Komt een celebrity bij de dokter
Bekeken 4109
Reacties 0
Beoordeling 
24-09-2009
Arts zijn van een beroemdheid is lucratief, prestigieus en uitdagend. Maar het beroep van celebrity doctor is ook veeleisend, verraderlijk en niet ongevaarlijk, zoals blijkt uit de dreigende rechtzaak tegen de arts van Michael Jackson. Hoewel Nederland geen sterren kent van het formaat Jackson, kunnen ook Nederlandse artsen te maken krijgen met bekende of beroemde patiënten. Van het Koninklijk Huis en politici tot verwende topvoetballers: hoe ga je om met mensen die door hun status meestal niet meer weten wat ‘nee’ betekent?
Tekst Rutger Vahl
‘Bekende Nederlanders krijgen andere behandeling’
Nederland kent geen sterren van het kaliber Jackson, Presley of Kennedy. Maar er zijn wel prinsen en prinsessen, ministers, televisiesterren, topsporters en zakenmensen. Hoe is het om als arts iemand te behandelen met een grote maatschappelijke status? Gebruiken of misbruiken deze BN’ers hun status wel eens om dingen gedaan te krijgen? Krijgen celebrities een voorkeurs-behandeling? En wat doet het met je ego als je een bekende Nederlander als patiënt hebt?
Het blijkt moeilijk artsen over dit onderwerp aan de praat te krijgen. Maddy Smeets, bekend als gynaecoloog van Maxima, wil niet geïnterviewd worden. Andere artsen geven aan het een non-issue te vinden. Eén medisch specialist is wel bereid iets te zeggen, maar alleen op basis van anonimiteit. Hij behandelt diverse beroemdheden.
lees verder
|
Dr. Conrad Murray heeft de Amerikaanse justitie heel wat uit te leggen. De cardioloog geniet de twijfelachtige eer een van de laatsten te zijn geweest die Michael Jackson in leven zag. Murray was bovendien de lijfarts van Jackson. Of moeten we zeggen: drugsdealer? Na de dood van Jackson bleek hoezeer de gevallen popster verslaafd was aan medicijnen. In de laatste maanden van zijn leven zou Murray zijn cliënt overmatig hebben voorzien van onder meer demerol, valium, lorazepam en propofol, het verdovingsmiddel waaraan Jackson volgens de lijkschouwer op 25 juni overleed.
Het treurige einde van The King of Pop vertoont opvallende gelijkenissen met de dood van die andere King, Elvis Presley. Ook Presley was verslaafd aan medicijnen, en ook bij Presley’s overlijden speelde een arts de hoofdrol. De ‘dr. Murray’ van Elvis heette George C. Nichopoulos, beter bekend als dr. Nick. Na de dood van Presley op 16 augustus 1977 was de arts lange tijd wereldnieuws. Fans – althans degenen die geloofden dat Elvis echt dood was – zagen in dr. Nick de kwade genius achter het vroege verscheiden van hun idool. Ook de Amerikaanse justitie deed dat: in 1980 kwam het tot een zaak tegen Nichopoulos, waarin schokkende feiten aan het licht kwamen. Zo bleek de arts Presley in de laatste acht maanden van zijn leven tienduizend(!) doses barbituraten, amfetaminen en verdovende middelen te hebben voorgeschreven.
Beroemd of berooid
Het treurige einde van The King of Pop
vertoont opvallende gelijkenissen met
de dood van die andere King, Elvis Presley
|
De gevallen Jackson/Murray en Presley/Nichopoulos staan niet op zichzelf. De voorbeelden van dubieuze relaties tussen artsen en hun wereldberoemde patiënten zijn legio. Die relatie is ook per definitie precair. De (lijf)arts leeft enerzijds in de schaduw van de grote ster, maar kan tegelijk een bepalende invloed krijgen. Niet zelden legt de celebrity
zijn lichamelijke en psychische welbevinden in handen van één bevoorrechte behandelaar, die uitgroeit tot steun en toeverlaat. Behorend tot de inner circle van zijn beroemde cliënt deelt de celebrity doctor
in diens roem en status. Hij wordt zelf een bekendheid. Zo’n werkomgeving is uitdagend en stimulerend, maar kan ook gevaarlijk zijn als de professionele blik van de lijfarts vertroebeld raakt en er een ongewenste afhankelijkheid ontstaat. Wie 150.000 dollar per maand verdient aan één cliënt, zoals Jacksons arts Murray, moet wel heel sterk in zijn schoenen staan om de wensen van die cliënt in de wind te slaan.
Beroemd of berooid. Op de man af gevraagd zullen de meeste medici zeggen dat het hen niets uitmaakt. Iedere patiënt krijgt dezelfde behandeling en wordt met dezelfde professionele distantie bejegend. Maar is dat ook zo? Dr. Richard Fleming is plastisch chirurg in Beverly Hills, residentie van vele film-, pop- en televisiesterren. Hij constateert dat het werken met celebrities een arts wel degelijk voor andersoortige vragen en dilemma’s stelt. Fleming heeft in de afgelopen dertig jaar vele internationale beroemdheden onder zijn mes gehad. Ook Michael Jackson wendde zich ooit tot zijn kliniek. Tevergeefs: Fleming en zijn compagnon weigerden aan de eisen van de popster te voldoen. “Jackson bracht een entourage mee die de betekenis van het woord ‘nee’ niet kende”, vertelt Fleming aan de telefoon. “Dat is heel gevaarlijk. Je komt onder een druk te staan waaraan je niet mag toegeven. Het is niet de cliënt of zijn omgeving die bepaalt wat er gebeurt maar de arts. Wat Jackson wilde, vonden wij esthetisch niet meer verantwoord. Daarvoor wilde ik mijn goede naam niet op het spel zetten. Het is bijzonder tragisch wat er met Michael Jackson is gebeurd, temeer omdat ik in mijn leven zelden een intelligenter persoon heb ontmoet”
‘I cared too much’
Wie 150.000 dollar per maand verdient aan één cliënt,
moet wel heel sterk in zijn schoenen
staan om diens wensen in de wind te slaan
|
Over de vraag of Elvis Presley intelligent was, lopen de meningen uiteen. In elk geval was de zanger blind voor het gevaar van zijn medicijnverslaving. Zoals zijn lijfarts Nichopoulos in 2002 in een interview opmerkte: “Volgens Elvis was er een geneesmiddel voor alles. Maar hij voelde zich geen junkie omdat hij zijn pillen van een dokter kreeg. Elvis zag er geen kwaad in.”
Nichopoulos kwam in 1967 in contact met Presley, die aan slapeloosheid leed. Vanaf 1970 was hij zijn vaste arts. In die jaren nam het medicijngebruik van de entertainer groteske vormen aan. Elvis slikte uppers en downers – desbutal, escatrol en zijn favoriet placidyl – maar was ook een tijd verslaafd aan demerol en andere pijnstillers.
Nadat Presley op 42-jarige leeftijd aan een hartaanval was overleden, werd duidelijk dat Nichopoulos zijn betreurde cliënt van 1975 tot 1977 had voorzien van ruim 19.000 doses medicijnen. In het bloed van de zanger vond de patholoog-anatoom sporen van 14 geneesmiddelen, waarvan 10 in hoge concentraties. Al snel trokken fans en media de conclusie dat Presley geen natuurlijke dood stierf maar was bezweken aan een overdosis, toegediend door dr. Nick. In 1980 werd de arts aangeklaagd voor het overmatig voorschrijven van geneesmiddelen.
Het verweer van Nichopoulos werpt een interessant licht op de dilemma’s van de celebrity doctor. Volgens de arts had hij steeds het beste met zijn cliënt voorgehad. Keer op keer had hij Elvis ervan proberen te overtuigen dat deze zijn medicijngebruik moest minderen en de entertainer zelfs placebo’s gegeven als dat mogelijk was. Maar niets kon Presley stoppen. “Als ik weigerde hem te geven wat hij wilde, werd hij woedend en ging hij gewoon naar een andere dokter”, vertelde Nichopoulos in 2002. Door steeds in de buurt van de entertainer te blijven, hoopte dr. Nick het drugsgebruik van Presley te controleren en te voorkomen dat de entertainer zijn heil zou zoeken bij dokters die minder met het lot van ster waren begaan dan hijzelf.
Nichopoulos’ verweer had succes. Na een maandenlange zaak sprak een jury de arts vrij van alle aanklachten en mocht hij zijn oude vak weer oppakken. Helaas liep het voor Nichoupolos later alsnog verkeerd af. In de jaren negentig werd hij opnieuw aangeklaagd voor overmedicatie. Ditmaal raakte dr. Nick zijn licentie wél kwijt. “I cared too much” antwoordde Nichopoulos op de vraag waarom hij veel te genereus had voorgeschreven.
Dr. Feelgood
“Elvis voelde zich geen junkie omdat
hij zijn pillen van een dokter kreeg”
|
De nu 82-jarige dokter ontkent tot de dag van vandaag dat Elvis aan overmatig medicijngebruik is overleden. In februari 2010 verschijnt Nichopoulos’ langverwachte boek
The King and Dr. Nick. What really happened with Elvis and me. “Ik wil niet dat mijn kleinkinderen mij zien als de Dr. Feelgood die Elvis heeft vermoord”, zei hij onlangs op de Amerikaanse televisie.
‘Dr. Feelgood’ verwijst naar die andere beruchte celebrity doctor, Max Jacobson (1900-1979), een voor de nazi’s gevluchte arts die na de Tweede Wereldoorlog een praktijk begon in New York. Jacobson specialiseerde zich in beroemdheden. Tot zijn klantenkring behoorden onder meer de zangeres Marlene Dietrich, acteur Anthony Quinn en de schrijvers Tennessee Williams en Truman Capote. Zijn bijnaam ontleende de arts aan zijn speciale medicijn, een cocktail van 30 tot 50 mg amfetamine in combinatie met vitamines, steroïden, enzymen, hormonen, stukjes opgeloste placenta, beenmerg en dierlijke orgaancellen. Zelf schepte hij op dat zijn cliënten zingend de deur uitliepen, wat gezien zijn wondermiddel – in feite gewoon speed – niet gelogen lijkt. Toch was het niet dit medicijn wat Dr. Feelgood tot op de dag van vandaag berucht maakt. Dat was die ene, wel heel bijzondere en beroemde patiënt: John F. Kennedy, de 35ste president van de Verenigde Staten.
Paardenmiddelen
Kennedy oogde jong en vitaal, maar was
sinds zijn vroege jeugd lichamelijk een wrak
|
Kennedy oogde jong en vitaal, maar was sinds zijn vroege jeugd lichamelijk een wrak. Hij leed aan de Ziekte van Addison (bijnierschorsinsufficiëntie), had een zeer zwakke rug en chronische darmproblemen. Kennedy bleef op de been dankzij grote hoeveelheden steroïden, procaïne-injecties en pijnstillers. Maar zijn toestand was soms zo slecht dat hij niet eens zijn eigen sokken kon aantrekken.
Jacobson ontmoette Kennedy tijdens de verkiezingscampagne van 1960 en behandelde de politicus waarschijnlijk voorafgaand aan het befaamde televisiedebat met Nixon. (Dat Kennedy won omdat hij er volgens de kijkers zo energiek uitzag). De Britse politicus en neuroloog David Owen schrijft in zijn boek Zieke wereldleiders dat Jacobsons relatie met Kennedy minimaal één keer grote politieke consequenties had. In mei 1961 had Kennedy een topontmoeting met de Russische leider Kroetsjev. Jacobson had Kennedy vlak voor het gesprek een injectie gegeven en die had de Amerikaanse president passief, afwezig en onzeker gemaakt. In de ontmoeting met Kroetsjev maakte Kennedy een dusdanig zwakke indruk, dat de Russische leider het idee kreeg ongestraft kernwapens te kunnen plaatsen op Cuba (wat aanleiding was voor de Cubacrisis van 1962).
De officiële medici van het Witte Huis probeerden dr. Feelgood bij de president weg te houden, maar zonder veel succes. Ook broer Robert raadde de president aan te breken met Jacobson en diens dubieuze wondermiddeltjes. Kennedy prakkiseerde er niet over: “ I don’t care if it’s horse piss. It works.” Hij beschouwde zijn lichamelijke conditie verder als staatsgeheim, waarvan maar 2 of 3 personen volledig op de hoogte waren. In een telefonisch interview met Arts & Auto zegt Owen: “Kennedy werkte met een team van zeer gespecialiseerde artsen, maar geen enkele kende zijn hele medische dossier. Kennedy hield zijn doktoren met opzet onwetend.” Uit angst een zwakke president te lijken, moesten zij publiekelijk ontkennen dat hij aan de Ziekte van Addison leed. Een tragische vergissing van Kennedy, meent Owen: “De klachten en pijnen waaraan hij leed, zouden de meeste mensen totaal hebben uitgeput. Het pleit juist enorm voor de man dat hij ondanks alles, en met grote moed, bleef functioneren.”
Liegen en bedriegen
“I don’t care if it’s horse piss.
It works”
|
Geheimhouding hoort bij het medische beroep en ook artsen van politici hebben de eed van Hippocrates afgelegd. Maar wat als de (minister-)president een ziekte heeft die zijn functioneren kan bedreigen? Behoort het volk dat niet te weten als het naar de stembus gaat?
Met dit dilemma worden artsen van wereldleiders in de praktijk vaker geconfronteerd dan we denken. Lijfartsen van politici moeten niet alleen zwijgen, maar kunnen onder grote druk komen ronduit te liegen over de gezondheid van het staatshoofd. Zo kreeg het Britse volk weinig te horen over de beroertes van zijn leider Churchill. In medische communiqués strooide lijfarts Lord Moran (Charles Wilson), al dan niet uit vrije wil, de Britten zand in de ogen. Het Franse volk werd in april 1974 ’s ochtends wakker met de volkomen onverwachte mededeling dat hun president Pompidou stervende was. Hij bleek al jaren kanker te hebben.
Voor de Franse presidentskandidaat François Mitterrand was deze ervaring reden in de verkiezingscampagne van 1981 expliciet openheid te beloven over zijn gezondheid. Maar eenmaal president brak hij met die belofte toen hij uitgezaaide prostaatkanker bleek te hebben. Wat volgde was een jarenlang web van leugens over de gezondheid van het Franse staatshoofd. Het volk moest de waarheid na Mitterrands dood lezen in de memoires van lijfarts Claude Gubler. Het boek, dat een paar weken na de begrafenis van Mitterrand in 1996 verscheen, oogstte een storm van protest. Een Franse rechter verbood de verspreiding ervan en Gubler werd veroordeeld voor het schenden van zijn beroepsgeheim.
David Owen vindt dat de zaak Mitterrand/Gubler duidelijk maakt dat artsen van politici met onmogelijke dilemma’s worstelen. “Uit een persoonlijk gesprek met Gubler weet ik dat hij zijn boek schreef uit wroeging. Hij had spijt dat hij het Franse volk 15 jaar had misleid over de gezondheid van hun president.” Owen staat achter het streven naar openheid van Gubler, maar vindt dat de arts zijn relaas beter had kunnen publiceren in een medisch vakblad. “Dan had hij collega’s kunnen laten meelezen en hun oordeel in zijn artikel kunnen betrekken.”
Internationale beroepscode
Lijfartsen van politici kunnen onder grote
druk komen te staan om te liegen
|
Geldt de eed van Hippocrates niet voor artsen als Gubler? Owen is hier stellig in: “Ja, absoluut. Maar de praktijk leert dat deze artsen in situaties kunnen komen waarin zij min of meer gedwongen worden te liegen.” Hoewel Owen vindt dat Gubler nooit valse gezondheidsbulletins had mogen ondertekenen, snapt hij wel hoe het zover kon komen. Gubler was sinds 1969 de arts van de familie Mitterrand, die hij zeer goed kende. Mitterrand zette zijn arts, bijna een huisvriend, onder grote druk te liegen over zijn medische toestand. “Had Gubler dat geweigerd, dan was hij zonder meer de laan uit gestuurd en was aan een lange vriendschap een einde gekomen.”
Owen vindt dat er een internationale medische code of conduct moet komen waarin staat dat (lijf)artsen geen openbare verklaringen hoeven af te leggen over de gezondheid van hun cliënten. Zo’n perscommuniqué zou altijd moeten worden afgeven door een onafhankelijke dokter. Lijfartsen die zich onder druk gezet voelen misleidende informatie te geven, kunnen dit weigeren met een beroep op hun code of conduct. “Zo’n code had het voor Gubler bijvoorbeeld makkelijker gemaakt te overleggen met collega’s, maar had ook de arts van Michael Jackson kunnen behoeden voor de problemen waarin deze zich nu bevindt. Was er zo’n code geweest, dan had Murray steun kunnen zoeken bij een onafhankelijke medicus en zijn dilemma’s kunnen overleggen.”
Nu ziet het er somber uit voor Murray. Eind augustus bepaalde de lijkschouwer dat Jacksons overlijden als doodslag moet worden gezien. In de aanloop naar de onvermijdelijke rechtzaak zal er steeds meer bekend worden over de handelwijze van de arts. In de drang schuldigen aan te wijzen zal Murray in de publieke opinie al veroordeeld zijn voordat de rechtzaak begint, net als dertig jaar geleden met dr. Nick gebeurde. Maar uit het voorbeeld van Elvis’ dokter (die aanvankelijk ook van doodslag werd beschuldigd) mag Murray moed putten. Een veroordeling staat niet op voorhand vast. Murray zal wel, net als dr. Nick, aannemelijk moeten maken dat hij er alles aan heeft gedaan het medicijngebruik van Jackson af te remmen. Maar dat er, wat hij ook probeerde, geen kruit gewassen bleek tegen de niet te stoppen zelfdestructie van het 50-jarige popicoon.