Zorginkoop en huisartsen: de visie van VVAA
Bekeken 1431
Reacties 0
Beoordeling 
08-11-2008
Huisartsen hebben een aparte status in het proces van selectieve zorginkoop. Patiëntenzorg in de eerste lijn moet immers altijd gegarandeerd zijn. Is selectieve zorginkoop wel een issue voor de huisartsen? Jaap Doets, arts en adviseur bij BusinessCare VVAA, over de kansen die het systeem voor huisartsen in petto heeft.
Tekst Roel Notten
Jaap Doets werkt ruim negen jaar als adviseur bij BusinessCare, een onderdeel van VVAA dat zich richt op samenwerkingsverbanden en nieuwe initiatieven in de gezondheidszorg. Hij signaleert een duidelijke trend dat huisartsen en specialisten elkaar steeds vaker weten te vinden in transmurale zorg en ketenzorg: “Er ontstaat een nieuwe dynamiek.”
De term ‘selectieve zorginkoop’ nuanceert hij liever tot ‘gedifferentieerde inkoop’. Doets verbaast zich over de plotselinge aandacht voor selectieve zorginkoop. “Het wekt de indruk dat in het verleden altijd alles zomaar is gecontracteerd. Hoewel wellicht minder expliciet, is ook in het verleden natuurlijk selectief gecontracteerd.”
Belevingsaspecten
Meer samenwerking luidt het huidige devies, kwaliteit is het sleutelwoord. Maar wat is dat nu precies, kwaliteit? Doets geeft een voorzet: “Kwaliteit is meerdimensionaal, en omvat meer dan puur medisch-inhoudelijke aspecten. Ook de kwaliteit van dienstverlening is een onderdeel. Een huisarts kan mij goed behandelen, maar als ik lang moet wachten in de wachtkamer ervaar ik toch een mindere kwaliteit. Het is goed dat verzekeraars bij hun inkoopbeleid met deze belevingsaspecten rekening houden.”
Huisartsen kunnen kwaliteit en doelmatigheid sterk verbeteren door de eigen organisatie te verstevigen. Door als huisarts het zorgproces met de tweede lijn beter af te stemmen, kunnen financiële winst én betere dienstverlening worden gerealiseerd. Jaap Doets vindt dat beroepsbeoefenaren sowieso wat meer over de eigen heg zouden mogen kijken: “We hebben heel goed geleerd hoe we ons eigen stukje werk moeten organiseren. Maar als een huisarts een patiënt heeft verwezen of behandeld, is de klus nog niet geklaard. Het zorg/behandelproces voor de patiënt gaat gewoon door, bijvoorbeeld in het ziekenhuis, bij de fysiotherapeut, of in de thuiszorg. Wanneer de afzonderlijke onderdelen in het totale behandel- en zorgproces niet goed zijn afgestemd en te lang duren, zal de patiënt de zorg als onvoldoende ervaren, terwijl de huisarts op zich misschien adequaat heeft gehandeld. Steeds vaker worden individuele beroepsbeoefenaren afgerekend op de kwaliteit van de hele keten. We moeten ons hier terdege bewust van zijn.”
Heldere criteria
Huisartsen zijn in veel gevallen gefocust op hun traditionele rol: een praktijk met eigen patiënten. Doets adviseert naast deze vertrouwde rol samen met bijvoorbeeld de zorgverzekeraar nieuwe mogelijkheden tot innovatie te verkennen. Verzekeraars kunnen een uitstekende partner zijn als het gaat om het verbeteren van de patiëntenzorg maar dit besef lijkt volgens Doets nog niet tot iedereen doorgedrongen. “Vaak wordt gedacht dat de verzekeraar alleen maar geïnteresseerd is in geld. Omgekeerd leeft bij veel verzekeraars een vergelijkbaar beeld: zij vinden dat de zorgprofessional alleen maar oog heeft voor de eigen portemonnee en niet voor de zorg voor de patiënt.” Een perceptie die volgens Doets voortkomt uit het verleden. “Destijds werd alleen maar over tarieven gesproken.”
Anno 2008 staat de kwaliteit centraal. Huisarts en verzekeraar moeten samen vastleggen wat hieronder wordt verstaan. Doets: “Spreek heldere criteria met elkaar af, en besef dat je in een poldermodel moet samenwerken. Praten in zwart-wit tegenstellingen heeft geen enkele zin.”
“De verzekeraar heeft aan het begin van elk jaar contracten afgesloten met zijn verzekerden, maar weet niet wie, waarom, wanneer en waar ziek wordt. De verzekeraar heeft zorgaanbieders en met name de huisarts dus keihard nodig om zijn contractuele verplichtingen jegens de verzekerden na te komen.”
Daarnaast bezitten huisartsen en verzekeraars meer marktkennis dan vaak wordt verondersteld. Doets raadt huisartsen dan ook aan wat vaker om de tafel te zitten om ideeën met de verzekeraar te bespreken: “Het is misschien even wennen, maar de verzekeraar is in mijn ogen veel meer een langetermijnpartner dan een kortetermijnopponent.”
Een voorbeeld is de COPD-zorg. Wanneer een huisarts in het kader van de module M+I gecontracteerd wil worden, leeft vaak de perceptie dat de verzekeraars de zorgaanbieders tegen elkaar uit zullen spelen. Maar Jaap Doets ziet ook een andere ontwikkeling: “Door samenwerking tussen onder andere huisartsen, laboratoria, longartsen en longverpleegkundigen ontstaat juist een hechter verband in plaats van concurrentie. De verzekeraar blijkt dan vaak juist de samenwerking te willen stimuleren omdat daarmee een geïntegreerd zorgaanbod tot stand komt dat leidt tot kwaliteitsverhoging en kostenverlaging.
“In zo’n samenwerking moeten de betrokkenen bereid zijn tot verandering. De longarts krijgt bijvoorbeeld een grotere adviesrol richting huisartsen; de huisarts blijft de spil in het spel, maar krijgt toegang tot een gigantisch stuk expertise in de vorm van advies op maat bij elke patiënt. Wat is hiervan de les? “Kijk naar het belang van de patiënt en de verzekeraar. Als de huisarts samen met andere zorgprofessionals aantoonbaar kwaliteit levert, is hij voor een verzekeraar niet te passeren.”
Breed overzicht
Doets ziet voor huisartsen veel nieuwe kansen. Er zijn veel patiënten met een chronische ziekte, die ze over zouden kunnen nemen van medisch specialisten. Vanuit de tweede lijn dienen zich voor huisartsen sowieso nieuwe kansen aan. Doets: “Ziekenhuizen hebben door selectieve zorginkoop meer te verliezen dan huisartsen. De verzekeraar zal steeds selectiever tweedelijnszorg contracteren, en de eerste lijn kan hierop inspelen door kwalitatief goede alternatieven aan te dragen.”
Huisartsen zijn primair opgeleid als medisch-inhoudelijk professional. Deze rol lijkt langzaam te verschuiven naar organisatie en coördinatie. “De huisarts heeft een breed overzicht, zowel medisch-inhoudelijk als in termen van zorgmogelijkheden, dus dat is in mijn ogen een heel natuurlijke rol.” De andere kant van de medaille is dat huisartsen moeten leren loslaten. Doets: “In sommige gevallen zie ik dat ze willen vasthouden aan hun eigen praktijk en patiëntenaanbod. Ik begrijp die houding, maar soms kan dit belemmerend werken.”
Het is juist de uitdaging om de patiëntvraag centraal te stellen, en te zorgen dat de patiënt zo goed en snel mogelijk geholpen wordt. “Als dat niet bij jou kan, prima. Kan het ergens anders beter, dan betekent dit dat je die patiënt daarnaartoe stuurt.”
Lange termijn
Een nieuwe rol dus voor huisartsen, het zal even wennen zijn. Doets onderstreept nog maar eens dat de oude situatie niet terugkeert. “Mijn belangrijkste advies? Accepteer dat bij contractering andere aspecten een rol zijn gaan spelen. Accepteren is beter dan ertegen ageren.”
VVAA ondersteunt huisartsen actief bij het uitwerken van nieuwe ideeën. Doets noemt als voordeel dat VVAA de dynamiek van de hele sector overziet. Neem een samenwerking tussen eerste- en tweedelijnszorgaanbieders. “Dat betekent bijvoorbeeld een verrekensysteem over meerdere deelnemers. Onderschat ook niet de juridische en fiscale componenten - zoals btw - die hierbij horen.”
“VVAA kan helpen om plannen in een zo functioneel mogelijk jasje te gieten. We opereren als adviesbedrijf zowel in de eerste lijn als in de tweede lijn en kennen dus beide werelden. Daarnaast zijn sommige VVAA adviseurs zelf in de praktijk werkzaam geweest. We weten wat het betekent om beroepsbeoefenaar te zijn en keuzes te maken. Je kunt prachtige structuren maken, maar het moet wel aansluiten op wat er inhoudelijk in het zorgproces moet gebeuren.”
Doets juicht toe dat huisartsen willen leren van initiatieven van collega’s. “Maar”, waarschuwt hij, elk plan is uniek en vergt een passende oplossing, bovendien veranderen wet- en regelgeving zodat een plan van twee jaar geleden nu niet meer onverkort kan worden gebruikt. Dan heb je als zorgprofessional iemand nodig die alle veranderingen heeft bijgehouden. Als BusinessCare proberen wij voor onze klanten die langetermijnfunctie te vervullen.”
Het is lastig plannen voor de lange termijn te maken in politiek onzekere tijden. Doets adviseert plannen zo te ontwerpen dat ze onafhankelijk zijn van de waan van de dag. “Als je goede zorg levert, zijn er altijd patiënten, en dus ook altijd verzekeraars die de zorg willen vergoeden. Investeer in een goede organisatie, dan kan de zorg altijd tegen een redelijke prijs worden aangeboden.”