Fysiotherapeuten lopen voorop
Bekeken 1325
Reacties 0
Beoordeling 
20-09-2008
Wat betreft selectieve zorginkoop wachten de fysiotherapeuten niet af wat de zorgverzekeraars voor hen in petto hebben. Hun beroepsvereniging heeft al besloten om hierin zelf een proactieve rol te gaan vervullen.
Tekst Frank van Wijck
Wie zelf als patiënt een fysiotherapeut bezoekt, merkt snel dat selectieve zorginkoop door zorgverzekeraars hier het stadium van overleggen en terrein verkennen al voorbij is. Sinds 1 januari 2006 mogen verzekerden zonder verwijzing van hun huisarts of medisch specialist direct naar de fysiotherapeut gaan. Maar de publieksinformatie op de websites van een aantal zorgverzekeraars laat er geen misverstand over bestaan dat patiënten wél even vooraf moeten checken of hun fysiotherapeut van keuze een contract heeft met hun eigen zorgverzekeraar. Want verzekeraars contracteren niet alle fysiotherapeuten.
Kwaliteit inzichtelijk
Binnenkort zal dit nog veel verder gaan, en de beroepsgroep zelf speelt hierin een proactieve rol. Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) is er namelijk van overtuigd dat de kwaliteit van een fysiotherapeutische behandeling inzichtelijk moet zijn voor de zorgverzekeraar en de patiënt. De consument moet de kwaliteit en de specialiteit van de fysiotherapeut kunnen zien, en op basis daarvan zijn keuze kunnen maken. En als het KNGF niet zelf stappen onderneemt om dit mogelijk te maken, valt te verwachten dat de zorgverzekeraars dit gaan doen.
Het KNGF heeft daarom zelf plannen op dit gebied aan zijn leden voorgelegd. Die kunnen niet los worden gezien van de wens van het genootschap om tot meer samenwerking tussen fysiotherapeuten en huisartsen te komen. Zij kunnen dan samen preventieprogramma’s gaan ontwikkelen en aanbieden op gebieden als lifestyle en obesitas.
Maar het KNGF vindt wel dat de twee partijen dan op hetzelfde niveau moeten kunnen opereren, wil die samenwerking een succes worden. Alle gespecialiseerde fysiotherapeuten moeten daarom vanaf 2015 op masterniveau gaan functioneren. Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek geïnitieerd, en het KNGF wil de wetenschappelijke onderbouwing van het fysiotherapeutisch handelen tot een van de speerpunten van beleid maken.
Over de vraag wat dit vanaf 2015 voor individuele fysiotherapeuten gaat betekenen, doet het genootschap niet kinderachtig: wie niet meedoet, verdwijnt na een overgangsperiode uit het kwaliteitsregister - en krijgt dus geen contract meer met de zorgverzekeraars. Zo zorgen de fysiotherapeuten er zelf voor een sterk merk te worden.
Bijbetalen
Uit recent onderzoek van een paar ouderenorganisaties samen met de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, blijkt dat de stappen die hierbij tot nu toe zijn gezet, resulteren in iets wat wel behoorlijk maar nog niet vlekkeloos werkt. Dit grootschalige onderzoek richtte zich specifiek op de gevolgen van de nieuwe Zorgverzekeringswet voor ouderen.
Van de 1738 mensen die reageerden, gaf 11 procent aan niet terecht te kunnen bij een zorgverlener van eigen voorkeur, vooral omdat de eigen zorgverzekeraar die niet had gecontracteerd. Bijna 60 procent had voor de ontvangen zorg moeten bijbetalen. Deze respondenten vonden weliswaar de keuzevrijheid van huisartsen het belangrijkst, maar gaven aan ook graag zelf te willen kiezen naar welke fysiotherapeut ze gaan. En dat blijkt zonder bijbetaling dus niet altijd mogelijk.
Slechts 14 procent van de oudere verzekerden vindt het positief dat de zorgverzekeraar hen stimuleert om gebruik te maken van geselecteerde zorgverleners. De ouderenorganisaties en de NPCF trekken hieruit terecht níet de conclusie dat de eerste stappen die in selectieve zorginkoop zijn gezet niet werken, maar wel dat de informatievoorziening over zorgsturing en contractering nog te wensen overlaat. De zorgverzekeraars en de fysiotherapeuten moeten blijkbaar nog duidelijker aan patiënten communiceren dat ze zorginkoop op basis van kwaliteit als uitgangspunt hebben. En dit zullen ze met enige haast moeten doen, want een grote vervolgstap in het proces van selectieve zorginkoop voor fysiotherapie kondigt zich al aan.
Niet zonder problemen
Het KNGF denkt samen met de patiëntenorganisaties, de zorgverzekeraars en de Inspectie voor de Gezondheidszorg na over hoe het nu verder moet met selectieve zorginkoop. Dit overleg gebeurt onder voorzitterschap van de Nederlandse Zorgautoriteit. Die vervult hierin geen dwingende rol, maar kan die voorzittersrol goed op zich nemen omdat ze bij uitstek de partij is die toeziet op een goede marktwerking in de gezondheidszorg.
Drie onderwerpen van overleg zijn: het proces, de etalage en de inhoudelijke aspecten. Bij het proces horen vragen over de manier waarop de patiënt van de fysiotherapeut antwoord krijgt op zijn zorgvraag, en de mate waarin bij de zorgverlening kwaliteitsrichtlijnen worden gebruikt. Onder de noemer etalage komt de vraag aan bod hoe de fysiotherapeut zijn zorg heeft georganiseerd - denk hierbij aan zaken als openingstijden en een snelle start van de behandeling na het eerste contact.
De inhoudelijke aspecten hebben betrekking op de afspraken die worden gemaakt over het resultaat van de behandeling. Het is duidelijk dat dit het moeilijkste punt op de agenda is. Het is immers zaak op basis van objectieve criteria vast te stellen binnen hoeveel sessies een bepaalde behandeling het gewenste resultaat moet opleveren. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen, is een pilot uitgezet onder zestig fysiotherapeuten. De resultaten hiervan zullen rond het moment van publicatie van dit artikel binnen de overleggroep worden besproken. In oktober moet dit leiden tot afspraken tussen zorgverzekeraars en fysiotherapeuten over criteria op basis waarvan de twee partijen concrete afspraken over zorginkoop moeten gaan maken.
Dat dit niet helemaal zonder problemen verloopt, blijkt uit de reactie van KNGF-voorzitter Bas Eenhoorn. De gemaakte afspraken kunnen immers alleen optimaal werken als alle partijen zich er helemaal aan houden, en niet als een aantal zorgverzekeraars toch weer eigen aanvullende criteria blijft hanteren.
Positie beroepsgroep versterken
Als het goed is, zullen de afspraken er uiteindelijk op grote schaal toe leiden dat fysiotherapeuten die hun werk aantoonbaar beter doen hiervoor een hogere vergoeding krijgen, iets waarmee zorgverzekeraars op kleinere schaal nu al experimenteren (zie kader met Achmea’s Melanie Schultz van Haegen). De verwachting van het KNGF is dat dit uiteindelijk de gehele beroepsgroep ten goede zal komen, en daarmee de positie van de fysiotherapeuten ten opzichte van de andere categorieën zorgverleners zal versterken.
Een gevolg zal zeker zijn dat een aantal fysiotherapeuten aanbod gaat ontwikkelen voor specifieke doelgroepen. Enerzijds zullen grote fysiotherapiepraktijken ontstaan die het totale aanbod binnen de discipline aanbieden; anderzijds kleinere praktijken die zich specifiek op één of enkele behandelingen richten. Dit maakt het voor zorgverzekeraars eenvoudiger om specifiek voor bepaalde doelgroepen fysiotherapie in te kopen.
Het voordeel hiervan voor de beroepsgroep zelf zal zijn dat een aantal fysiotherapeuten zich door middel van wetenschappelijk onderzoek steeds verder gaat ontwikkelen binnen één deeldiscipline, wat het aanzien van de hele beroepsgroep ten goede kan komen, evenals de positionering van de fysiotherapeuten ten opzichte van andere zorgprofessionals. Als sterk voorbeeld van waartoe dit kan leiden, noemt het KNGF graag de preoperatieve fysiotherapie, waardoor het aantal sterfgevallen na hartoperaties significant zou dalen. Volgens het genootschap kunnen fysiotherapeuten met preventie in totaal 250 miljoen euro aan zorgkosten besparen. Kunnen ze deze claim hard maken, dan zullen ze de zorgverzekeraars steeds meer aan hun zijde vinden.