Bloedverwanten

Tijdens zijn jaren als tropenarts in Afrika groeide de ‘familie’ van
Harrie van den Hout sneller dan hij ooit voor mogelijk had gehouden. 

Tekst: Harrie van den Hout | Beeld: Marcel Leuning

In juni 1969 werd ik met mijn hoogzwangere vrouw door de organisatie Medicus Mundi uitgezonden naar het Bukumbi Hospital, een missieziekenhuis zo’n 35 kilometer ten zuiden van Mwanza in Noordwest-Tanzania. Het ziekenhuis was daar in het begin van de jaren zestig gestart door de gebroeders Mol uit West-Brabant. Twee jaar eerder had ik er al een stage van vier maanden mogen lopen als co-assistent van de Nederlandse gynaecoloog die er werkte. Nu had ik mijn tropenopleiding voltooid en was ik er terug. 

Als Medical Officer in charge werkte ik in het ziekenhuis met een gevarieerdtakenpakket. Zoals fondsenwerving voor allerlei tekorten. Maar ook – samen met klinieken in Sumve, Sengerema en Biharamulo (met ook Nederlandse artsen) – de verzorging van de lepra- en tuberculosepatiënten in het Lake Victoria Tuberculosis-Scheme ten zuiden van het Victoria Meer, zat in dat pakket. 

Op enig moment was een Sukuma-vrouw in partu over grote afstand naar het ziekenhuis gebracht en bevallen van een gezonde baby. 

Maar de placenta kwam niet (retentio placentae). Ze had veel bloed verloren en was in een hemorragische shock. De moeder produceerde geen urine en was niet aanspreekbaar. 

De enige donor met de juiste bloedgroep was ikzelf

Na manuele placentaverwijdering was de enige mogelijkheid om haar
leven te redden een bloedtransfusie. Ze had bloedgroep A positief. Wij konden in het ziekenhuis geen bloed op-slaan. Onze voorraad werd ‘bewaard’ door de ongeveer 120 leerling-verpleegkundigen en vroedvrouwen uit heel Tanzania en Burundi. Zij hadden bekende bloedgroepen en gaven vers bloed.

Maar nu was het vakantietijd. De enige aanwezige donor met de juiste bloedgroep was ikzelf. De kruisproef was passend. Op het bed naast het kraambed werd mij 500 ml bloed afgenomen en bij haar ingebracht. Het bleek niet voldoende. Dus nog een halve liter van dezelfde donor. Toen kwam ze uit de shock. Na verdere nazorg kon ze een week later naar huis met de instructie om na zes weken terug te komen voor controle. 

Na die weken kwam ze, begeleid door een stamhoofd en een zestigtal stamleden, terug. In de middagpauze kwamen ze in een halve cirkel om het huis staan en het stamhoofd hield een plechtige toespraak waar we geen woord van verstonden, maar onze houseboy kon ons helpen. Het kwam erop neer, dat mijn bloed in hun stamlid stroomde, waardoor ik nu met al mijn familieleden bloedverwant en dus lid van de stam geworden was. 

Toen ik niet lang geleden weer eens terug was in Afrika en met mijn dochter en kleindochter in Entebbe, Oeganda landde, kon ik aan de mensen daar vertellen dat mijn stamleden aan de andere kant van het Victoriameer woonden.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*