”

Zowel Herman Flens, Ingrid Goven als Ad van Knippenberg zeggen zich te willen inzetten voor een betere kwaliteit van gezondheidszorg. Voor apotheker Goven was die ambitie zelfs de belangrijkste reden om bij CZ te solliciteren. Ze wil de farmaceutische zorg op de kaart zetten, en vond dat ze hiervoor meer gelegenheid had bij een verzekeraar dan als individuele apotheker.

 

Dat ze in haar huidige rol als adviserend apotheker soms individuele apothekers moet teleurstellen, doet niets af aan Govens ambitie: “De meest verhitte discussies heb ik over geneesmiddelen die door ons niet vergoed worden. Huisartsen vragen me een uitzondering te maken. Maar wat je als individuele zorgaanbieder niet beseft, en dat weet ik omdat ik zelf uit de praktijk kom, is dat het principe van rechtsgelijkheid enorm sterk is in de Nederlandse wet- en regelgeving. Als CZ voor één patiënt een uitzondering maakt, moeten wij dat doen voor iedereen in dezelfde situatie. Ik heb dus te maken met precedentwerking. Dat beseffen apothekers en huisartsen vaak niet.”

 

Ook Herman Flens heeft als zorginkoper bij Agis een missie. “Ik vind dat er te weinig bruggenbouwers zijn die de dialoog tussen markt en verzekeraars op gang kunnen houden.” Hij wil zich inzetten voor een betere kwaliteit van zorg, “maar wel vanuit mijn rol als zorginkoper. Ik ben namelijk óók verantwoordelijk voor de volume- en kostenontwikkeling.”

 

Flens geeft een voorbeeld om te onderstrepen dat hij vanuit de inhoud wil werken. Toen hij hoofdonderhandelaar werd en de gesprekken met het UMC Utrecht voor de deur stonden, nam hij contact op met iemand uit de onderhandelingsdelegatie van het ziekenhuis. “Ik vroeg: wat moet ik weten over actuele ontwikkelingen in jullie ziekenhuis? Die vraag hadden ze van een zorginkoper nog nooit gekregen. Het resulteerde erin dat het UMCU vier sessies met in totaal zestien hoogleraren organiseerde, waarvoor diverse zorginkopers van verzekeraars werden uitgenodigd. Bijzonder interessant en nuttig. En dat vond het ziekenhuis zelf ook.”

 

Toch valt in de beeldvorming nog wel iets te winnen voor (para)medici die bij verzekeraars werken. Een woordvoerder van apothekersorganisatie KNMP bijvoorbeeld zegt desgevraagd dat hij het toejuicht dat er apothekers bij verzekeraars werken. Maar tegelijk heeft hij niet de indruk dat apothekers hier op dit moment veel baat bij hebben. “Ik heb het gevoel dat deze apothekers ver van de praktijk af staan en daardoor onvoldoende met apothekers meedenken.” De woordvoerder wijst op de recente brandbrief van de KNMP en op het feit dat apothekers vinden dat verzekeraars alleen gericht zijn op kostenbesparing en niet op innovatie.

 

In deze harde uitspraak herkent Ingrid Goven zich niet. Ze kaatst de bal terug en vraagt zich af of de beroepsvereniging met deze houding wel op een constructieve lijn zit. “Ik hou niet van de verdeel-en-heersmentaliteit die hieruit spreekt. Ik ben van samen beter. De KNMP moet hierin een slag maken. Dat heb ik ze ook weleens gezegd.”

 

UVIT-zorginkoper Ad van Knippenberg sluit zich bij het oordeel van zijn CZ-collega aan. Hoewel hij overwegend positieve contacten met het veld heeft, krijgt hij zo nu en dan boze mailtjes van fysiotherapeuten. “Ze gebruiken soms onnodig scherpe bewoordingen. Wat schiet je daarmee op? Je bereikt meer door de dialoog met verzekeraars aan te gaan, door mee te gaan in ontwikkelingen. Maar begrijp me goed, ik zit niet op begrip of erkenning van mijn voormalige beroepsgenoten te wachten. Want dan was ik wel iets anders gaan doen.”

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties

Reageren?

Artikelen in dit thema
Aantal medici bij verzekeraars

Hoeveel (para)medici bij zorgverzekeraars werken, wordt niet als zodanig geregistreerd. Navraag bij verzekeraars zelf levert een ruwe schatting op. De zorgverzekeringsmarkt wordt voor 90 procent gedomineerd door vier verzekeringsconcerns: Achmea (onder meer Agis en Zilveren Kruis), CZ, UVIT (Univé, VGZ, IZA en Trias) en Menzis. Bij elk van deze bedrijven werken circa 20 tot 30 voormalige (tand)artsen, apothekers en paramedici als zorginkoper of medisch adviseur. Dit betekent dat het totaal aantal medisch professionals bij zorgverzekeraars op 100 tot 130 kan worden geschat.

Is dit veel of weinig? Gezien de recente pogingen van verzekeraars om meer medisch professionals aan te trekken, vinden zij zelf dat dit aantal omhoog moet. Interessant in dit verband is nog de opmerking van de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg in zijn rapport over zorginkoop uit 2008. De RVZ constateerde hierin dat het totaal aantal zorginkopers bij zorgverzekeraars niet boven de 500 uitkomt. Dat is ontzettend weinig gezien het totale budget van ZvW en ABWZ (50 miljard euro). Ter vergelijking: als je dit bedrag vertaalt naar de inkoopfunctie van Nederlandse bedrijven dan zouden er bij zorgverzekeraars 5 tot 10 keer zoveel inkopers moeten werken om een gelijkwaardig aantal mensen te hebben als in het bedrijfsleven. Het geeft aan dat de inkoopfunctie van verzekeraars veel minder ontwikkeld en geprofessionaliseerd is.

Ook zette de Raad vraagtekens bij de grootte van inkoopteams. Zo zijn de inkoopteams ziekenhuiszorg relatief klein vergeleken met de paramedische inkoopteams. Een scheve verhouding, vindt de RVZ, omdat de financiële omvang van ziekenhuiszorg vele malen groter is dan die van de paramedische zorg. Bovendien wordt bij paramedische zorgaanbieders vaak met gestandaardiseerde contracten gewerkt.