Ook paramedici krijgen meer te maken met prestatiegerichte beloning
Bekeken 3108
Reacties 0
Beoordeling 
23-04-2009
Afgelopen najaar publiceerde Arts & Auto een serie artikelen over de trend naar ‘selectieve inkoop’ door zorgverzekeraars, en over de gevolgen daarvan voor huisartsen, specialisten, tandartsen en apothekers. Ook de fysiotherapeuten kwamen daarbij aan bod, waarbij opviel dat die zélf kiezen voor een kwaliteitsbeleid op basis waarvan ze door zorgverzekeraars gedifferentieerd kunnen worden beloond. Voor andere paramedische beroepsgroepen lijkt op termijn hetzelfde principe toepasbaar. Een korte verkenning.
Tekst Frank van Wijck
Selectieve zorginkoop is een strategie die zorgverzekeraars kunnen gebruiken om niet op basis van prijs alléén in te kopen, maar ook nadrukkelijk te kijken naar de kwaliteit van ingekochte zorg. Voldoen bijvoorbeeld voor een bepaalde zorgvraag zeven van tien zorgaanbieders wél aan bepaalde kwaliteitseisen en drie niet, dan kan een zorgverzekeraar ervoor kiezen om bij die laatste drie geen zorg in te kopen.
De artikelenserie in Arts & Auto 15 t/m 19 van 2008 maakte duidelijk dat dit voor een aantal medische beroepsgroepen veel kan gaan betekenen. En één paramedische beroepsgroep, de fysiotherapeuten, ontwikkelt via haar beroepsvereniging zélf al kwaliteitscriteria – en nodigt zorgverzekeraars uit om op basis hiervan selectief in te kopen. “ Maar wat betekent dit principe nou voor óns?”, schreef een verloskundige aan de redactie.
Bij elkaar opgeteld gaat het in de paramedische
zorg wel degelijk om honderden miljoenen
|
Peter Buisman is juridisch beleidsadviseur van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). Hij wijst erop dat er voor
verloskundigen al een kwaliteitsbeleid geldt, waaraan voor de beroepsuitoefenaars ook verplichtingen zitten. Dit heeft gevolgen voor de reguliere inkoop van verloskundige zorg door zorgverzekeraars. De verzekeraar vergoedt immers doorgaans maar maximaal 80 procent van verloskundige zorg die niet door de zorgverzekeraar zelf is gecontracteerd.
Maar als selectieve inkoop alleen maar wordt toegepast om de ene verloskundige wel en de andere niet te contracteren, zal dit – vreest de KNOV – tot niets meer leiden dan alleen keuzebeperking voor de cliënt. Dat zou veranderen als dit wordt vertaald naar prijsdifferentiatie, waarbij de hoogte van de vergoeding is gekoppeld aan het al dan niet voldoen aan kwaliteitsaspecten. Deze vorm van zorginkoop komt met de huidige prijsregulering van de Nederlandse Zorgautoriteit voor verloskundige zorg niet of nauwelijks voor, stelt Peter Buisman vast, maar “dit kan veranderen wanneer voor verloskundigen vrije tarieven gaan gelden.”
Extra diensten belonen
Martien Bouwmans is coördinator eerstelijnszorg van Zorgverzekeraars Nederland. Hij legt uit dat verzekeraars in hun strategie van selectieve zorginkoop niet de eerste prioriteit zullen leggen bij paramedici. “Logopedisten bijvoorbeeld vormen financieel gezien voor ons een kleine groep.
Fysiotherapeuten vertegenwoordigen voor ons al een wat groter financieel belang, maar in verhouding tot de ziekenhuiszorg is dat nog steeds beperkt. En bij diëtisten gaat 40 miljoen euro om. Moeten we daarop selectieve zorginkoop gaan toepassen?”
Dat één kant van de zaak. Tegelijkertijd stelt Bouwmans ook vast dat bijvoorbeeld diëtisten wel een steeds grotere rol spelen in ketenzorg: “Dit kan een reden zijn voor zorgverzekeraars om zich er toch op te gaan richten.”
In de praktijk gebeurt dit ook al. De diëtetiek heeft altijd in de AWBZ gezeten, maar is in 2005 overgeheveld naar de Ziekenfondswet en in 2006 naar de basisverzekering. Directeur Doreth van den Heuvel van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten signaleert een snelle toename van het aantal vrijgevestigden. “Dat zijn er al 600 van de 1100 eerstelijnsdiëtisten die bij ons zijn aangesloten. Zorgverzekeraars waren niet gewend met ons contracten af te sluiten. Nu beginnen ze dat wel te doen, maar het zijn toch nog vooral declaratiecontracten.”
Selectieve zorginkoop past bij een markt, vindt Van den Heuvel. Ze vindt het daarom jammer dat er nu alleen standaardovereenkomsten worden afgesloten, want daarmee worden initiatieven niet beloond. “Dus komt weinig van de grond. Natuurlijk moeten we zelf ook nog groeien in dit proces, en bij zorgverzekeraars zit bovendien nog weinig kennis over dieetadvisering. We zitten dus bij hen aan tafel om informatie uit te wisselen en de koers te bepalen. Bij ketenzorg kunnen zorgverzekeraars leren kritischer te kijken naar de vraag of in de zorgketen de dieetadvisering wel door een diëtist wordt verzorgd. En diëtisten die extra diensten aanbieden, kunnen hiervoor dan worden beloond.”
Best practices
Behalve fysiotherapeuten, verloskundigen en diëtisten kunnen nog meer paramedische beroepsgroepen met selectieve zorginkoop te maken gaan krijgen. De kraamverzorgenden hebben dit al gemerkt. Zorgverzekeraar Achmea besloot immers begin dit jaar om een meerjarencontract af te sluiten met Naviva kraamzorg, omdat die organisatie de vereiste zorggarantie kon bieden. Naviva leidt zelf kraamverzorgenden op en biedt personeel veel scholingsmogelijkheden.
Een andere ontwikkeling speelt zich af bij de logopedisten. Selectieve zorginkoop lijkt daar niet aan de orde, niet alleen omdat logopedie volledig in het basispakket zit, maar vooral ook omdat de vraag naar logopedie veel groter is dan het aanbod. Willem Snijders, voorzitter vrije beroepen bij de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie, zegt dat zorgverzekeraars wel interesse hebben om buiten het reguliere pakket om therapieën in te kopen voor afwijkende mondgewoonten. “Die moeten dan gebaseerd zijn op best practices, en een gesloten financiering kennen.”
Voor logopedisten die een aanvullend pakket ontwikkelen, bestaat dus ruimte voor aanvullende beloning. “Maar”, zegt Snijders, “ je ziet ook de tegengestelde beweging dat zorgverzekeraars op termijn die behandelaar willen gaan belonen die een bepaalde behandeling het snelst tot een goed einde kan brengen. En dat is in feite niets anders dan een verkapte bezuiniging.”
Preferred suppliers
Martien Bouwmans van Zorgverzekeraars Nederland benoemt die laatste ontwikkeling anders, en spreekt van selectief contracteren door een kopgroep te benoemen. “Zorgverzekeraars zullen meer gaan letten op prestatie-indicatoren. En als die indicatoren meer informatie gaan bieden over welke zorgaanbieder binnen een bepaald segment wel of niet goed presteert, zal hiervan meer gebruik gemaakt gaan worden.”
Bouwmans bevestigt hiermee dat selectieve zorginkoop voor steeds meer categorieën professionals langzaamaan in beeld komt. Als voor meer eerstelijns beroepsgroepen vrije prijzen gaan gelden, zullen zorgverzekeraars vanzelf gaan nadenken over de vraag wat zij precies terugkrijgen voor het geld dat zij aan die professionals besteden. En die hoeveelheid geld mag dan per (paramedische) beroepsgroep beperkt zijn, bij elkaar opgeteld gaat het wel degelijk om honderden miljoenen.
“Waarschijnlijk zal het zich dan vertalen in selectie op basis van prestatiegerichte beloning”, zegt Bouwmans. “Ook kunnen zorgverzekeraars preferred suppliers gaan aanwijzen, en hieraan voor de verzekerde een beloning gaan koppelen die te maken heeft met het eigen risico.” Het landschap gaat dus wel degelijk veranderen.