Versnippering
Bekeken 1365
Reacties 0
Beoordeling 
26-09-2009
De invoering van functionele bekostiging zou kunnen leiden tot eilandjes van informatie over individuele patiënten. ICT-technisch is dit oplosbaar, maar dit vraagt wel om een sterke regie van de huisartsen.
Tekst Gert-Jan Borghuis
Is functionele bekostiging het einde van het holisme? Of is het een nieuwe herpositionering van de rol van de huisarts? Zoals bekend heeft het ministerie van VWS plannen om met ingang van 1 januari 2010 te gaan werken met functionele bekostiging voor (de behandeling van) meerdere specifieke (chronische) aandoeningen. Ik gebruik met opzet deze vage bewoordingen omdat ik heb gemerkt dat betrokkenen nog niet op de hoogte zijn van noodzakelijke details. En het is nog kort dag. Over drie maanden is het al 1 januari.
Mijn oproep aan de LHV en NHG:
kom met een duidelijke beleidslijn!
|
In de regio Eemland spreekt men in dit kader over anderhalflijnszorg. Hun definitie: zorg op het grensvlak van gedifferentieerde eerstelijnszorg en eenvoudige tweedelijnszorg die zowel door zorgverleners uit de eerste lijn als tweede lijn uitgevoerd kan worden. Deze zorg wordt geleverd door nurse practitioners, gespecialiseerde verpleegkundigen, gespecialiseerde huisartsen en specialisten, in een transmurale setting waarin de eerste lijn de regie voert.
Wat er op dit moment al grootschalig gebeurt, is dat samenwerkingsverbanden van huisartsen regionale ketenzorg rondom diabetes verlenen. Hierbij voeren de huisartsen de regie en treden andere eerste- en tweedelijns zorgverleners als medebehandelaar op. De medebehandelaars worden op basis van afspraken voor hun diensten betaald door het huisartsencollectief. Zoals al geschetst, is de verwachting dat voor meer (chronische) aandoeningen een dergelijke constructie zal worden ingericht.
Wat betekent dit nu voor de ICT? Het is duidelijk dat geen van de systemen van de individuele behandelaars (huisarts, internist, oogarts, podoloog, diëtiste) op dit moment de functionaliteit heeft om zo’n transmuraal ketendossier diabetes te kunnen ondersteunen. Enkele softwareleveranciers zijn in dat gat gesprongen en hebben specifiek voor chronische aandoeningen Keten Informatie Systemen (KIS) gemaakt. Een KIS diabetes kent vier hoofdfuncties:
- dossierfunctie: iedere zorgverlener vult zijn stukje van het dossier in (via een webportaal);
- procesfunctie: de huisarts wordt geholpen in zijn regiefunctie zodat alle onderzoeken en verrichtingen die bij het protocol diabetes horen, worden uitgevoerd;
- rapportage: behandelparameters kunnen (geanonimiseerd) worden aangeleverd aan instanties voor bijvoorbeeld validatie;
- facturatiefunctie.
So far so good? Wat mij betreft niet. Ik zie een duidelijke uitdaging voor de toekomst om ervoor te zorgen dat er niet nóg meer eilandjes van informatie over een individuele patiënt ontstaan. Diabetes in het ene systeem, hartfalen in een ander, COPD in weer een ander systeem en door een andere regiegroep. Meer versnippering van informatie over een patiënt is het gevolg. ICT-technisch is dit natuurlijk oplosbaar maar vraagt sterke regie van de beroepsgroep. Mijn oproep: LHV en NHG kom met een duidelijke beleidslijn! En huisarts: blijf holistisch denken, ook over de informatie van de individuele patiënt. Jullie hebben een geweldig waardevol (compleet) dossier, hou dat zo!
Tot slot haal ik graag huisarts Joop Raams uit Amersfoort aan, die zich onlangs op www.artsennet.nl kritisch uitliet over de plannen van VWS. Hij vindt dat de ketenzorg gefinancierd moet worden op basis van samenwerking en organisatie van die zorg en niet op basis van concurrentie. “De patiënt moet niet als gevolg van bekostigingsargumenten naar verschillende ziekenhuizen hoeven voor zijn diverse aandoeningen”, zo stelt hij.
Raams ziet graag dat de bekostiging van ketenzorg in de bestaande financiering (zoals huisartsenzorg) geassembleerd wordt. Daarmee wordt in zijn ogen de integrale benadering van de patiënt door de huisarts in tact gehouden. “Een patiënt is meer dan de som van zijn ICPC-coderingen. Dat is al sinds Hippocrates zo en dat moet zo te blijven.” Ik kan niet anders dan het ermee eens zijn.