Medische klachtenprocedures in Nederland
Bekeken 1490
Reacties 0
Beoordeling 
28-08-2009
Een goede afloop van een zorgbehandeling is geen vanzelfsprekendheid. Bij een ongewenste afloop, of als de patiënt om welke reden dan ook ontevreden is, zijn er verschillende mogelijkheden om een medisch professional ter verantwoording te roepen.
Tekst Roel Notten
De eerste juridische weg, de meest laagdrempelige, loopt via de klachtencommissie van de zorginstelling/zorgbehandelaar in kwestie. Alle Nederlandse zorginstellingen en zelfstandigen zijn verplicht zo’n commissie in te stellen of zich hierbij aan te sluiten. De klachtencommissie bestaat in ieder geval uit drie leden, met een onafhankelijk voorzitter. Doorgaans is de voorzitter van de klachtencommissie een jurist en telt de commissie verder een afgevaardigde vanuit patiëntenfederatie NPCF en een door de beroepsgroep afgevaardigde zorgverlener. De klachtencommissie kan aanbevelingen opnemen in haar oordeel. De directie van de zorginstelling/de zorgverlener is verplicht om te reageren op de uitspraak van de commissie, waarbij de zorgverlener laat weten of hij of zij al of niet maatregelen neemt naar aanleiding van het oordeel.
Optie twee is van zwaarder kaliber: patiënten kunnen met hun klacht ook naar het Tuchtcollege stappen. Dit Tuchtcollege is ingesteld als onderdeel van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), en behandelt klachten tegen artsen, tandartsen, apothekers, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, fysiotherapeuten, verloskundigen en verpleegkundigen. Het Tuchtcollege bestaat uit twee juristen en drie medisch professionals.
Nederland kent vijf regionale Tuchtcolleges: in Amsterdam, Den Haag, Groningen, Zwolle en Eindhoven. Als de klacht van een patiënt door het Regionale Tuchtcollege wordt afgewezen, kan de patiënt in hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege in Den Haag. Met de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege eindigt dan de procedure.
Het Tuchtcollege is opgericht om de kwaliteit van de zorg door individuele beroepsbeoefenaren te handhaven, te bewaken en te bevorderen. Hiertoe heeft het College een breed palet aan maatregelen tot zijn beschikking. Zo is het bevoegd om zorgverleners straffen op te leggen, die variëren van waarschuwingen, berispingen en geldboetes (tot 4500 euro) tot schorsingen, gedeeltelijke ontzegging van de beroepsbevoegdheid en in het uiterste geval zelfs tot verwijdering uit het BIG-register.
Maar zo ver komt het zelden. Van de 1347 klachten die de Regionale Tuchtcolleges in 2008 gezamenlijk afhandelden, werd 42 procent gegrond verklaard. Maar in slechts twee gevallen ging het Tuchtcollege over tot verwijdering uit het register. Het Tuchtcollege kan een beslissing aanbieden voor publicatie in onder meer Medisch Contact.
Patiënten die door het Tuchtcollege in het gelijk worden gesteld, plukken van die uitspraak geen financiële vruchten. Om toch voor een financiële compensatie in aanmerking te komen, kunnen patiënten overgaan tot het indienen van een claim tegen hun zorgverlener. Die, als het goed is, zelf goed tegen financiële aansprakelijkheid is verzekerd.
Met de wind in de rug van een gunstige Tuchtrechtelijke uitspraak, is het bewandelen van de aansprakelijkheidsroute voor veel patiënten een aanlokkelijk perspectief. Nieuw beleid zal de bestaande aansprakelijkheidsregelingen overigens flink opschudden. Begin juli stemde de ministerraad in met het voorstel voor een nieuwe Wet Cliëntenrechten Zorg (WCZ). In deze WCZ zullen zeven bestaande wetten opgaan, waaronder de Wet BIG, de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de Wet marktordening gezondheidszorg.
Met de WCZ krijgen patiënten een sterkere positie, en worden de verplichtingen en aansprakelijkheid van zorgverleners uitgebreid. Ook zorgbestuurders kunnen hun borst nat maken: zij kunnen waarschijnlijk persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor wanprestaties van zorgverleners. De WCZ treedt naar verwachting in 2011 in werking.