PraktijkThemaKetenzorgFunctionele bekostiging
Ketenzorg RSS Archief

Functionele bekostiging 

Bekeken 1027
Reacties 0
Beoordeling 0 keer beoordeeld
27-06-2009

Naar alle verwachting doet in 2010 de functionele bekostiging haar intrede in de eerste lijn. Dat vereist van de eerstelijnszorgverlener nog meer aandacht voor de eigen praktijkvoering en samenwerking met andere disciplines.

 

De bekostiging in de eerste lijn van een aantal chronische ziekten wordt per 1 januari 2010 gewijzigd. Er komt een systeem waarbij uitgegaan wordt van de zorgvraag of aandoening van de patiënt: functionele bekostiging. Minister Klink wil dat voor vier chronische ziekten invoeren: diabetes, COPD, cardiovasculaire risico’s en hartfalen. De NZa adviseert voorlopig af te zien van functionele bekostiging voor COPD en hartfalen, omdat daar nog in onvoldoende mate een zorgstandaard voor ontwikkeld is. Deze zomer vernemen we of het er twee, drie of vier worden.

 

Een visietraject, een bedrijfseconomische analyse
en een gezamenlijk ondernemingsplan zijn onontbeerlijk 

De reden waarom de minister deze nieuwe systematiek wil invoeren, is omdat de huidige bekostiging, met het inschrijftarief voor de huisartsen en de tarieven per consult en verrichting, niet voldoet aan de grondgedachte van de stelselherziening. Bovendien wil de minister komen tot gebiedsgerichte geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg. En dat zal eerder en beter gerealiseerd kunnen worden met functionele bekostiging, zo is de gedachte. Maar wat betekent dat voor de eerstelijnszorgverlener?

 

Functionele bekostiging in de eerste lijn is goed beschouwd de verdieping van de module ‘Geïntegreerde eerstelijnszorg’, die – als de plannen doorgaan – dit jaar voor het laatst van toepassing zal zijn. Deze module was een tussenoplossing voor het rondom de patiënt organiseren van de zorg, maar dat komt maar moeizaam van de grond. Er bestaan wel zorggroepen, zoals huisartsencoöperaties, maar die zijn veelal grootschalig en monodisciplinair ingericht. Ze zijn weliswaar adequaat ingesprongen op de ontwikkelingen, maar leiden ze wel tot onvoldoende waardevermeerdering voor de patiënt?

 

Integrale, gebiedsgerichte geïntegreerde multidisciplinaire zorgverlening, dat is wat alle betrokken partijen willen. Maar het is zeker ook wat de zorgverlener zou móeten willen. Hij heeft immers een verantwoordelijkheid tegenover zijn patiënten, zijn collega’s, zijn praktijkmedewerkers en zichzelf om te zorgen voor een hoog niveau van kwaliteit van zorg en klantgerichtheid. Dat betekent dat hij op lokaal niveau invloed moet kunnen uitoefenen op de inrichting van het multidisciplinaire samenwerkingsverband. Daarbij is ook cruciaal dat de samenwerkende zorgverleners een gezamenlijke visie hebben, een visie die ook op kwaliteit en serviceniveau getoetst moet kunnen worden. Verder moeten de tarieven – die omdat de NZa regulering daarvan vooralsnog niet noodzakelijk acht, vrij onderhandelbaar zijn – voor alle betrokkenen toereikend zijn.

 

Alle zorgverleners doen er goed aan een aantal zaken goed op orde te hebben. Een visietraject, een bedrijfseconomische analyse en een gezamenlijk ondernemingsplan zijn in mijn ogen dan ook onontbeerlijk. Omdat wie welk onderdeel van de zorg levert voor de bekostigingsystematiek niet van belang is, moet iedere zorgverlener als uitgangspunt nemen dat hij invloed uit kan oefenen op zowel het uit te onderhandelen zorgproces, als op de te plegen investeringen en de te hanteren tarieven. Juist nu, in het licht van de bekostigingswijziging. Immers, het zorgproces, de investeringen en de tarieven moeten in de praktijkvoering passen. Alleen dan zal de zorgverlener een goede positie in het multidisciplinaire samenwerkingsverband verwerven en de waardering van de patiënt en in diens verlengde die van de zorgverzekeraar weten te behouden.

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties

Reageren?