‘Contact maken is onze core business’

Eerder dit jaar werd ze als eerste verpleegkundig specialist ggz benoemd tot hoogleraar. In die rol, maar ook in andere rollen die ze bekleedt, wil Nynke Boonstra bijdragen aan een psychiatrie zonder labels, met de focus op functioneren in de maatschappij. “Cliënten en verpleegkundigen zijn cruciaal in deze transitie.” 

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Nout Steenkamp

Breaking news! Zo kondigt de opleidingsinstelling GGZ-VS de benoeming van de eerste verpleegkundig specialist ggz als hoogleraar aan. De instelling – waarvoor ze negen jaar als opleider heeft gewerkt – omschrijft Nynke Boonstra (46) als ‘een rolmodel dat laat zien dat carrière maken aan het bed mogelijk is’. Geconfronteerd met deze loftuitingen kan de hoogleraar verplegingswetenschap in de ggz een lach niet onderdrukken. “Altijd weer die handen aan het bed als het over verpleegkundigen gaat. Ik sta helemaal niet aan een bed.” Ze neemt met een cappuccino plaats in een glazen overlegruimte bij NHL Stenden Hogeschool, waar ze lector zorg & innovatie in de psychiatrie is en blijft. “Ik hoop wel dat mijn benoeming wat losmaakt. Dat het andere verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten stimuleert om wetenschappelijk onderzoek te gaan doen. Ik heb nu acht promovendi. Daarvan is er maar één verpleegkundige, de rest is arts of psycholoog. Ik hoop dat daar verandering in komt. De verpleegkundige beroepsgroep is de grootste in de zorg én heeft heel veel invloed op dat wat er werkelijk toe doet. Uiteindelijk gaat het erom dat je iets toevoegt aan de kwaliteit van leven van mensen. Dat is wat verpleegkundigen doen. Als we de waarde van dat werk wetenschappelijk onderbouwen, wordt het serieuzer genomen. En wie serieus wordt genomen, wordt gehoord, erkend en beloond.”

‘Wie serieus wordt genomen, wordt gehoord, erkend en beloond’

Sinds haar benoeming heeft de hoogleraar al diverse berichten van verpleegkundigen gekregen die hun interesse in onderzoek kenbaar maakten. Tegelijkertijd is er vanuit de beroepsgroep ook altijd een ander geluid te horen wanneer iemand pleit voor meer verpleegkundig onderzoek: het werk moet ook gewoon gedaan worden en er is al sprake van een personeelstekort. “Dat is zeker zo. Maar dat er niet genoeg personeel is, is júíst reden om onderzoek te doen. Anders blijven we achter de muziek aanlopen. Door toegepast onderzoek te doen, kom je erachter dat je dingen ook op een andere manier kunt benaderen. Kijk wat cliënten zelf kunnen, hoe je de zorg anders kunt inrichten. Daarmee kunnen we tijdwinst boeken én de zorg verbeteren.” Dat heeft Boonstra in het verleden zelf ondervonden. Haar promotieonderzoek naar vroege herkenning van psychose heeft geleid tot een programma dat nu de standaard is voor psychosezorg in Nederland. 

Vertekend beeld

Dat Boonstra nu ‘carrière maakt’ in de ggz kan ze zich niet voorstellen als ze halverwege de jaren 90 de hbo-V-opleiding volgt op deze hogeschool in Leeuwarden. In die tijd is de opleiding nogal somatisch ingestoken. Pas aan het einde moet ze verplicht een psychosociale stage doen. “Dat leek me vreselijk. Ik zag alleen maar agressieve mensen en dwangbuizen voor me. Ik heb flink mijn best gedaan om onder die stage uit te komen.” Dat lukt niet: als laatstejaars komt ze terecht op een opnameafdeling in Franeker. “Daar had ik zelf op aangedrongen. Er waren bijna alleen maar stages op langdurig-verblijfafdelingen. Als ik dan toch een ggz-stage moest doen, dan wilde ik ook de echte psychiatrie zien, met veel hectiek.” 

Er gaat een wereld voor haar open. “Ik had een heel vertekend beeld, ik vond het hartstikke interessant.” Eén cliënt in het bijzonder maakt indruk op haar en zal uiteindelijk bepalend zijn voor de rest van haar loopbaan. “Een psychotische jongen. Net zo oud als ik, opgegroeid in een dorpje bij mij in de buurt. Dat triggerde me: hoe kan het dat hij psychotisch is geworden en ik niet? Hoe werkt dat in het brein? En wat kunnen we doen om zijn situatie te verbeteren?”

Na haar afstuderen begint Boonstra in het ziekenhuis, maar dat is van korte duur. “Daar had ik nog geen stage gelopen. Ik vond dat ik dat wel moest ervaren als verpleegkundige, maar het was niet mijn wereld. De hiërarchie en de cultuur stonden me tegen. Als de arts een ronde deed, dan moest je alles uit je handen laten vallen. Zelfs als ik net iemand uit de kleren had geholpen. ‘Ik kan die mevrouw toch zo niet laten liggen?’ Dan moest ik maar even een handdoekje over haar heen doen.”

Die ervaring geeft haar het laatste zetje richting de ggz. Ze gaat aan de slag op de opnameafdeling in Franeker en begint aan een deeltijdopleiding gezondheidswetenschappen. Nadat ze die heeft afgerond, krijgt Boonstra een telefoontje van haar oude hogeschool. Of ze wil komen werken als docent. “Tijdens mijn hbo-V-diplomering had ik gezegd dat ik tijdens de opleiding nooit had geleerd hoe leuk de psychiatrie was. Dat ik wel snapte dat niemand voor de ggz koos, want de sector werd niet aantrekkelijk gemaakt. Dat waren ze niet vergeten.” 

Zo rolt de verplegingswetenschapper op haar 25e in het onderwijs, dat ze combineert met patiëntenzorg en onderzoek. “Eerst werkte ik als onderzoeksassistent mee aan een promotieonderzoek naar afbouw van antipsychotica. Toen ik zag hoe het werkte met publicaties, dacht ik: dat kan en wil ik zelf ook wel doen.” Zeker in die tijd is het niet gebruikelijk om als verpleegkundige te promoveren. “Ik heb altijd gekeken: hoe creëer ik mijn eigen werk? Ik heb zelf een subsidie aangevraagd bij de provincie. Daarmee kon ik mijn promotieonderzoek beginnen.” 

Andere focus

Tijdens haar PhD-traject duikt Boonstra in de psychosezorg in Nederland. “In die tijd kregen cliënten standaard antipsychotica voor vijf jaar. Later werd dat twee jaar. Af en toe hadden ze een gesprek met een casemanager en dat was het. In Engeland zag ik hoe ze deze zorg anders hadden ingericht. Niet met de focus op klachten, maar op de gevolgen van klachten op iemands sociale leven, op iemands functioneren. Wat zijn de copingmechanismen? Welke hulpbronnen heeft iemand om zich heen waarvan je gebruik kunt maken? En dat alles in de eigen omgeving van de cliënt.” 

De raad van bestuur van GGZ Friesland vraagt Boonstra een programma te schrijven op basis van inzichten uit haar proefschrift. Het resultaat luistert naar de naam VIP-zorg: Vroegtijdige Interventie bij Psychose. “We werken met een interdisciplinair team en geïntegreerde behandelplannen en stemmen continu met elkaar af. Ten eerste proberen we mensen laagdrempelig naar zorg toe te leiden. Mensen met een psychose zijn niet altijd bereid hulp te zoeken of te accepteren. Via familie, huisarts of soms een gedwongen opname komen we in contact en dan is het uitgangspunt: wat denkt iemand zelf nodig te hebben? Zo leggen we verbinding en dan zijn er altijd aanknopingspunten waarop je wat kunt doen en het contact kunt uitbreiden.”

Alleen voor de bekostiging stellen ze een DSM-classificatie. “Dat moet. Het is niet helpend. Het zit vaak in de weg. Zeker bij deze doelgroep. Sommige mensen zijn blij of opgelucht met een diagnose autisme of ADHD, maar het label psychotische stoornis wil niemand.” In dat licht draagt het nieuwe zorgprestatiemodel ook niet bij. De financiële consequenties van de nieuwe bekostigingssystematiek in de ggz kan Boonstra op het moment van spreken nog niet overzien (“In april gaan we voor het eerst declareren”), maar de geformuleerde ‘zorgvraagtypen’ binnen de hoofdgroep ‘psychotische stoornis’ zijn haar een doorn in het oog. “De zorgstandaard psychose kent vier stadia. Een daarvan is ‘af en toe een terugval’, maar als je dat invoert in het zorgprestatiemodel, dan kom je al snel op ‘chronisch en beperkend’. Patiënten zien dat zelf ook. En natuurlijk: je kunt uitleggen dat het maar een systeem is, maar zo’n term werkt niet herstelbevorderend. Wij zijn juist hoopvol en willen perspectief bieden.”

‘Professionals kunnen allerlei dingen bedenken en aanbieden, maar wat een cliënt kan helpen, weet diegene zelf het best’

Daarom is ze blij met de verschuiving die in de ggz ontstaat van medisch naar maatschappelijk. “Van pillen voorschrijven naar tools aanleren. Van hokjes en labels naar ‘psychiatrie hoort bij het leven’.” In deze transitie ziet Boonstra cruciale rollen weggelegd voor cliënten en voor de verpleegkundige beroepsgroep. “Professionals kunnen allerlei dingen bedenken en aanbieden, maar wat een cliënt kan helpen, weet diegene zelf het best. En als iemand dat níét weet, is het belangrijk dat we dat aanleren. Hoe kunnen we meer gebruikmaken van kennis die iemand, soms impliciet, al in zich heeft? Daar ligt de sleutel voor verbetering.” De inzichten en ervaringen van cliënten vormen een van de belangrijkste uitgangspunten van Boonstra’s leerstoel. “Bij elk onderzoek betrekken we de doelgroep. Cliënten zijn niet alleen object van de studie, maar ook subject. Ze dragen op een gelijkwaardige manier bij vanaf het eerste onderzoeksidee tot de publicatie.”

Daarnaast dicht ze dus haar eigen beroepsgroep een belangrijke rol toe. “Als een behandeling niet op klachten is gericht maar op de gevolgen van die klachten, dan heb je het over het verpleegkundig domein. Verpleegkundigen komen bij mensen thuis en zien die gevolgen. Waar mensen tegenaan lopen, wat ze nodig hebben. In een interdisciplinair team kunnen zij dat terugkoppelen, maar ze zijn óók enorm belangrijk in het aanleren van tools die cliënten uiteindelijk helpen om te anticiperen op uitdagingen die ze tegenkomen, zodat ze niet hun hele leven ondersteuning van de ggz nodig hebben. Daarbij is écht, gelijkwaardig contact tussen zorgprofessional en cliënt van groot belang. Want als er geen contact is, hoef je ook geen behandeleffect te verwachten. En dat contact maken, is toch de core business van ons als verpleegkundigen.” 

Expertise niet geborgd

Naast haar wetenschappelijke werk doet de verpleegkundig specialist nog één dag in de week patiëntenzorg. Niet meer bij GGZ Friesland, maar bij KieN, een kleine specialistische ggz-instelling in Friesland. In 2020 besluit GGZ Friesland haar zorg regionaal te gaan organiseren. De zorgprofessionals uit het specialistische VIP-zorgteam zouden over generieke behandelteams worden verdeeld en daar hun psychose-expertise moeten inbrengen. “Je moet altijd blijven vernieuwen, maar vernieuwing moet wel iets toevoegen”, zegt Boonstra daarover. “Op zich is het een mooi streven: in alle regio’s kleine teams, de ggz dichterbij de cliënt brengen. Alleen was de expertise rond psychosezorg op deze manier niet geborgd.”

‘Je moet altijd blijven vernieuwen, maar vernieuwing moet wel iets toevoegen’

De oprichter van VIP-zorg probeert nog met haar werkgever tot een oplossing te komen, maar als dat niet lukt, vertrekt ze. Bij KieN ontvangen ze haar met open armen. Alle VIP-teamleden én in hun kielzog al hun cliënten volgen haar. “Dat had ik niet verwacht”, zegt Boonstra, formeel directeur van KieN VIP, maar “we doen bijna alles samen.” “Sommige collega’s waren 25 jaar in dienst en toch gingen ze mee. Omdat we geloven in onze visie en werkwijze. Niet de focus op klachten, maar samen breed kijken naar wat iemand nodig heeft om grip te krijgen op die klachten, om het dagelijks leven thuis en op het werk of op school zo goed mogelijk te vervolgen.”

Curriculum vitae

Nynke Boonstra (1975) geboren in Leeuwarden 

1993-1997
hbo-V, NHL Stenden Hogeschool, Leeuwarden

1997-1998
verpleegkundige, Franeker

1997-2001
opleiding gezondheidswetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen

1998-2004
verpleegkundige, Heerenveen

2001-2004 
onderzoeksassistent en datamanager, GGZ Friesland 

2001-2015
docent, NHL Stenden Hogeschool, Leeuwarden

2004-2010 
promotieonderzoek: vroegtijdige herkenning eerste psychose

2008 
(mede)oprichter VIP-zorg, GGZ Friesland, Leeuwarden

2010-2011
opleiding tot verpleegkundig specialist ggz, GGZ-VS

2011-2015
senior onderzoeker, GGZ Friesland, Leeuwarden

2011-2019
opleider GGZ-VS, GGZ Friesland & VNN

2014-2017
richtlijncommissie vroege psychose, Trimbos-instituut 

2015-heden
lector zorg & innovatie, NHL Stenden Hogeschool, Leeuwarden

2018-heden
voorzitter Netwerk Vroege Psychose

2021-heden 
verpleegkundig specialist ggz en directeur KieN VIP, Friesland

2022-heden 
hoogleraar verplegingswetenschap in de ggz, UMC Utrecht i.s.m. GGZ-VS