Tandartsen zien geen meerwaarde
Bekeken 1353
Reacties 0
Beoordeling 
11-10-2008
Voor de zorgverzekeraars is de aanvullende tandartsverzekering een goede manier om bij gezinnen binnen te komen voor het aanbieden van andere verzekeringsproducten. De tandartsen vinden daarom dat verzekeraars veel meer gebaat zijn bij een goede samenwerking met hun eigen beroepsgroep, dan bij een strategie van selectieve zorginkoop.
Tekst Frank van Wijck
Vraag een Amerikaan naar de mogelijkheden van selectieve inkoop in de tandheelkundige zorg, en hij zal verwijzen naar dental plans. Zorgverzekeraars kopen op specifieke patiëntengroepen gerichte dentale zorg in, en bieden die - tegen een lager dan het gangbare tarief - aan hun verzekerden aan. Die verzekerden kunnen individuen zijn, maar ook werkgevers.
Zo’n systeem is ook voor Nederland niet ondenkbaar. De mogelijkheden ertoe zijn zelfs al eens verkend. Toen het er in 1986 naar uitzag dat de tandheelkunde uit het ziekenfondspakket zou verdwijnen, werd voor tandartsen de mogelijkheid ontwikkeld om zich aan te sluiten bij ‘Tandplan’, een initiatief dat min of meer op dezelfde leest geschoeid was als de Amerikaanse dental plans. Maar de lobby van vakbonden en consumentenorganisaties om de tandheelkunde in het ziekenfonds te houden, bleek voldoende sterk. Het Tandzorg-plan stierf daarom op de tekentafel.
Privaat gefinancierd
Het concept is op zich nog steeds bruikbaar, maar zorgverzekeraars hebben op dit moment geen directe reden om het verder te verkennen. Het stelsel van aanvullende verzekering voor mensen van ouder dan 21 jaar werkt op zich goed.
Omdat tandheelkunde alleen in het basispakket valt tot en met het 21ste jaar, en voor bijzondere groepen, is 80 procent van de tandheelkundige zorg in Nederland privaat gefinancierd. De individuele burger bepaalt of hij de tandheelkundige zorg zelf afrekent, of dat hij zich daarvoor indekt via de aanvullende verzekering. Die zit dus niet te wachten op zorgverzekeraars die via selectieve zorginkoop voor hem gaan bepalen dat hij bij de ene tandarts wel een rekening naar de zorgverzekeraar mag sturen en bij de andere niet. In een groot aantal gevallen heeft hij immers die aanvullende verzekering niet en betaalt hij de behandeling dus gewoon zelf. Daaruit vloeit automatisch voort dat hij ook zelf de tandarts kiest.
Bijzondere beroepsgroep
Volgens de tandartsen hebben zorgverzekeraars dus nauwelijks een incentive om voor het privaat gefinancierde deel van de tandheelkundige zorg de mogelijkheden van selectieve zorginkoop te verkennen. Toch kan dit voor de zorgverzekeraars wezenlijk anders liggen. Verzekeraars zien immers de tandartsverzekering als een belangrijke port d’entrée naar huishoudens. Zijn ze eenmaal binnen voor dat aanvullende pakket, dan komen ze ook meteen langs om te praten over brand- en inboedelverzekeringen en alle overige pakketten die ze hebben aan te bieden. En als ze de burger eenmaal hebben gestrikt voor dat aanvullende pakket, zullen ze ook willen waarborgen dat die tandheelkundige zorg van de beste kwaliteit kan krijgen. Op dat moment kan selectieve zorginkoop voor hen dus een factor van belang worden. En de belangstelling hiervoor onder de volwassen burger voor het aanvullende pakket is ook aanwezig. Op www.kiesbeter.nl is de button voor informatie over de aanvullende tandartsverzekering een van de meest aangeklikte. Een opvallend gegeven. De tandheelkundige zorg is nauwelijks levensbedreigend te noemen, maar is wel iets wat heel erg leeft in gezinnen.
Wat bij nadere beschouwing ook niet zo vreemd is. De tandartsen vormen een bijzondere beroepsgroep binnen de medische wereld, omdat ze hun patiënten regelmatig zien zonder dat sprake is van ziekte. Bovendien speelt vertrouwen tussen tandarts en patiënt een enorme rol, want de tandarts komt meteen na het plaatsnemen van de patiënt op de tandartsstoel in diens intieme ruimte: ”Doet u de mond maar open.”
Uitgeklede samenwerking
Het rapport Zorginkoop van de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RvZ) kwam afgelopen mei voor de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) dan ook als een donderslag bij heldere hemel. Gelet op de bovenstaande argumenten vond de beroepsorganisatie het logisch dat de inhoud van het rapport geen betrekking had op haar eigen leden, maar dit stond nergens in dat rapport. NMT-voorzitter Rob Barnasconi moest van de RvZ mondeling vernemen dat de raadsleden bij de samenstelling van het rapport inderdaad niet aan de tandartsen hadden gedacht, en dat ze de uitgangspunten van het rapport ook niet op hen van toepassing achtten.
Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet op 1 januari 2006 is voor de tandartsen de verplichting tot het tekenen van een contract met de zorgverzekeraars weggevallen. Nu heeft nog slechts pakweg 50 procent van de tandartsen een contract. De samenwerking tussen tandartsen en zorgverzekeraars is daarmee feitelijk uitgekleed tot het indienen en uitbetalen van declaraties. De NMT heeft daarom NMT FenCS opgezet, de gespecialiseerde dienstverlener op het gebied van factoring en clearing. Steeds meer zorgverzekeraars maken afspraken met NMT en FenCS, om het declaratieverkeer zo eenvoudig en efficiënt mogelijk te laten verlopen.
Daarnaast vinden de tandartsen en zorgverzekeraars elkaar helemaal in het door NMT opgezette programma Kies voor gaaf! De gedachte hierachter is dat tandartsen zich zorgen maken over de mondgezondheid van kinderen. Te veel kinderen poetsen niet goed genoeg, en te veel ouders hechten onvoldoende belang aan verantwoorde tandheelkundige zorg. Kinderen zijn een duidelijke risicogroep. Tandartsen en zorgverzekeraars kunnen elkaar uitstekend vinden in de zorg voor hen. Immers: als de tandartsen meer kinderen in de stoel krijgen en zo in staat zijn om goede preventieve tandheelkundige zorg te bieden, heeft dit voor de zorgverzekeraars op termijn een groot kostenbesparend effect.
Eigen kwaliteitsregister
Kan selectieve zorginkoop aan deze goede werkrelatie nog veel toevoegen? Dat is volgens de tandartsen zelf zeer de vraag. De fysiotherapeuten zagen in het principe van selectieve zorginkoop een goede manier om tot specialisatie en differentiatie te komen. Maar de tandartsen hebben hiertoe jaren geleden al zelf het initiatief genomen, omdat hun vakgebied breed is en omdat mensen specifieke vragen hebben. Dus er zijn tandartsen die zich toeleggen op bepaalde onderdelen van de tandheelkunde. Denk aan esthetische tandheelkunde, behandeling van kinderen of angstbegeleiding. Daarvoor is selectieve zorginkoop in de tandheelkunde niet meer nodig.
Als impuls voor hun kwaliteitsbeleid stellen de tandartsen het systeem van selectieve zorginkoop evenmin nodig te hebben. Ook dit wilden ze niet overlaten aan een externe partij zoals de overheid, de Inspectie voor de Gezondheidszorg of de zorgverzekeraars. Ze hebben daarom zelf een kwaliteitsregister opgezet met een aantal normen waaraan tandartsen moeten voldoen.
Tandartsen moeten ongeclausuleerd ingeschreven staan in het BIG-register, en moeten in vijf jaar minimaal 3300 uur als tandarts werkzaam zijn in de patiëntgebonden tandheelkundige zorg. Ze moeten binnen vijf jaar minimaal 240 uur besteden aan bestudering van wetenschappelijke vakliteratuur en minimaal 120 uur aan bij- en nascholing in intercollegiaal overleg. Ze moeten een klachtenregeling hebben die voldoet aan de Wet Klachtrecht Cliënten in de Zorgsector. Daarnaast moeten ze de gedragsregels naleven die voor hun beroepsgroep zijn opgesteld, en moeten ze in staat zijn adequaat te communiceren in de Nederlandse taal.
Iedereen die dit wil, kan op www.kwaliteitsregistertandartsen.nl nalezen welke tandartsen aan deze voorwaarden voldoen. Binnen een jaar tijd hebben al 3000 van de 6300 praktiserende tandartsen zich aan deze richtlijnen gecommitteerd.
De NMT vindt dat de zorgverzekeraars in het belang van hun verzekerden méér hebben aan het participeren in FenCS, Kies voor gaaf! en kwaliteitsbeleid, dan aan het verkennen van de mogelijkheden van selectieve zorginkoop. De gedachte is dat selectieve zorginkoop er juist toe zou kunnen leiden dat de verzekerde wegloopt naar een zorgverzekeraar die zich níet bemoeit met de vraag welke tandarts wel of niet in zijn mond mag komen.