PraktijkThemaDoor na je 65ste
Thema van de maand RSS Archief

Door na je 65ste 

Bekeken 2111
Reacties 1
Beoordeling 0 keer beoordeeld
28-08-2010

Ook medisch professionals zullen langer moeten doorwerken

Het gros van de medisch professionals zwaait af lang voordat de pensioenleeftijd is bereikt. Maar er is een kleine groep die geen afscheid van het vak kan nemen. Zij werken door: tot 70, 75, soms zelfs 80 jaar. Zijn ze voorlopers in iets wat straks heel normaal zal zijn?

Tekst Rutger Vahl Fotografie Ed van Rijswijk

Nico van Hasselt is met 85 jaar de oudste nog praktiserende huisarts van Nederland. De Amsterdammer vond zijn roeping tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij deed een belofte aan zichzelf: zolang zijn gezondheid het hem toestaat, gaat hij door. Van Hasselt had nooit kunnen vermoeden dat niet zijn gezondheid maar zorgverzekeraars zijn grootste obstakel zouden worden. Zij vonden namelijk dat Van Hasselt gewoon met 65 jaar moest stoppen, zoals iedereen. Het kostte de huisarts 18 jaar om zijn juridische gelijk te halen.

Van Hasselt begon zijn strijd tegen de verzekeraars in een tijd van arbeidstijdverkorting en vervroegde uittreding. Doorwerken na je pensioen werd niet alleen raar gevonden, maar ook onwenselijk vanwege het tekort aan banen. Ziekenfondsen durfden in die jaren nog glashard te beweren dat huisartsen van 65 minder kwaliteit van werk leveren.

De situatie is inmiddels veranderd. Langer doorwerken is niet meer vreemd. We zijn ook gewend geraakt aan vitale ouderen in het maatschappelijke leven. Nout Wellink (67), Neelie Kroes (69), Hans Wiegel (69), Koningin Beatrix (72), Bernard Haitink (81), Leo Vroman (95): zij werken gestaag door. Voorzichtig informeren naar hun pensioenplannen geldt als irrelevante vraag.

Zeldzaam soort
En hoe zit dat bij medisch professionals? Werken zij ook door na het bereiken van hun pensioenleeftijd? Het aantal actieve 65-plussers blijkt laag. Huisartsen stoppen gemiddeld rond hun 60ste. Specialisten gaan een paar jaar langer door. Anesthesioloog Frits Roelfsema (72) werkt nog drie dagen in de week en zegt in zijn ziekenhuis met afstand de oudste specialist te zijn. De afgelopen jaren kwam hij slechts één collega tegen die net als hij de 65 was gepasseerd. “We zijn van een zeldzaam soort,” stelt hij vast.

Onderzoek bevestigt dit. Uit een vorig jaar gehouden peiling van de Utrechtse Academische Specialisten Vereniging kwam naar voren dat ruim de helft van haar leden van plan is voor het 65ste jaar te stoppen. De belangrijkste reden voor vroegtijdig stoppen is ‘tijd hebben voor leuke dingen’, maar ook de hoge psychische en fysieke belasting door het vak speelt een rol. Van de groep die bereid is langer door te werken, vindt een meerderheid één of twee jaar erbij wel genoeg. Doorgaan tot bijvoorbeeld 70 of nog langer is voor het gros van de specialisten onbespreekbaar. De meesten zeggen pas serieus over langer doorwerken te willen praten als de arbeidsbelasting kan worden verlicht. Bijvoorbeeld door flexibele werktijden, een grotere vrijheid om de eigen taken in te delen en meer administratieve ondersteuning. Ook financiële voorwaarden tellen mee in de beslissing om al dan niet langer door te werken.

Zzp’ers in de zorg
Medisch professionals hebben ontegenzeggelijk een zwaar beroep, onder meer door avond-, nacht- en weekenddiensten. Het zijn met name deze onregelmatige werkuren die medisch professionals op latere leeftijd gaan opbreken.

Maar de mogelijkheden om je te ontdoen van ANW-diensten zijn de afgelopen jaren sterk vergroot. De Landelijke Huisartsen Vereniging versoepelde de ANW-verplichting voor senior huisartsen; oudere specialisten kunnen in hun ziekenhuis vaak afspraken maken over het draaien van onregelmatigheidsdiensten. Wie zich als zzp’er (zelfstandige zonder personeel, vergelijkbaar met de ‘freelancer’) laat inhuren bepaalt sowieso zelf de voorwaarden waaronder hij of zij wil doorwerken.

Steef van ’t Pad Bosch begon het bureau MedicalWork voor (pre)gepensioneerde medici toen zijn eigen vader, reumatoloog, na zijn prepensionering thuis kwam te zitten en daar eigenlijk doodongelukkig mee was. “Ik merk dat veel specialisten best zouden willen doorwerken, maar niet weten hoe zij dit fiscaal en administratief moeten regelen.” Van ’t Pad Bosch brengt vraag en aanbod samen, en voert namens de specialist de onderhandelingen met het ziekenhuis. MedicalWork treedt op als zaakwaarnemer en neemt tevens de administratie, facturatie en incasso uit handen. De medisch specialist heeft geen rompslomp van het doorwerken na pensioen. “De meesten zetten hun carrière voort in een andere maatschap en in een ander ziekenhuis. Ze vullen tijdelijk een gat en vormen daarmee dus geen bedreiging voor de kansen van jongere specialisten. Dat is essentieel.”

Pensioenverheerlijking
Geld is niet de belangrijkste drijfveer om door te gaan, zegt Van ’t Pad Bosch. Het ziet vooral artsen die zichzelf scherp willen houden, die vaak ook een zekere angst hebben achter de geraniums snel oud te worden. Emeritus hoogleraar radiologie Kees Klinkhamer (79) vindt die angst terecht. “Werken bevordert een goede fysieke en mentale gezondheid, helpt gezondheidsproblemen te voorkomen en kan mensen helpen te herstellen van een ziekte. Doorwerken blijkt gunstig voor je levensverwachting. Zoals de schrijver Graham Greene al zei: je wordt pas oud als je niet meer nieuwsgierig bent.”

De als consultant actieve Klinkhamer verzet zich tegen de verheerlijking van de pensioenjaren, het bekende Zwitserlevengevoel, dat volgens hem niet bestaat. Hij stelt dat er voor medisch professionals tal van mogelijkheden zijn om op een voor iedereen goede manier langer door te werken. “Een absolute voorwaarde is wel je met jongere medici te omringen zodat er een wederkerige meester-gezel verhouding kan zijn.” Klinkhamer ziet ook dat er iets aan de organisatie van de zorg moet veranderen, willen medici bereid zijn langer door te gaan. “Als ik mijn oor te luisteren leg, dan hoor ik bij medische professionals die voor hun 65ste stoppen dat ze van de rommel af willen zijn, dat ze genoeg hebben van de constante druk van het jezelf waar moeten maken, dat ze ook de eindeloze aanval van de politiek op de zorg zat zijn.”

Geesten rijp?
Langer doorwerken is dus goed voor lichaam en geest. Maar bovenal zal het de komende decennia noodzaak worden. Door de vergrijzing stijgt de zorgvraag en zijn er veel extra artsen nodig. Daar komt bij dat een aantal medische beroepsgroepen sterk vergrijsd is. Volgens het Nivel is 49 procent van de huisartsen ouder dan 50 jaar (van de mannen zelfs 63 procent) en van de specialisten 42 procent. Fysiotherapeuten zijn gemiddeld jonger: maar een op de drie is boven de vijftig.

De overheid heeft prepensioenregelingen teruggedraaid, barrières om door te werken na 65 zijn geslecht. Artsen in loondienst zullen zonder twijfel te maken krijgen met de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67, hoe die er ook uit komt te zien. Of medische professionals de straat op gaan om te demonstreren voor behoud van hun vervroegde uittredingsmogelijkheden valt nog te bezien. Waarschijnlijk niet. De geesten lijken ook in de zorg langzaam rijp te worden voor een verlenging van het arbeidzame leven. Steef van ’t Pad Bosch constateert veel interesse bij specialisten om als zzp’er aan de slag te blijven. Er hebben zich in het halfjaar dat hij bezig is 125 artsen bij hem aangemeld. In een onderzoek van bemiddelingswebsite www.waarneembemiddeling.nl zegt 75 procent van circa 800 ondervraagde 50-plus huisartsen dat ze in de toekomst willen gaan waarnemen. Steeds meer huisartsen stellen om die reden hun pensioen uit. Als waarnemer liggen de verdiensten hoger, zodat met minder uren hetzelfde inkomen kan worden verdiend. Daarnaast hebben huisartsen als waarnemer niet meer de last en de verantwoordelijkheid voor het runnen van een eigen praktijk.

Elly Coester (68), huisarts

‘Een goeie huisarts die mij hier nog weg krijgt’

Ze komen weleens bij haar in de praktijk. Vrouwen van halverwege de dertig met een baan van 12 uur per week. O, wat hebben ze het druk. Huisarts Elly Coester kan dan maar met moeite empathie veinzen. “Ik heb m’n hele leven werkweken van 60 tot 70 uur gedraaid. Twaalf uurtjes, waar hebben ze het over?”

Een workaholic is ze niet, maar een huisarts met 2700 patiënten is gewoon altijd druk. Overdag met patiënten, ’s avonds met ergerlijk veel administratie. Dat is een verschil met vroeger, vindt Coester: “Toen had ik ruim 3500 patiënten, maar ervoer ik de werkdruk als minder zwaar.”

Coester is met 68 jaar nog kerngezond – dat noemt ze haar geluk – en voelt zich net zo vitaal als tien of twintig jaar geleden. Het woord pensioen zei haar tot voor kort niets. “Ik vind dit gewoon een ontzettend leuk vak, hier ben ik jaren voor opgeleid; waarom zou ik ermee ophouden?”

Haar diepere drijfveren zouden goed in het verleden kunnen liggen. Toen Coester begin jaren zeventig een huisartsenpraktijk wilde overnemen, kon ze als vrouw nergens krediet krijgen. Dus begon ze haar eigen praktijk in Zaandijk. “Door de complexe regels van de LHV had het nog heel wat voeten in de aarde voor het zover was. En toen ik eindelijk mijn eigen praktijk had, werd ik door andere huisartsen in de buurt niet geaccepteerd. Ze zagen in mij een bedreiging omdat ik, als enige vrouwelijke huisarts in Zaandijk, al snel een goedlopende praktijk had.” Nog jaren daarna weigerden collega’s haar op straat te groeten. “Die tegenwerking heeft gemaakt dat ik nu denk: een goeie huisarts die mij hier nog weg krijgt, nu ga ik door zolang ik wil.”

Ze snapt niet dat zo veel huisartsen rond hun 60ste stoppen. Hoewel de werkweken lang zijn, behoort het huisartsenvak volgens Coester niet tot de zware beroepen die het kabinet wil uitzonderen van de verhoging van de AOW-leeftijd. Als werk leuk is kan het nooit zwaar zijn, vindt ze. “Daarnaast ben ik altijd gezegend geweest met heel goede assistentes. Zij nemen mij veel werk uit handen en ik durf hen ook verantwoordelijkheid te geven. Mijn man doet de administratie. Verder heb altijd gezorgd voor een goede werksfeer. Dat is misschien wel het belangrijkste medicijn tegen opgebrand raken.”

In de regio kost het Coester geen moeite nacht- en weekenddiensten te verkopen. Als oudere huisarts heeft ze bovendien maar 25 uur avonddienst per jaar. Tot afgelopen april werkte ze vijf dagen per week, nu heeft ze dat teruggebracht naar drie. “Enerzijds is dat toeval, ik kwam in contact met een heel goede huisarts die graag twee dagen in de week bij mij wilde waarnemen. Anderzijds voel ik dat dit het moment is meer tijd te besteden aan mijn privéleven. Ik werk veel in mijn huis en in de tuin, en ga daarnaast vaker met mijn man naar onze vakantiewoning in Groningen. ‘Pak je leven terug’ las ik laatst in een folder. Dat herken ik wel. Ik vind dat ik een fantastisch vak heb, maar de prijs die ik daarvoor in mijn privéleven heb betaald is hoog. Voor hobby’s en vrienden was nooit veel tijd.”

Coesters registratie loopt nog een jaar of drie. Ze weet niet of ze die laat verlengen. Ze wil niet werken tot de dood erop volgt. “Op een gegeven moment is het wel klaar. Sommige patiënten vragen verschrikt: dokter, u gaat toch niet stoppen? Het is leuk gewaardeerd te worden. Maar de constante zorg en verantwoordelijkheid die ik al 40 jaar voor patiënten voel, wil ik over een tijdje niet meer.”

Henk Mohr (74), manueel therapeut

‘Ik ben nog steeds op ontdekkingsreis’

Een hartaanval, prostaatkanker: niets heeft Henk Mohr tot nu toe kunnen stoppen. Mohr, 74, is een manueel therapeut met een missie. Sinds hij begin jaren negentig het KISS-syndroom in Nederland introduceerde, strijdt hij tegen de gevestigde medische orde. Die wil weinig weten van KISS [een klemming ter hoogte van de halswervels bij kinderen, die ontstaan zou zijn bij een bevalling met behulp van zuigklok of tang, of ook bij een bevalling via keizersnede, red.] en wijst ook de behandeling door manueel therapeuten af. Er zou geen wetenschappelijke grond zijn. “Zelfs mijn eigen beroepsgroep, de NVMT, heeft me laten vallen. Die tegenwerking heeft me geraakt maar ook geïnspireerd. Ik denk dat ik mede hierdoor ben doorgegaan na mijn 65ste; ik wil mijn gelijk aantonen,” zegt Mohr.

Hij behandelt nog bijna dagelijks patiëntjes, veelal huilbaby’s van wie Mohr veronderstelt dat ze tijdens de bevalling een beknelling van de nekwervels hebben opgelopen. Daarnaast geeft hij lezingen voor vakgenoten en is hij 6 dagen per jaar docent aan de opleiding voor manuele therapie. “Ik lees ontzettend veel over het vak. Dat houdt me ongelooflijk bezig. Ik ben op ontdekkingsreis en vind het vaak jammer dat ik nu zo oud ben. Dan denk ik: had ik dit 30 jaar geleden maar geweten…”

Oud voelde Mohr zich lange tijd niet. Toen hij voor het eerst AOW ontving, kwam de gedachte aan stoppen geen moment bij hem op. Dat gebeurde pas later, een paar jaar geleden tijdens een nascholingscursus bij het KNGF. “Het moderne denken, het managementjargon, de computer, het academische taalgebruik: ik kon het niet bevatten. Voor het eerst voelde ik me zinloos.” Maar terug in zijn praktijk verdween dat gevoel op slag en bloeide hij weer op. “Als een moeder tegen me zegt: ‘Dankzij uw behandeling kan ik voor het eerst mijn zoontje weer ontspannen aankleden’, dan is mijn dag gemaakt. Er zit zo veel leed bij ouders en kinderen. Als ik een bijdrage mag leveren aan de oplossing daarvan, maakt dat me dankbaar en gelukkig.”

Mohr werkt zo’n drie dagen per week. Een groot verschil met vroeger is dat hij zich niet meer laat dicteren door zijn agenda. Er was een tijd dat hij twee praktijken en twaalf medewerkers had. Altijd aan het werk. Sinds 1990 heeft hij een solopraktijk. Omdat Mohr door geen zorgverzekeraar gecontracteerd is – dat wil hij zelf niet – heeft hij ook weinig administratieve rompslomp. Bovenal voelt hij zich daardoor vrij. “Ik hoef me niet meer aan te passen aan wat van bovenaf wordt opgelegd. Van die frustratie ben ik verlost.”

Aan het eind van een werkdag kan hij zich tegenwoordig erg moe voelen. Sommige mensen zeggen hem nou eens te gaan leven. “Financieel zou het makkelijk kunnen. Maar dit ís mijn leven, mijn identiteit. Ik zou niets anders willen.”

Dat hij op zijn 74ste nog werkt, mag overigens een klein wonder heten. Op zijn zestigste kreeg Mohr een zwaar hartinfarct. Binnen drie maanden was hij alweer terug in zijn praktijk. “Mijn leven is gered door een jonge huisarts die binnen een paar minuten ter plekke was. Hij handelde zeer adequaat. Ik ben er eerlijk in: ik zou geen huisarts van in de zeventig willen. Die lijkt me voor dat vak eigenlijk te oud.”

Mohr voelt dat het einde van zijn arbeidzame leven in zicht komt. Niet omdat hij het fysiek niet meer kan opbrengen, maar omdat er ergens een grens moet worden getrokken. Hij geeft de komende jaren nog één cursus en houdt er dan mee op. “Ik heb 400 KISS-therapeuten opgeleid. Ik ervaar dat ik niet onmisbaar ben. Maar als ik gebeld wordt door een moeder die vraagt of ze met haar kind langs mag komen, zal ik geen nee verkopen.”

Frits Roelfsema (72), anesthesioloog

‘Als ik niet werk, voel ik me niet nuttig’

Frits Roelfsema studeerde in 1965 af en werd huisarts. Dat hield hij 9 jaar vol. “Ik merkte dat de geneeskunde steeds verder op de achtergrond raakte. Het was vooral praten met mensen die toch niet wilden luisteren. Die sociale kant van het huisartsenvak lag mij minder.” In 1974 belde hij met het academisch ziekenhuis in Groningen. Hij kon meteen in opleiding tot anesthesioloog. Inmiddels werkt Roelfsema 32 jaar in dat vak. “Het mooie is dat je direct effect ziet van je handelen. En patiënten spreken me minder tegen dan toen ik nog huisarts was,” glimlacht de nu 72-jarige specialist.

Anesthesiologie geldt door de avond- en weekenddiensten als een zwaar specialisme. Op zijn 60ste besloot Roelfsema een dag per week minder te gaan werken. Maar hij had niet de minste behoefte helemaal te stoppen. “Toen ik 65 werd, wilde een collega in de maatschap tijdelijk in het stafbestuur plaatsnemen en kon ik twee dagen per week haar taken overnemen. Al snel zat ik op drie dagen in de week.” Toen deze constructie op een einde liep, raakte een andere collega langdurig arbeidsongeschikt en werd Roelfsema gevraagd nog een paar maanden bij te springen. Dat deed hij graag. “Maar na een halfjaar was het dan zover: ik kwam thuis te zitten als gepensioneerd specialist. Dat beviel niet echt. Ik miste het werk en mijn collega’s. Ik had ook geen behoefte drie dagen per week op de golfbaan te gaan lopen, en kreeg het gevoel dat ik niet zinvol bezig was. Na zes weken vond ik op internet een detacheringsbureau voor oudere artsen. Twee weken later was ik aan de slag in het Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad.”

Als zzp’er in de zorg kan Roelfsema zelf de voorwaarden bepalen waaronder hij zijn diensten aanbiedt. Zo werkt hij drie dagen van 6.30 tot 18.30 maar draait hij geen avond- en weekenddiensten. Van een kloof met jongere collega’s merkt Roelfsema niets. Al is hij met afstand de oudste specialist in het ziekenhuis, te oud voelt hij zich nooit. “Wel volg ik de ontwikkelingen in het vak minder intensief dan 20 jaar geleden. Ik doe veel op routine. Maar met mijn ervaring en wat ik in mijn opleiding heb geleerd, denk ik dat ik nog steeds een uitstekend anesthesioloog ben, in bepaalde gevallen zelfs beter dan jongere collega’s. Neem anesthesiologie bij hele oude patiënten, van boven de 90, dat is een nieuw specialisme. Je moet zeer zorgvuldig zijn. Ik denk dat ik bij die groep patiënten met mijn dertig jaar ervaring betere resultaten boek dan veel van mijn jongere vakgenoten.”

Roelfsema zegt zich bewust niet te hebben willen scholen in nieuwe technieken, zoals echografie bij het toedienen van lokaalanesthetica. “Ik vind het beter te vertrouwen op wat ik door en door beheers, en waarbij ik me zeker voel.” Omdat hij al vijf jaar niets aan bijscholing heeft gedaan, zal aan het eind van het jaar zijn registratie vervallen. Het betekent een afscheid van het vak, het pensioen komt onherroepelijk naderbij. “Ik zie daar niet bepaald naar uit,” verzucht Roelfsema. “Had ik vijf jaar geleden kunnen voorzien dat ik me op mijn 72ste nog zo fit zou voelen, dan had ik die nascholing wel gedaan. Dan had ik nog vijf jaar door kunnen gaan.” Roelfsema erkent dat er een bovengrens zit aan de leeftijd van een specialist. “Er komt een tijd dat je de aansluiting gaat missen met ontwikkelingen in je vak. Maar die grens ligt voor mij niet bij 72. Ik word nu gedwongen afscheid te nemen van een leven dat ik meer dan 30 jaar heb geleid. Daar heb ik op dit moment nog geen vrede mee. Hopelijk komt die acceptatie in de komende maanden.”

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties (1)

Lammert Steendam08-11-2010 | 10:51
Ik vond Frits Roelfsema ook een uitstekende huisarts

Reageren?

Artikelen in dit thema
Financiële planning
Hoe uw toekomst eruit ziet, kan niemand u vertellen. Wel kunt u inzicht krijgen in uw financiële toekomst! lees verder