Help apothekers te innoveren
Bekeken 1447
Reacties 0
Beoordeling 
25-10-2008
Zorgverzekeraars kunnen selectieve zorginkoop toepassen door openbare apotheken niet te contracteren bij niet voldoen aan minimale kwaliteitseisen. Maar ze kunnen ook sámen met apotheken innovatieve ideeën ontwikkelen.
Tekst Frank van Wijck
Kan selectieve zorginkoop meerwaarde hebben voor openbare apotheken? Een antwoord op die vraag hangt sterk af van wat er precies met ‘selectieve zorginkoop’ wordt bedoeld.
Valt hieronder bijvoorbeeld ook het preferentiebeleid van zorgverzekeraars, waarbij van generieke geneesmiddelen uit één categorie alleen nog het goedkoopste middel mag worden voorgeschreven?
Nee. Een wezenlijk kenmerk van selectieve zorginkoop is immers dat de verzekeraar bij zijn zorginkoop bekijkt welke aanbieders in staat zijn om zorg van meer dan gemiddelde kwaliteit te leveren. Op basis hiervan valt het besluit om een bepaalde vorm van zorg bij de ene zorgaanbieder wel in te kopen en bij de andere niet.
Het preferentiebeleid werkt anders: dit ontneemt álle openbare apotheken de mogelijkheid om een ander dan het preferente geneesmiddel te verstrekken. En het ontneemt de patiënt de mogelijkheid om zijn eigen keuze te maken en eventueel zelf bij te betalen. Bij het preferentiebeleid gaat het bovendien niet om betere kwaliteit, maar is het uitgangspunt dat alle generieke geneesmiddelen binnen één categorie van dezelfde kwaliteit zijn. Het gaat hier alleen om het middel dat de laagste prijs heeft. Dan is er dus geen sprake van selectieve zorginkoop, maar van prijsbeleid.
Buitenspel gezet
En De Centrale Apotheek dan: het initiatief om herhaalreceptuur niet meer via de plaatselijke apotheek te laten verstrekken, maar via een centraal punt ter beschikking te stellen aan de huisarts of rechtstreeks aan de patiënt?
Nee, ook dat is geen voorbeeld van selectieve zorginkoop. Dit gaat immers voorbij aan het uitgangspunt dat herhaalreceptuur maar één onderdeel vormt van de totale apotheekzorg.
Voor optimale patiëntenzorg is het een vereiste dat de patiënt als geheel wordt gezien. Dat vergt samenwerking tussen de openbare apotheker en de huisarts. En het weghalen van de herhaalreceptuur bij de openbare apotheek, wat De Centrale Apotheek in feite doet, maakt die samenwerking op het gebied van herhaalreceptuur in wezen onmogelijk. Die apotheker wordt immers buitenspel gezet, en ook dat is moeilijk te definiëren als een opzet die beoogt dat bij zorginkoop kwaliteitsverbetering voorop staat.
Bovendien geldt ook hier weer dat, bij volledig succes van De Centrale Apotheek, als uiterste consequentie álle openbare apotheken voor herhaalreceptuur buitenspel komen te staan. En nogmaals: het principe van selectieve zorginkoop is nu juist dat de partijen die aanwijsbaar betere kwaliteit leveren dan gemiddeld, wél worden gecontracteerd.
Patiënt ‘als geheel’
Het al dan niet contracteren van een openbare apotheker voor medische hulpmiddelen is wél te zien als een vorm van selectieve zorginkoop. Zorgverzekeraars passen dit middel in de praktijk ook toe. Maar openbare apothekers vragen zich af of een zorgverzekeraar bij de keuze voor contractering naar de kwaliteit kijkt, of naar de prijs. De apothekers vinden dat ook hier weer naar de patiënt als geheel moet worden gekeken.
Neem een patiënt met incontinentie. Die aandoening wordt vaak in de loop van de tijd ernstiger. Het is dus zaak de patiënt te volgen. Bovendien is het een ‘gêne-product’. Iedere apotheker kan zó het type man aanwijzen dat net voor zes uur even binnenglipt in de hoop de enige klant te zijn en de apotheker zelf te treffen. Lukt dat, dan zal die man zich gelukkiger voelen dan wanneer het bestelbusje van de groothandel - mét reclamestickers op de zijkanten - de straat komt binnenrijden voor aflevering van zijn bestelling.
Zelf apotheken opzetten?
Doet een zorgverzekeraar dan aan selectieve zorginkoop als hij niet meer contracteert bij bestaande openbare apotheken, maar zelf apotheken opricht en hierin apothekers in loondienst laat werken? Tot op zekere hoogte wel natuurlijk. Zo’n zorgverzekeraar kan dan immers met apotheken werken waarvan hij vindt dat die, volgens zijn eigen normen, goede kwaliteit leveren.
Dit kán worden uitgelegd als een vorm van kwaliteitstoets. Minister Ab Klink van VWS heeft laten weten, in een reactie op het recente rapport Zorginkoop van de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RvZ), hiervoor ruimte te zien, maar de KNMP deelt die mening niet. Hierbij hanteert deze beroepsorganisatie een argument dat aansluit op haar redenering waarom ze, behoudens in dunbevolkte gebieden waar dit niet anders kan, geen meerwaarde ziet in apotheekhoudende huisartsen: de keuze van voor te schrijven geneesmiddelen en de afgifte ervan aan de patiënt moeten niet in één hand te zijn.
Ook hierbij is dus de vraag relevant of de gekozen opzet wel kwaliteitsverbetering tot doel heeft, wat immers het uitgangspunt is van selectieve zorginkoop.
Meerwaarde
Betekent dit dan dat het principe van selectieve zorginkoop niet op openbare apothekers van toepassing is op een manier die ook henzelf tot voordeel kan strekken? Alweer: nee. Het is een goede zaak als selectieve zorginkoop ruimte biedt aan apothekers die bovenop het basispakket innovatieve ideeën willen ontwikkelen. Internetfarmacie bijvoorbeeld kan voor een bepaalde doelgroep - jonge, gezonde, goed geïnformeerde mensen - meerwaarde hebben.
Een ander voorbeeld is het ‘Baxteren’. Hierbij worden geneesmiddelen voor patiënten met polyfarmacie op een zodanige manier aangeboden, dat de patiënt precies ziet wanneer hij welk middel moet innemen. De patiënt is dan niet afhankelijk van een mantelzorger om het doseringsschema door te nemen.
Denk ook aan ontwikkelingen op ICT-gebied. Als apothekers in hun digitale informatiesysteem steeds beter in staat zijn om het geneesmiddelengebruik van de patiënt door de hele zorgketen te volgen, kunnen ze efficiënter werken. Ze hoeven dan niet meer een uur lang te praten met de arts en met de patiënt na diens ontslag uit het ziekenhuis, alleen al om de juiste medicatie te kennen. Wel kunnen ze diezelfde patiënt een betere medicatieveiligheid bieden, een van de speerpunten in het huidige kabinetsbeleid.
‘Pillencheck’ vergoed
Apothekers kunnen ook wekelijks alle kritische patiënten uit hun informatiesysteem naar boven halen en samen met de huisarts bespreken. In feite sluit dit aan bij wat al sinds de oprichting in 2005 geldt als uitgangspunt voor de Haagse apotheek Pillen en Praten. Apotheker Sonja Keizers zag toen al dat behoefte zou gaan ontstaan aan medicatie review, eerste uitgifte begeleiding en intensievere voorlichting.
Zorgverzekeraar CZ vergoedt Pillen en Praten inmiddels voor een farmaceutisch consult dat de apotheker onder de naam ‘pillencheck’ aanbiedt. Nu, een paar jaar later, zijn juist dit de zaken die zorgverzekeraars van openbare apotheken verlangen.
Zorgverzekeraars kunnen dus allerlei innovaties in de openbare apotheek stimuleren door er een vergoeding voor te bieden als een apotheek hierbij aantoonbare kwaliteit levert. Daarnaast kunnen zorgverzekeraars ook toetsen welke openbare apotheken wel en niet toetsbaar en transparant kwaliteit leveren op een aantal criteria die voor de patiënt van belang zijn. En als uiterste consequentie kunnen ze besluiten om apotheken die ook na herhaalde waarschuwing niet aan de minimale criteria voldoen, niet langer te contracteren.
Maar dit is slechts de helft van het verhaal. Want aan de andere kant kunnen zorgverzekeraars openbare apotheken ook juist stimuleren en faciliteren om die kwaliteit te verbeteren.