PraktijkThemaselectievezorginkoopHuisartsen kunnen zelf veel doen
Thema van de maand RSS Archief

Huisartsen kunnen zelf veel doen 

Bekeken 1493
Reacties 0
Beoordeling 1 keer beoordeeld
08-11-2008

Omdat Nederland geen overschot aan huisartsen heeft, kunnen zorgverzekeraars niet zomaar selectieve zorginkoop toepassen waarbij ze de ene huisarts wel en de andere niet contracteren. Maar huisartsen kunnen wel zelf extra zorgaanbod ontwikkelen, en zo voor patiënten en zorgverzekeraars meerwaarde bieden.

Tekst Frank van Wijck

 

Net als de openbare apothekers liggen ook de huisartsen politiek onder vuur. Minister Ab Klink van VWS had eerder dit jaar in het tijdschrift van de Landelijke Huisartsen Vereniging laten optekenen dat zijn ministerie zichzelf tot doel stelde de ontwikkelingen in de eerste lijn te faciliteren, om zo de beoogde substitutie van de tweede naar de eerste lijn op gang te brengen. En bezuiniging was daarbij niet aan de orde, zei hij, want die zou de ontwikkeling van de eerste lijn alleen maar eroderen.

 

Toch bleek onlangs, na vier maanden onderhandelen over het huisartsenbudget voor 2009, dat Klink de huisartsen voor miljoenen wil gaan korten en dat hij de vergoeding voor herhaalrecepten wil halveren tot € 2,25. Dit kwam in huisartsenkringen hard aan. De LHV besloot alle communicatie met het ministerie van VWS voorlopig op te schorten. Voorzitter Steven van Eijck stelde zich op het standpunt dat voor de huisartsen de patiënt centraal zal blijven staan en dat gegeven de omstandigheden geen enkele ruimte kan bestaan om bij te dragen aan ontwikkelingen die dit belang niet rechtstreeks en op korte termijn faciliteren.

 

Beter doorverwijzen

Het klinkt ironisch, maar hiermee is voor de huisartsen een ideale voedingsbodem gecreëerd om zichzelf op basis van de inhoud te profileren richting zorgverzekeraars en patiënten. Hoogleraar Wim Groot, de primaire opsteller van het in mei verschenen rapport Zorginkoop van de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg, zei eerder in Arts & Auto (nummer 15) dat bij het tot stand komen van dit rapport niet primair aan de huisartsen was gedacht. Voor huisartsen staat de bereikbaarheid voorop, stelde hij. En omdat voor een goede bereikbaarheid van huisartsgeneeskundige zorg álle huisartsen nodig zijn die op dit moment in Nederland actief zijn, is selectieve zorginkoop geen model dat op hen erg van toepassing is.

 

Groot zei dat huisartsen hooguit met zorgverzekeraars meer informatie zouden kunnen delen over de kwaliteit van de zorgaanbieders in de tweede lijn naar wie zij doorverwijzen. Dit is inderdaad denkbaar. Zorgverzekeraars willen in de ziekenhuizen zorg inkopen op basis van prijs én kwaliteit. En de huisarts zou hen goed kunnen helpen om te bepalen of die kwaliteit in ziekenhuis A beter is dan in ziekenhuis B, zodat de zorgverzekeraars de tweedelijnszorg op basis van deze informatie selectiever kunnen inkopen. En het is denkbaar dat zij de huisartsen zouden betalen die bereid zijn deze informatie te verstrekken.

Of dit echt kan worden gezien als een vorm van selectieve zorginkoop, is de vraag. Maar het zou in ieder geval selectieve zorginkoop op een andere plaats dan in de huisartsenzorg faciliteren.

 

Op de stoel van de huisarts

Wie denkt dat de opzet van gezondheidscentra door zorgverzekeraars, met huisartsen in loondienst, een manier is van selectieve inkoop van huisartsenzorg, vergist zich, zelfs als patiënten een naturapolis hebben, waarbij de verzekeraar doorgaans de zorgaanbieders aanwijst van wie de verzekerde gebruik mag maken en met wie de zorgverzekeraar voor bepaalde categorieën patiënten een contract heeft gesloten.

 

Maar in de huisartsenzorg is dit systeem niet van toepassing. Verzekerden vinden de vrije huisartsenkeus zo belangrijk dat ze het nooit zouden accepteren als de zorgverzekeraars zouden zeggen: u mag alleen naar onze huisarts in ons gezondheidscentrum.

 

Toen Menzis in Groningen het eerste gezondheidscentrum opende met huisartsen in loondienst, was de kritiek uit huisartsenkringen niet mild. De zorgverzekeraar zou op de stoel van de huisarts gaan zitten. Toch worden dergelijke centra inmiddels op veel meer plaatsen in het land opgezet, maar tegelijk mag ook de patiënt met een naturapolis zelf blijven beslissen of hij wel of niet voor een huisarts in zo’n gezondheidscentrum kiest.

 

Selectief inkopen voor zorggroepen

Toch zijn er ook in de huisartsenzorg trends naar wat wél selectieve zorginkoop mag heten.

Met de toename van het aantal chronisch zieken wordt het voor zorgaanbieders aantrekkelijk om doelgroepspecifieke zorggroepen op te zetten, bijvoorbeeld voor astma of COPD. Dat kan gebeuren door huisartsen, maar thuiszorgorganisaties of ziekenhuizen kunnen dit ook doen. En als een verzekeraar zo’n zorggroep contracteert voor diabetes- of COPD-zorg die niet door huisartsen is opgezet maar door een van die andere partijen, dan vindt zo’n zorgverzekeraar het misschien ook niet meer nodig om hiervoor ook nog eens de huisartsen in dezelfde regio te contracteren. In dat geval is wél sprake van selectieve zorginkoop.

 

Natuurlijk kunnen huisartsen het heft in handen nemen om zelf zulke zorggroepen op te zetten. En ze kunnen hiervoor samenwerking zoeken met ziekenhuizen en thuiszorgorganisaties, waarbij zij optreden als de regisseurs die ervoor zorgen dat de patiënt in elke fase van het behandelproces wordt behandeld op de plaats die daartoe het meest geëigend is. De ontwikkeling van keten-DBC’s is hiervan een logisch gevolg.

 

Een ander belangrijk gegeven is dat huisartsen meer speelruimte hebben gekregen om zelf kleine chirurgische verrichtingen te doen, dankzij de honorering die hiervoor in het leven is geroepen: de M+I-gelden (voor ‘modernisering en innovatie’). Huisartsen die hierin interesse hebben en die hiertoe bevoegd zijn, kunnen bijvoorbeeld sterilisaties bij mannen doen; een hamerteencorrectie uitvoeren; of een kleine orthopedische verrichting doen. Zorgverzekeraars kunnen huisartsen die hierin interesse hebben, nu een vergoeding betalen.

 

Boven op basiszorg

Het idee van huisarts Felix van der Wissel uit de Amersfoortse Vinexwijk Vathorst voor ‘anderhalvelijnszorg’ is op dit gegeven gegrondvest. Samen met een paar collega-huisartsen biedt hij zorg aan die ergens tussen de eerste en de tweede lijn in zit. Het is een vorm van zorg die de medisch specialisten ontlast van het doen van kleine chirurgische verrichtingen waarvoor ze eigenlijk geen tijd hebben. En het brengt voor de patiënt deze kleine verrichtingen dichter bij huis.

 

Certificering hiervoor bestaat nog niet, maar die gaat er wel komen. En de zorgverzekeraars kunnen die dan gebruiken om huisartsen te contracteren voor kleine chirurgische verrichtingen. Of juist niet natuurlijk. Ook dit is selectieve zorginkoop.

 

En dan zijn er ook nog de huisartsen die zich willen profileren met zaken als reizigersvoorlichting, stoppen-met-roken cursussen, bewegingsprogramma’s voor risicogroepen, sportgeneeskunde of bedrijfsgeneeskunde. Een huisartsenpraktijk in een Vinexwijk kan bijvoorbeeld een mooi bedrijfsgeneeskundig aanbod ontwikkelen voor de bedrijven die daar zijn gevestigd, om die te helpen hun ziekteverzuim laag te houden en reïntegratietrajecten effectief te laten verlopen. Zorgverzekeraars zullen hier zeker oren naar hebben, omdat ze dan met die bedrijven collectieve contracten kunnen afsluiten voor de werknemers.

 

Huisartsen hebben dus legio mogelijkheden om boven op de basiszorg extra zorgaanbod te ontwikkelen waarmee ze zich van andere huisartsen kunnen onderscheiden, en op basis waarvan zorgverzekeraars selectieve zorg kunnen inkopen.

Geef uw beoordeling over dit artikel :

Reacties

Reageren?