Carl van der Tas (1923-2015)

Op 92-jarige leeftijd overleed afgelopen maand radioloog Carl van der Tas. Als afdelingshoofd en opleider in het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg, maakte de erudiete zorgprofessional zich 27 jaar lang hard voor zijn collega’s en zijn studenten.  

Tekst: Wout de Bruijne

 

Nadat Amsterdammer Carl van der Tas zijn studie geneeskunde vlak na de Tweede Wereldoorlog succesvol had afgerond, ging hij voor het eerst professioneel aan de slag in een volgende oorlog. Hij vervulde zijn dienstplicht als militair arts in de Korea-oorlog. Tot op hoge leeftijd bleef hij trouw de reünies en andere bijeenkomsten van de Vereniging Oud Korea Strijders bezoeken. Na de Korea-oorlog verhuisde Van der Tas naar Sumatra in Indonesië. Daar vestigde hij zich samen met Anneke Jacobs, met wie hij inmiddels was getrouwd. In Palembang, de hoofdstad van Zuid-Sumatra, werkte hij als arts voor de Indonesische werknemers van de Amerikaans-Nederlandse maatschappij ESSO.

Na de geboorte van hun oudste dochter keerde het gezin terug naar Nederland. In het Binnengasthuis in Amsterdam specialiseerde Van der Tas zich tot radioloog. Na zijn afstuderen kreeg hij een baan in Tilburg. Van 1960 tot 1987 werkte hij daar als radioloog, opleider en hoofd van de afdeling radiologie van het Sint Elisabeth Ziekenhuis. In de avonduren werkte hij aan zijn proefschrift de ‘Arterio Veneuze misvormingen van de hersenen’. Hij promoveerde in 1969.

Hij liet zijn mensen nooit vallen ten overstaan van anderen

De radioloog speelde een bepalende rol in de ontwikkeling van het Tilburgse ziekenhuis in het algemeen en van zijn afdeling in het bijzonder. Volgens zijn voormalige collega’s maakte hij er zich altijd sterk voor, dat ‘zijn’ afdeling radiologie was voorzien van de beste en nieuwste apparatuur. Dat was ook het geval bij de verhuizing van het Elisabeth Ziekenhuis naar nieuwbouw op een andere locatie in Tilburg. De afdeling van Van der Tas was volledig ingericht naar de laatste wensen en eisen in de radiologie.

De erudiete medicus dwong mentaal, maar, met zijn lichamelijk grote verschijning, ook fysiek respect af. Professioneel hechtte hij aan het bewaren van een zekere, hiërarchische, afstand tussen hem als afdelingshoofd en opleider en degenen aan wie hij leiding en les gaf. Die afstand was er niet als hij voor ‘zijn mensen’ moest opkomen. Hij liet hen nooit vallen ten overstaan van anderen.

Van der Tas was bovenal een aimabel mens. Hij hield van gezelligheid en van het bourgondische Brabantse leven. Tot lang na zijn pensionering in 1987 ging hij nog geregeld naar de ziekenhuiskapper om daarna met zijn voormalige collega’s bij te praten in de koffiekamer. Ook bij sociale activiteiten van het ziekenhuis liet hij het zelden afweten.

Na zijn pensionering had de voormalig radioloog meer tijd voor zijn hobby’s. Hij had een grote passie voor het oude Egypte en voor klassieke kunst. Van deze beide onderwerpen wist hij heel veel af. Daarnaast was hij een liefhebber van klassieke muziek en dan vooral van Mozart. Dat zal niet in de laatste plaats een invloed geweest van zijn vrouw Anneke, die was opgeleid als concertpianiste. Regelmatig bezochten ze samen concerten.

Anneke overleed vorig jaar. Carl van der Tas heeft zijn vrouw tot het laatst toe met zorg omringd.