PraktijkThemaWat vindt ú?
Thema van de maand RSS Archief

Wat vindt ú? 

Bekeken 5245
Reacties 11
Beoordeling 8 keer beoordeeld
22-04-2010

Arts & Auto-enquête over alternatieve geneeswijzen

 

Groot en gevarieerd was de respons op de Arts & Auto-enquête over alternatieve geneeswijzen, die u afgelopen februari op deze website kon invullen. Hier vindt u een verslag van de resultaten en de voorzichtige conclusies.

 

Tekst Paul van der Meer

Afgelopen februari kon u via de website van Arts & Auto uitgebreid laten weten wat uw visie op alternatieve geneeswijzen is. Hoezeer dit onderwerp onder medisch en paramedisch professionals leeft, blijkt uit de kwantiteit en de diepgang van de reacties die wij ontvingen.

 

De enquête is beantwoord door niet minder dan 4135 personen, die hierbij uitvoerig gebruikmaakten van de open vragen om hun antwoorden toe te lichten. Hierdoor kunnen wij een goed beeld schetsen van de mening van VvAA leden over alternatieve geneeswijzen. Bij een aantal vragen waren wij benieuwd of de antwoorden van specifiek de groep huisartsen en medisch specialisten gemiddeld afweken van die van de totale groep respondenten, en ook hierover wordt u in dit artikel geïnformeerd.

 

Welke alternatieve geneeswijzen kent u?

Allereerst legden wij elf varianten voor van benaderingen die vaak onder ‘alternatieve geneeswijzen’ worden geschaard en vroegen of u die kent of niet. Bijna alle respondenten kennen acupunctuur en homeopathie (beide 99%), het minst bekend zijn Bach-bloesemtherapie en ayurveda (beide 45%).

Wat rekent u zelf tot de alternatieve geneeswijzen, en wat niet?

Van alle elf benaderingen vroegen wij vervolgens of u die zelf wel of niet zou omschrijven als ‘alternatieve geneeswijze’. Hierbij scoren homeopathie en acupunctuur het hoogst (met 91% en 84%), en osteopathie en chiropraxie het laagst (met 73% en 62%).


 

Wat vindt u van alternatieve geneeswijzen?

Werken alternatieve geneeswijzen? was de strekking van een volgende vraag, waarbij respondenten konden kiezen uit zes verschillende stellingen. 5% van de respondenten vindt zonder meer dat alternatieve geneeswijzen niet werken, en 9% meent dat ze zelfs schadelijk kunnen zijn. 33% meent dat als alternatieve geneeswijzen al iets doen, dit op psychisch niveau gebeurt, via een placebo-effect. 18% vindt dat ze wel werken bij sommige aandoeningen, maar dan minder goed dan de reguliere geneeswijze. 33% vindt dat ze bij sommige aandoeningen even goed werken als de reguliere geneeswijzen, en 2% meent dat dit bij alle aandoeningen het geval is.

 

Kijken we alleen naar de groep van medisch specialisten en huisartsen, dan zien we een gemiddeld sceptischer visie. Van hen vindt 8% zonder meer dat alternatieve geneeswijzen niet werken, en 14% dat ze zelfs schadelijk kunnen zijn. 43% vindt dat ze alleen via het placebo-effect werken.

 

Meer concreet presenteerden we de volgende stelling: Alternatieve geneeswijzen zijn een vorm van placebotherapie. Bijna de helft van alle respondenten (47%) is het daarmee eens, een derde (33%) is het ermee oneens en de rest neemt een middenpositie in. Onder medisch specialisten en huisartsen is 60% het met deze stelling eens en 21% oneens. 

 

Wat is de toegevoegde waarde?

Vindt u dat alternatieve geneeswijzen toegevoegde waarde hebben in vergelijking met  reguliere geneeskunde? was een volgende vraag. Een meerderheid (58%) vindt van wel (specialisten en huisartsen: 55%), en 42% vindt van niet. Op de vraag naar een verklaring voor die toegevoegde waarde, wordt een aantal factoren door meerdere respondenten genoemd. Alternatieve geneeswijzen hebben ‘méér aandacht voor de patiënt’, en gaan uit van een ‘holistische aanpak’, waarbij ‘de patiënt centraal’ staat. Een fysiotherapeut licht toe: “Er wordt gekeken met een holistische visie en niet alleen gefocust op het probleem. Het komt altijd ergens vandaan dat iemand met een probleem rondloopt, of dit nou op fysiek, mentaal, psychisch of spiritueel gebied is. Je kunt die delen niet uit elkaar trekken.”

 

Een andere veelgehoord argument voor de stelling dat alternatieve geneeswijzen toegevoegde waarde hebben, is dat die méér aandacht hebben voor preventie, terwijl de reguliere geneeskunde meer gericht is op genezen. Maar ook het placebo-effect wordt in dit verband door veel respondenten genoemd.

 

Overigens plaatsen veel respondenten bij deze vraag de opmerking dat de term ‘alternatief’ onjuist is, omdat alternatieve geneeswijzen juist ‘toegevoegde’ waarden hebben. Zij vinden dat daarom beter gesproken kan worden van bijvoorbeeld ‘additieve’ of ‘complementaire’ geneeswijzen.

 

Worden er te hoge verwachtingen gewekt?

Tweederde van de respondenten (67%) vindt wel dat de verwachtingen die worden gewekt door de alternatieve-geneeswijzenindustrie zelf, te hooggespannen zijn en een verkeerd beeld geven van de genezingseffecten.

 

Maar moeten daarom sommige van die producten of behandelingen ook verboden worden? Ja, vindt 44%, tegen 23% die geen van die producten of behandelingen wil verbieden, terwijl 33% een tussenpositie inneemt. Onder huisartsen en medisch specialisten vindt 53% dat sommige producten verboden moeten worden.

 

Op de vraag wélke toepassingen dan verboden moeten worden, noemt een deel van de respondenten één of sommige van de elf in dit onderzoek opgenomen varianten, een ander deel wil álles verbieden. Een apotheker schrijft: “Alle hier genoemde methoden zouden verboden moeten worden, het zijn namelijk geen ‘genees’-wijzen.”

 

Verder worden toepassingen genoemd als voodoo, kruidentherapieën, healing, Jomanda-achtige genezers, iriscopie, kleurentherapie en magnetisme. En verder alles wat schadelijk of gevaarlijk kan zijn, alles waarbij geen gedegen onderzoek is gedaan, gebedsgenezers en alles wat ingestraald is, toepassingen die de reguliere geneeswijzen hinderen, alles dat kanker zegt te kunnen genezen, zware-metalenhoudende medicijnen, Sint Janskruid, en het kraken van huilbabies.

 

Past u het toe in uw eigen praktijk?

Precies 20% van de respondenten past één of meerdere alternatieve geneeswijzen toe in de eigen praktijk. Dit in de zin van ‘alternatieve’ behandelingen, en/of het voorschrijven of verkopen van alternatieve producten en middelen. We zien dit het meest onder fysiotherapeuten en apothekers (beide 34%), gevolgd door dierenartsen (30%) en overige (para) medische beroepen (32%). En we zien dit het minst bij artsen in opleiding (4%) en medisch specialisten (8%). Bij huisartsen en tandartsen is dit percentage respectievelijk 22 en 13.

 

Zij die aangeven zelf alternatieve geneeswijzen toe te passen, noemen het meest: homeopathie, acupunctuur, en fytotherapie/kruidengeneeskunde. We vroegen diezelfde groep ook naar hun eigen ervaringen met dit toepassen van alternatieve geneeswijzen. In ongeveer 85% van de reacties komen woorden voor als: (zeer) goed, positief, werkzaam, uitstekend, gunstig, zonder bijwerkingen, effectief, prima, en goede resultaten. Ongeveer 15% geeft aan wisselende resultaten te boeken.

Anders dan sommigen misschien zouden verwachten, zijn het niet primair jongere zorgprofessionals die in hun praktijk alternatieve geneeswijzen toepassen. De gemiddelde leeftijd van zij die dit doen, is met 51 jaar hoger dan die van respondenten die dit niet doen (47 jaar).

 

Aandacht in de opleiding

In de (reguliere) opleidingen van zorgprofessionals blijkt weinig tot geen aandacht te zijn besteed aan alternatieve geneeswijzen. Van alle respondenten heeft 46% daarover geen enkele informatie gekregen, 50% kreeg enige informatie en 4% veel informatie. Vooral oudere respondenten geven aan weinig tot geen informatie te hebben gekregen.

 

Maar wat vindt u dat toekomstige opleidingsprogramma’s op dit punt zouden moeten bieden? Van alle respondenten vindt 40% dat méér aandacht besteed moet worden aan alternatieve geneeswijzen, 10% wil juist minder aandacht en 7% vindt dat hier geen enkele aandacht aan besteed moet worden. Maar de grootste groep (43%) is tevreden met de aandacht die hier nu aan wordt besteed.

 

Wat moet bij de opleiding het uitgangspunt zijn? De grootste groep respondenten (30%) vindt dat er tijdens de reguliere opleiding wel aandacht voor alternatieve geneeswijzen moet zijn, maar niet té veel. En 26% vindt dat die in voldoende mate onderwezen moeten worden, opdat iedere regulier afgestudeerde de basisprincipes kent. 22% vindt dat de studie een reëel beeld moet geven, zodat studenten een gefundeerde keuze kunnen maken. En ook 22% vindt ieder uur dat hieraan wordt besteed, verloren tijd. Zij die méér aandacht wenselijk vinden, noemen hierbij vooral acupunctuur, homeopathie en chiropraxie; het minst genoemd worden reiki, regressietherapie en Bach-bloesemtherapie.

 

Verenigingen ‘voor’ en ‘tegen’

Van alle respondenten blijkt 12% aangesloten bij een vereniging van alternatieve-beroepsbeoefenaars. De hierbij meest genoemde verenigingen zijn:

• ABB Artsenvereniging voor Biofysische geneeskunde en Bio-informatie therapie

• ABNG-2000 Artsenvereniging voor Biologische en Natuurlijke Geneeskunde

• MBOG Maatschappij ter Bevordering van de Orthomoleculaire Geneeskunde

• NAAV Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging

• NVA Nederlandse Vereniging voor Acupunctuur

• NVAA Nederlandse Vereniging voor Antroposofische Artsen

• NVO Nederlandse Vereniging voor Osteopathie

• NVOMG Nederlandse Vereniging OrthoManuele Geneeskunde

• SNVA Samenwerkende Nederlandse Veterinaire Acupuncturisten

• VHAN Vereniging van Homeopathische Artsen in Nederland

 

Van alle respondenten weet 92% van het bestaan van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK), en 6% is daadwerkelijk lid van deze vereniging. Het hoogste percentage aangeslotenen (14%) vinden we bij de apothekers, het laagste (2%) bij de fysiotherapeuten. Van zowel de medisch specialisten als de huisartsen is 8% aangesloten.

Gevraagd of men de uitgangspunten van de VtdK onderschrijft, antwoordt 21% ‘ja, volledig’, en 30% ‘ja’. Nog eens 29% antwoordt ‘deels wel en deels niet’, en 20% antwoordt ‘nee’. Bij huisartsen en specialisten zijn de antwoorden: 29% ‘ja, volledig’, en 33% ‘ja’.

 

Zij die het (volledig) eens zijn met de VtdK, geven hierbij argumenten als: “Behandelingen moeten volgens de regels getoetst worden. Niet werkzame middelen geven is oplichting.” “Ik ben voorstander van een totale ontmaskering van de alternatieve geneeswijzen.” “Alternatieve geneeswijzen werken niet, anders waren ze allang opgenomen binnen de reguliere geneeskunde.”

 

Veel genoemd wordt het criterium van toetsbaarheid. “De reguliere geneeskunde stelt zich toetsbaar op en wordt daar ook op afgerekend. De alternatieve toepassingen zijn – voor zover mij bekend – niet toetsbaar”, schrijft een apotheker. En een arts in opleiding schrijft: “Het probleem is dat iemand die níet medisch onderlegd is, niet weet wat hij/zij een patiënt onthoudt uit het reguliere circuit en dat kan weleens heel gevaarlijk zijn.”

 

Zij die het niet eens zijn met de uitgangspunten van de VtdK, wijzen vooral op wat zij zien als de kortzichtigheden en het gesloten karakter van de vereniging. Een huisarts: “Het standpunt van de VtdK is te kortzichtig en beperkt. Het zou beter zijn als regulier en alternatief náást elkaar werken en niet tegen elkaar. Respect voor elkaars ziens- en werkwijze is een eerste stap, en er is absoluut geen discussie mogelijk met deze club.”

 

Maar ook inhoudelijke argumenten worden genoemd om duidelijk te maken waarom men het niet eens is met de VtdK. Een medisch specialist: “Heel veel reguliere geneeskunde is ook niet evidence based, en dát wordt dan weer niet kwakzalverij genoemd.”

 

Welke alternatieve geneeswijzen hebben daadwerkelijk effect?

Wij stelden ook de volgende vraag: Wilt u hieronder aangeven in hoeverre onderstaande behandelmethoden volgens u daadwerkelijk effect sorteren? U kunt dit doen met een cijfer van 0 tot 100, waarbij 0 betekent dat de behandelmethode geen enkel effect sorteert en 100 dat deze methode in 100% van de gevallen het gewenste effect sorteert. Als referentie is hierbij een aantal behandelmethoden opgenomen uit de reguliere geneeskunde.


 

Over deze vraag maakte ongeveer 1,5% van alle respondenten een opmerking, en ongeveer 1% gaf expliciet aan dat ze deze vraag niet konden beantwoorden. Een huisarts schreef: “Ik kan en wil vraag 21 niet invullen omdat er niet bij staat voor welke kwaal de behandeling geldt.”

 

Uit de antwoorden van de respondenten die deze vraag wél invulden, krijgen de methoden uit de reguliere geneeskunde die als referentie waren opgenomen de hoogste score: alle boven de 60%. Alle alternatieve geneeswijzen scoren een effect van 36% of lager.

 

We zagen eerder dat 20% van de respondenten alternatieve geneeswijzen toepast in hun eigen praktijk. Deze groep geeft een significant hoger effectpercentage bij de alternatieve geneeswijzen dan zij die zelf geen alternatieve geneeswijzen toepassen. Deze verschillen zijn groot, tot een factor twee à drie. De verschillen tussen beide groepen bij de beoordeelde effectgroottes van de als referentie opgenomen reguliere geneeswijzen, zijn daarentegen niet significant.

 

Doorverwijzen naar de homeopaat?

Aan alléén huisartsen en medisch specialisten vroegen wij: Heeft u zelf weleens een patiënt die door u uitbehandeld en/of uit gediagnosticeerd is, actief doorverwezen naar het alternatieve circuit, of heeft u suggesties gegeven op dat gebied? Het merendeel (65%) antwoordt dit nog nooit te hebben gedaan, en bij 25% is dit ‘weleens’ voorgekomen. Bij 10% gebeurde dit ‘meerdere keren’, gemiddeld meer dan 50 keer.

 

Doorverwijzen gaat op verschillende manieren. In het ene geval geeft de arts een telefoonnummer, in andere gevallen betreft het een normale doorverwijzing naar een gespecialiseerde collega, en in weer ander gevallen doet de arts de alternatieve behandeling zelf. Over het algemeen is men tevreden over de resultaten.

 

En als een patiënt er zelf om vraagt?

Hoe gaat u om met patiënten die zelf alternatieve geneeswijzen willen aanwenden of uitproberen? Slechts 3% van alle respondenten zou dit dan ten sterkste afraden. Iets meer dan de helft (52%) zou zeggen dat het niet zijn/haar vakgebied is, maar dat dit de keuze van de patiënt zelf is, en nog eens 23% zou de patiënt waarschuwen dat er veel kaf tussen het koren zit. De rest helpt actief: 15% geeft telefoonnummers, 7% schrijft actief alternatieve geneeswijzen voor. Bij medisch specialisten en huisartsen wijkt dit niet veel af: 4% zou het ten sterkste afraden, 9% geeft telefoonnummers en 5% schrijft actief voor.

 

Gebruikt ú alternatieve geneeswijzen?

Van alle respondenten maakt 40% zelf privé weleens gebruik van alternatieve geneeswijzen (bij medisch specialisten en huisartsen 24%). Alle elf in dit onderzoek genoemde toepassingen worden genoemd. Het meest: homeopathie, acupunctuur en orthomoleculaire geneeskunde. Daarbuiten worden ook nog genoemd: antroposofische geneeskunst, rebalancing, probiotica, aromatherapie, shiatsu, (Chinese) massage, bioresonantietherapie, haptotherapie, bio-informatietherapie, haptonomie, neuraal therapie, cranio-sacraaltherapie, mesotherapie, manuele therapie, het gebruik van een magnetiseur. Bij 33% gebruiken ook gezinsleden dit soort middelen en methoden. Over het algemeen is men tevreden over het resultaat.

 

En als u zelf uitbehandeld en/of uitgediagnosticeerd bent…

… zou u dan gebruikmaken van alternatieve geneeswijzen? Nooit, zegt 29% van alle respondenten, en 42% twijfelt. 19% zal in die situatie wél gebruikmaken van alternatieve geneeswijzen, en de resterende 10% zegt dat ze dit ook nu doen en dit in die situatie ook zullen doen. Bij medisch specialisten en huisartsen ligt het aandeel ‘nooit’-zeggers aanmerkelijk hoger, namelijk op 46%. 39% twijfelt.

 

Wat moeten zorgverzekeraars vergoeden?

42% van alle respondenten vindt dat zorgverzekeraars het gebruik van sommige typen alternatieve geneeswijzen moeten vergoeden, en precies evenveel vindt juist van niet. De rest neemt een middenpositie in. Onder huisartsen en specialisten vindt 60% dat het gebruik van sommige alternatieve geneeswijzen niet moet worden vergoed.

 

De toepassingen die het meest worden genoemd als in aanmerking komend voor vergoeding zijn, in volgorde: acupunctuur, homeopathie, osteopathie en chiropraxie. De overige zeven van de elf in dit onderzoek opgenomen toepassingen worden in mindere mate genoemd. Buiten die elf worden ook nog genoemd, door een enkele respondent: mesotherapie, yoga, neurofeedback, haptonomie, acupressuur, manuele therapie, bio-informatietherapie, antroposofi sche geneeskunde, neuraaltherapie en aura healing. Een klein deel van alle respondenten wil dat alle toepassingen uit de alternatieve geneeswijzen vergoed worden.

 

En wat vinden de studenten?

Wat studenten vinden over alternatieve geneeswijzen verschilt nauwelijks van de mening van afgestudeerde zorgprofessionals. Studenten blijken wat minder op de hoogte van het bestaan van enkele van de in dit onderzoek opgenomen toepassingen, namelijk regressietherapie of reïncarnatietherapie, orthomoleculaire geneeskunde en Bach-bloesemtherapie.

 

En studenten zijn minder vertrouwd met de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Van alle afgestudeerde/werkzame respondenten kent 92% de VtdK, binnen de studentengroep is dit 67%. En terwijl 6% van de werkende respondenten bij de VtdK is aangesloten, is dit bij studenten 2%.

 

Uw mening over alternatief praktiserende collega’s

Aan de 80% respondenten die zelf géén alternatieve geneeswijzen praktiseren of alternatieve middelen verkopen, vroegen wij wat ze vinden van regulier opgeleide collega’s die dit wél doen. De grootste groep (45%) vindt dit geen probleem en geeft aan dat iedereen dat voor zichzelf moet weten. Iets meer dan een derde (36%)vindt dit ongepast, en zegt dat deze twee werelden gescheiden moeten blijven. 2% heeft hier geen mening over, en 16% heeft een andere mening. Maar ook binnen die laatste groep staan verreweg de meesten positief tegenover collega’s die wél alternatieve geneeswijzen praktiseren.

 

In opmerkingen die bij deze vraag gemaakt worden, wordt gezegd dat de patiënt moet weten waar de behandelaar voor staat, maar wel zélf moet kunnen kiezen. Anderen benadrukken het aanvullende en complementaire karakter, en het belang van het niet laten prevaleren van alternatieve toepassingen boven de reguliere. Een huisarts schrijft: “Zolang de reguliere geneeskunde niet uit het oog verloren wordt en de patiënt er positieve effecten van ondervindt, is een ieder vrij alternatieve geneeswijzen toe te passen.”

 

Gevraagd naar de verkoop door apothekers van ‘alternatieve producten’ (zoals homeopathische), blijkt 25% van de respondenten van mening dat apothekers dit niet zouden mogen doen, en twijfelt 15% hierover. 44% heeft er geen probleem mee, en 17% vindt het juist goed dat apothekers ook alternatieve producten in de schappen hebben staan.

 

Tot slot: wat brengt de toekomst?

Wij vroegen ook: Zal het gebruik van alternatieve geneeswijzen in de toekomst af- of juist toenemen? De meerderheid van de respondenten (53%) verwacht dat het gebruik gaat toenemen, en 39% verwacht geen veranderingen. Slechts 8% verwacht een afname.

 

Over deze enquête

Het online onderzoek voor deze enquête werd gehouden in week 5, 6 en 7 van dit jaar, onder lezers van Arts & Auto c.q. leden van VvAA. In totaal vulden 4135 respondenten, van wie 59% man, de vragenlijst helemaal in. De gemiddelde leeftijd is 48 jaar, 14% is nog student.

De resultaten van de respondenten zijn teruggewogen naar de bestaande verdeling tussen beroepsgroepen binnen de huidige ledenkring van VvAA. Gezien ook de (hoge) absolute aantallen respondenten, komt hieruit een representatief beeld naar voren van de visie op alternatieve geneeswijzen onder VvAA leden, maar kunnen ook per afzonderlijke beroepsgroep representatieve resultaten worden weergegeven. Zo is bij een aantal vragen de respons door de groep van ‘huisartsen en medisch specialisten’ afzonderlijk vermeld.

 

De steekproef zoals die na terugweging resulteert, bestaat uit: apothekers (2%), fysiotherapeuten (11%), medisch specialisten (21%), huisartsen (15%), tandartsen (11%), dierenartsen (4%), artsen in opleiding (11%) en andere (para)medische beroepen (24%). Tot die laatstgenoemde categorie behoren onder meer verloskundigen, psychotherapeuten, mondhygiënisten, bedrijfsartsen, artsen voor homeopathie en logopedisten. 19% van de respondenten heeft een hbo-opleiding, 71% heeft wetenschappelijk onderwijs gevolgd en 10% is gepromoveerd.

Het onderzoek is uitgevoerd, en dit artikel is geschreven, door Paul van der Meer, psycholoog en directeur/eigenaar van onderzoeksbureau TeraKnowledge. 

 

Onderzoeksverantwoording
De online Arts & Auto enquête over alternatieve geneeswijzen van februari 2010 is door 4.135 respondenten beantwoord. De leden zijn op drie manieren benaderd om mee te doen aan de enquête. In het februarinummer van het Arts & Auto magazine is een oproep geplaatst en in dezelfde periode (gedurende het februarinummer) heeft een oproep gestaan op de website van Arts & Auto. Daarbuiten is een oproep verstuurd via de digitale nieuwsbrief van de VvAA. De nieuwsbrief is verstuurd naar circa 27.000 e-mailadressen.

Het ledenbestand van de VvAA is als volgt opgebouwd. (bron: VvAA, stand van september 2009)
   Groep  absoluut  percentage
1
2
3
4
5
6
7
8



Apotheker
Fysiotherapeut
Medisch specialist
Huisarts
Tandarts
Dierenarts
Arts in opleiding
Overige beroepen:
Overig medisch (8.385)
Overig niet-medisch (5.147)
Overig paramedisch (5.387)
TOTAAL
1.792
8.773
16.198
11.429
8.552
3.295
8.505
18.919



77.463
2
11
21
15
11
4
11
24



100


Daarbuiten kent het VvAA ledenbestand ongeveer 20.000 studentleden. De antwoorden van de studenten zijn separaat geanalyseerd.

Bij de respons op deze enquête zijn alle hierboven genoemde groepen goed en in voldoende mate vertegenwoordigd. Oók is er sprake van grote heterogeniteit bij de afzonderlijke groepen, qua leeftijd, geslacht, aantal werkzame jaren en dergelijke.

De steekproefverdeling (onderzoekspopulatie) benadert in grote mate de exacte verdeling (het universum) van werkende VvAA leden. Een enkele groep is ondervertegenwoordigd (zoals tandartsen). Medisch specialisten en huisartsen zijn daarentegen weer een enigszins oververtegenwoordigd (zie tabel beneden, in percentages ).

   Groep Steekproef
Onderzoekspopulatie
VvAA
universum
1
2
3
4
5
6
7
8
Apotheker
Fysiotherapeut
Medisch specialist
Huisarts
Tandarts
Dierenarts
Arts in opleiding
Overige beroepen
TOTAAL
2,3
11,0
27,0
19,3
6,8
3,7
9,4
20,6
100
2
11
21
15
11
4
11
24
100


Met het oog op de representativiteit is in dit onderzoek gebruik gemaakt van weging van de antwoorden van beroepsgroepen. Hierdoor ontstaat een statistisch identiek gelijke verdeling van beroepsgroepen in de onderzoekspopulatie, zoals die ook in het universum (VvAA ledenbestand) wordt aangetroffen.

Bij de weging zijn de volgende factoren toegepast:
   Groep  Factor
1
2
3
4
5
6
7
8
Apotheker
Fysiotherapeut
Medisch specialist
Huisarts
Tandarts
Dierenarts
Arts in opleiding
Overige beroepen
0,87
1
0,78
0,78
1,62
1,08
1,17
1,16

Door toepassing van de weegfactoren worden de antwoorden van bijvoorbeeld de medisch specialisten wat minder zwaar meegeteld en de antwoorden van de tandartsen, weer wat zwaarder.

De gewogen antwoorden van de groep respondenten (dus zonder de VvAA-studentleden) vormt een representatieve steekproef uit het universum “de werkzame VvAA-leden” en meer algemeen “het hogere kader in de gezondheidszorg”.

Alle beschrijvende statistische analyses over de gehele groep respondenten, zoals alle frequentieanalyses, zijn uitgevoerd over de gewogen antwoorden van de respondenten. Bij de exploratieve analyses (zowel parametrische als non-parametrische toetsen), is getest met een statistisch significantieniveau van 1% (p=1%). Alleen statistisch significante resultaten zijn vermeld in het artikel.

zie ook: Frequentieanalyses van de enquête (pdf)

Het onderzoek is uitgevoerd en dit artikel is geschreven door Drs. Paul van der Meer BC, psycholoog (psychometricus en psychofysioloog), directeur/eigenaar van onderzoeksbureau TeraKnowledge.

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties (11)

J.A. van den Ende, arts07-05-2010 | 13:36
Jammer genoeg heeft de orthomanele behandeling(methode Sickesz) geen aparte plaats bij het onderzoek en dus ook niet bij de uitslag gekregen. Bij deze methode richt men zich op het herstellen van ontwrichtingen, niet alleen van de ledematen maar ook en vooral van de wervels. Dit is binnen de reguliere geneeskundigen een volkomen achter gebleven gebied. Vooral het herstellen van nekwervel-foutstanden levert ongekende successen op. Uit de resultaten blijkt dat nekwervel-foutstanden de oorzaak zijn van functiestoornissen van het autonoom zenuwstelsel met alle gevolgen van dien als functiestoornissen van het centraalzenuwstelsel (autisme, schizofrenie, depressie enzovoort). Over de resultaten heb ik een boekje geschreven dat ik u zal toesturen wanneer u daar in geinteresseerd mocht zijn. Laat mij dan weten waar ik het heen kan sturen.
Met een vriendelijke groet,
Jan van den Ende
M.Heijerman07-05-2010 | 15:13
Graag wil ik even reageren op uw artikel: " Enquête over alternatieve geneeswijzen"

De statistieken 2010 wijzen uit, dat 1 op de 3 mensen geconfronteerd zal worden met de ziekte kanker.
Ik heb in uw onderzoek de alternatieve Moerman therapie gemist met zijn alternatieve natuurlijke kankerbestrijding. Actueler dan ooit zou je denken.
De Moermanvereniging is nog steeds de grootste patiënten vereniging van Nederland. Ze telt duizenden leden. Ondanks de recessie mochten we het afgelopen jaar 853 nieuwe leden inschrijven.
De relatie voeding en kanker is echter al lang bekend.
Preventie van kanker, door het aanbieden van een gezond natuurlijk voedingspatroon, heeft naast de begeleiding van de zieke mens, dan ook een hele grote prioriteit bij de Moermanvereniging.

Interessant om over Moerman -Moerman therapie-Moermanvereniging eens een artikel in uw magazine Arts & Auto, te schrijven!

Wat deze enquête betreft, die ziet er ovezichtelijk en duidelijk uit.

Mvg,
M. Heijerman.
J. Vermeulen26-05-2010 | 08:12
Het verbaast mij dat acupunctuur in deze enquete tot alternatieve wijze bestempeld wordt. Sinds enkele jaren is het bekend dat acupunctuur niet meer een alternatief is maar tot Integrated Medicine of Geintegreerde Geneeskunde gerekend wordt.
J. Vermeulen, NVA-acupuncturist/fysiotherapeut
D. van Voorn27-05-2010 | 08:27
Het verbaast mij dat de heer Vermeulen Integrated Medicine presenteert als zijnde een synoniem voor reguliere geneeskunde. Integrated Medicine gaat uit van (ik citeer): het lichaam en de ziel en betrekt deze dimensies in de behandeling. Het gaat dus niet uit van ziekte en ziekteverwekker zoals dat in de reguliere geneeskunde het geval is. Daarnaast stelt het BMJ dat Integrated Medicine te vergelijken is met complementaire geneeskunde.
Nogmaals, het is misleidend uw beroepsgroep via slinkse bewoordingen te scharen onder reguliere geneeskunde. Uit herhaaldelijk wetenschappelijk onderzoek blijkt telkens dat de "werkzaamheid" van acupunctuur niet groter is dan die van de bekende placebo.

D. van Voorn
Carla Engelbert17-06-2010 | 13:04
Geachte Dr J.van den Ende
Graag zou ik Uw boekje willen ontvangen.
Sinds enkele maanden is bij mij de diagnose polyneuropathie gesteld,met naast de gebruikelijke klachten aan de uiteinden van de ledematen ook klachten van het autonome zenuwstelsel, die zich uiten in maag-en darmklachten en soms ook slikklachten. Kan orthomanuele therapie mijn klachten verlichte?
Alvast hartelijk dank
Met vriendelijke groeten: Mw. C.J. Engelbert




Theo Tromp06-10-2010 | 08:21
Een alternatieve manier om aan je gezondheid te werken is met Transcendente Meditatie (TM). Meer dan 700 gepubliceerde wetenschappelijke studies tonen aan dat TM stress en spanningen neutraliseert en daarmee de oorzaak van nagenoeg alle ziektes verwijderd.
Rob van der sloot07-10-2010 | 14:32
In het onderzoek mis ik de vraag in hoeverre men op de hoogte is van al die 'alternatieve geneeswijzen'. Ik denk dat elke arts zich tegenwoordig zal moeten afvragen hoe het verder moet met de gezondheidszorg, want de betaalbaarheid staat onder grote druk. Een objectief wetenschappelijk onderzoek naar alle geneeswijzen lijkt mij de aangewezen weg om meer inzicht in te krijgen in prijs/prestatie, zodat er verantwoorde beslissingen genomen kunnen worden. Bv naar de werking en effecten van Ayurveda is, weet ik, wetenschappelijk onderzoek gedaan, maar ik denk dat daarover weinig of niets bekend is in reguliere kringen. Het komt mij voor dat er een grote groep reguliere geneeskundigen is, die de 'eigen' kennis verabsoluteert. Dat is erg jammer, want een 'open mind', zou tot heel veel mooie nieuwe successen kunnen leiden.
De reguliere geneeskunde prijst zich in elk geval steeds verder uit de 'markt'.
Henk Mutsaers08-10-2010 | 11:25
Ik vraag mij af in hoeverre de reguliere geneeskunde zich op de hoogte stelt van wetenschappelijke studies over alternatieve therapieën en over de betrouwbaarheid waarmee de eigen medicijnen studies tot stand zijn gekomen. Ik zie in dit rapport vele seinen op rood staan om met een nog grotere bocht om de reguliere 'medicijnkunde' heen te lopen. Persoonlijk vindt ik dat de reguliere geneeskunde tot werkelijk fenomenale hoogstandjes in staat is om mensen na een ongeluk weer in elkaar te sleutelen. Kom echter niet aan met de farmaceutische abracadabra winkel ontstaan uit geïsoleerde vaak zeer giftige stoffen gekopieerd uit de natuur met dodelijke bijwerkingen en voor een groot deel onderbouwt met frauduleus ‘wetenschappelijk’ onderzoek.
G.E. Ubbens20-10-2010 | 20:25
Het bezwaar van alternatieve geneeswijzen in onze samenleving zie ik vooral in het feit mensen via trial and error een therapie zoeken voor hun kwaal. Het zou goed zijn als
deskundigen deze mensen een voor hen geeigende therapie konden adviseren. Dat zou ook heel wat ziektekosten besparen. Ik weet uit mijn kennissenkring van een situatie van een studente die op de universiteit de waarschuwing kreeg niet te sympathiseren met niet-reguliere therapieen omdat ze anders te maken zou kunnen krijgen met het medisch tuchtcollege. Vanwaar die angst?
Wetenschap kan je niet bedrijven als de conclusies van tevoren vast staan. Nieuwe inzichten ontstaan vanuit nieuwsgierigheid. De medische wetenschap zelf loopt ver
vooruit op de praktijk. Zelf ben ik opgeleid door dr. Roy Martina, een nieuwsgierige arts bij uitstek! In zijn behandeling zoek je via een bio-energetisch onderzoek eerst uit wat de hoofd causale oorzaak is van de klacht en van daaruit zoek je de therapie.
Twee wel zeer succesvolle resultaten wil ik hier als voorbeeld geven. Man, 35 jaar, heeft al van af zijn 7e last van constipatie en is al jaren onder doktersbehandeling. Tenslotte kan hij niet meer werken en zijn werkgever adviseert
hem om mij te consulteren. Uit mijn onderzoekje blijkt dat hij een oorspronkelijke melkallergie heeft. Advies: het
opgekomen passende homeopathisch middel innemen en 6 weken geen koemelk producten gebruiken, maar alternatieve producten zoals geitenmelk en met mate sojaproducten. Daarna zeer matig gebruik van koemelkproducten toegestaan.
Omdat hij niet, zoals was afgesproken, na 6 weken terugkwam voor controle, belde ik zijn werkgever. Deze vertelde dat hij weer fulltime werkte. Tien weken na het eerste
consult kwam client alsnog voor controle. Van de klachten was in een bio-energetisch onderzoekje geen spoor meer terug te vinden. Hij voelde zich een ander mens en dat was hem aan te zien.
Bij een andere client bleek tot mijn eigen verrassing al binnen 5 minuten dat hij niet tegen straling kon. Hij was niet bekend met mijn werkwijze. Ook zíjn werkgever had hem geadviseerd om mij te consulteren. Hij reageerde zeer terughoudend op mijn snelle diagnose, maar vertelde wel dat hij sinds een half jaar in een nieuwe wijk woonde. Bij navraag bleken zijn kinderen de laatste tijd geregeld school te moeten verzuimen en ook in de buurt waren er mensen die niet meer naar hun werk konden vanwege klachten. En dat pal naast zijn woonwijk
hoge electriciteitsmasten stonden. Van zijn werkgever hoorde ik later dat de man zijn huis had verkocht en verhuisd was
naar een ander deel van Leeuwarden en dat hij gewoon weer aan het werk was.
Ik zou een sprookje vertellen als alle consulten zo snel resultaat gaven. Meestal moet je laag voor laag werken om de conditie te verbeteren. Voorwaarde is daarbij dat client
therapie trouw is en bereid is om zo nodig iets aan zijn situatie te veranderen.
Het is jammer dat er soms sprake is van vijandigheid tussen artsen en 'alternatieve' genezers. Ook daar kan ik een voorbeeld van geven. Zo zei een internist tegen een client
van mij dat zijn symptomen (ziekte van Paget) verergerd waren door de voedingssupplementen die hij gebruikte en die "die vrouw" hem (een half jaar tevoren) geadviseerd had. Dat client over enige weken naar Z.Afrika zou reizen voor stage en voor die tijd zijn scriptie, die maar niet vorderde, moest inleveren en dat het net uit was met zijn vriendin werd buiten beschouwing gelaten. Nee, de oorzaak was duidelijk: de
voedingssupplementen die client al een half jaar gebruikte en kennelijk nu pas verergering van symptomen veroorzaakten.
Domheid en onvoldoende opleiding bij sommige ‘alternatieve genezers’ bevordert al evenmin de samenwerking met de reguliere artsen.
Is het te mooi om waar te zijn als artsen en therapeuten in wederzijds respect samen gaan werken? En als er een erkende opleiding zou komen voor complementaire
therapieen met diverse specialisaties? Tot die tijd betalen we ons blauw aan ziektekostenverzekeringen. En aan medicijnen die door de pharmaceutische industrie zélf geevalueerd worden! Een zo machtige lobby, die alles wat zijn belangen
dwarsboomt, ten koste van goede alternatieven zal trachten te elimineren.

Met vriendelijkge groet,
Gwendolyn Ubbens, Coach naar vitaliteit.
Hetty van Doorn02-12-2010 | 20:37
Graag reageer ik op de opmerking in de laatste reactie:
"Het zou goed zijn als
deskundigen deze mensen een voor hen geeigende therapie konden adviseren".
Er zijn op dit gebied ervaringsdeskundigen die dit al meer dan 20 jaar doen! Helaas vrijwel onbekend bij de medische beroepsgroep, waardoor jaarlijks vele mensen voor een verkeerde of nutteloze therapie kiezen of, als ze pech hebben, in handen vallen van kwakzalvers of oplichters.

Het zou inderdaad goed zijn als A&A eens aandacht besteedt aan dit (liefde)werk voor en door consumenten. www.infolijn-ag.nl
H.J.Oterdoom11-10-2011 | 08:21
Ik vind alternartieve geneeswijzen en fytotherapie een goed alternatief voor de reguliere geneeswijze. Het is een verrijking als je de consument/patient meerdere mogelijkheden kunt bieden.
Zo ben ik na middels bioresonatie van mijn Hooikoorts afgekomen, omdat allergieen vaak voortkomen uit een onbalans in de energie toevoer naar de organen.
Ook heb ik goede ervaringen met personen met de ziekte van Lyme. En het opsporen van Allergieën b.v. Tarwe allergie.

Dus ik stem VOOR.

H.J.Oterdoom
Bioresonatie therapeut

Reageren?

Artikelen in dit thema

Voorzichtige conclusies

De resultaten van deze enquête vormen een uitgebreid en gevarieerd geheel, dat zich niet laat simplificeren tot één (of enkele) radicale conclusie(s). Leest u vooral zelf dit verslag, en maak uw eigen gevolgtrekkingen. Dit neemt niet weg dat op 4 punten wel een zekere hoofdlijn valt te distilleren:
  1. Het merendeel van de respondenten neemt ten aanzien van alternatieve geneeswijzen een afstandelijke houding aan, zeker als het gaat om het zélf praktiseren (of gebruiken).
  2. Maar hier staat tegenover dat er een aanzienlijke minderheid is die deze afstandelijke houding juist níet heeft, of in elk geval in veel mindere mate, en dat die minderheid groter in omvang is dan velen misschien zouden hebben verwacht.
  3. Verder valt in de beantwoording van een aantal vragen op, dat onder velen die in principe zelf die afstand in acht nemen, de algehele houding ten opzichte van alternatieve geneeswijzen er een is van tolerantie en openstaan voor nuance.
  4. Bij een aantal vragen zijn de antwoorden vanuit de groep van huisartsen en medisch specialisten vergeleken met die van de totale groep van respondenten. Hieruit komt duidelijk naar voren dat huisartsen en medisch specialisten gemiddeld sceptischer staan ten opzichte van alternatieve geneeswijzen dan andere groepen (para)medisch professionals, maar ook dat deze verschillen wat minder groot zijn dan velen misschien zouden hebben verwacht.
Prijswinnaars
Van de 4.135 respondenten van de enquête zijn de volgende personen in de prijzen gevallen.

De iPods Touch zijn gewonnen door:
  • P.W. Goudsmit - Gouda
  • Marieke van Raaij - Utrecht
  • P. van der Sar - Hengelo

De fotoboeken Hot - Life in the Australian outback zijn gewonnen door:
  • Marina Kouwenberg - Mijdrecht
  • Roel Fredrix - Roosendaal
  • G.H.J. Rösken - Utrecht
  • Titi Koolsbergen - Den Bosch
  • Th.M.G. van Berkestijn - Velp Gld
  • Jan Willem van Diermen - Ermelo
  • N.G. de Blaeij - Berkel en Rodenrijs
  • A.J.M. van de Sandt - Eibergen
  • N.J. van Weezepoel-Bosselaar - Nieuwerkerk a/d IJssel
Iedereen van harte gefeliciteerd! De prijzen zijn inmiddels verstuurd.