‘De evidentie ligt op straat’

Hersenwetenschapper Erik Scherder: ‘In de fysiotherapie is veel meer uitwaaiering mogelijk’

Inmiddels is hij de bekendste hersenwetenschapper van Nederland, maar Erik Scherder is ook twintig jaar lang fysiotherapeut geweest. En hoewel nu pensioengerechtigd, is hij nog lang niet van plan te stoppen met werken. “Als het aan mij ligt, eindig ik hier à la Tommy Cooper in de gordijnen.”

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Nout Steenkamp

Bij Erik Scherder (68) thuis staat een bordje in de kast met de tekst: ‘Home is where the heart is’. Alleen: Home is doorgehaald. Erboven staat: VU. “Van een aantal promovendi gekregen”, lacht de professor. Het is een geintje, natuurlijk, maar er zit wel een kern van waarheid in. Scherder is vaak en graag op de Vrije Universiteit, waar hij hoogleraar klinische neuropsychologie is. “Het is een warme plek.”

Dat hij het tot die plek zal schoppen, kan niemand bevroeden als Scherder begin jaren ’70 in de papier- en plasticzaak van zijn vader gaat werken. Net als zijn oudere en jongere broer is hij naar de handelsdagschool geweest. “We waren voorbestemd om in de zaak te gaan”, vertelt de hoogleraar. “Over andere keuzes dachten we niet eens na. Dit was het plan. Ik werd er alleen diepongelukkig van. Was er ook niet geschikt voor.” Het duurt een tijdje voordat hij dat tegen zijn vader durft te zeggen, maar als het hoge woord eruit komt, valt diens reactie gelukkig mee. “Hij had het wel zien aankomen en zei: ‘Je krijgt vier jaar de tijd om wat anders te gaan doen. Je mag altijd terugkomen.’ Dat was fijn, een soort van back-up, maar óók een motivatie, want ik wilde écht niet terug.”

Maar wat wil hij wel? Wat kán hij? Scherder weet het niet zo goed. “Ik kon een beetje tennissen, dus besloot ik een opleiding tot tennisleraar te volgen.” Hij krijgt er les van een fysiotherapeut. “Ik vroeg hem naar zijn werk, ging erover lezen. Het bewegingsapparaat bestuderen en met patiënten werken, ja, dat leek me wel wat.” Met zijn vooropleiding is het ‘nog een heel gedonder’ om op de academie te komen, maar als het lukt, is hij – 24 jaar op dat moment – de gelukkigste man op aarde. “Ik verhuisde van een klein dorpje naar de grote stad. Had een beetje Het kleine huis op de prairie-gevoel. Ik ging er vol voor. Deed niets anders dan studeren, haast op het dwangmatige af. En daar ben ik eigenlijk nooit mee opgehouden.”

‘Ik raakte in de ban van het brein en wist: dít is het, dit gaat het worden’

Na zijn opleiding komt Scherder bij de Valeriuskliniek te werken. “Een kleine psychiatrisch-neurologische kliniek waar ik me bezighield met revalidatie. Je mocht er overal meekijken. Bij medische ingrepen, bij obducties, de hele mikmak. Zolang je je mond maar hield.” Op de vraag of hem dat niet veel moeite kostte, schiet hij in de lach. “Ik stond achteraan, ademloos, over alle schouders heen te kijken. Ik raakte in de ban van het brein en wist: dít is het, dit gaat het worden.” 

Loze uren vullen

Als de mogelijkheid zich voordoet om in deeltijd neuropsychologie te studeren aan de VU, gaat Scherder ervoor, op zijn 33e, naast zijn fulltimebaan als fysiotherapeut. Later promoveert hij – met Dick Swaab als promotor – in de avond- en ‘loze’ uren. “Je kunt om 9.00 uur opstaan in het weekend, maar je kunt ook om 6.00 uur opstaan.” Hij krijgt de steun van zijn vrouw – ook fysiotherapeut – en kinderen. “We hebben een hecht gezin. En ik heb niet zo veel gemist hoor. Ik ben nooit boven gaan zitten, ik heb altijd beneden gestudeerd en gewerkt. Als er voetbal op tv was en er viel een doelpunt, dan kwam ik even kijken.”

Stressgerelateerde klachten heeft Scherder naar eigen zeggen nooit echt gehad, in tegenstelling tot veel jonge medici tegenwoordig. Geconfronteerd met de cijfers van de VvAA Quickscan – 1 op de 5 jonge artsen kampt met burn-outklachten – zegt de professor: “Ik deed wat ik graag wilde én wat mijn vaardigheden mij toelieten. Ik had er lol in. Dat is, denk ik, een groot verschil met jonge dokters die vaak op hun tenen lopen, die veel móeten en niet zo veel waardering krijgen. Als je dan ook nog de hele dag mopperende patiënten hebt omdat het spreekuur uitloopt, dan is de lol ver te zoeken. En onderling is het volgens mij ook niet steeds gezellig. Het is niet altijd een sportieve wereld, waarin men elkaar alles gunt. Iedereen wil die ene opleidingsplek.”

In publiekslezingen legt Scherder uit dat bewegen helpt om stress te verminderen. “Maar in het geval van deze jonge dokters is het te simpel of eigenlijk bespottelijk om dat te zeggen. Het is niet dat je deze stress er even uitwandelt. Daar is veel meer voor nodig. Maar het is wel zo, in algemene zin, dat we het sporten vaak als eerste eruit gooien, wanneer het ons te veel wordt. Dat is jammer, want met een actieve leefstijl is veel winst te behalen.”

Zelf hanteert hij de leefstijl die hij propageert. Zo fietst Scherder dagelijks naar de VU, waar zijn werk zich voor een deel toespitst op onderzoek én op geld binnenhalen voor onderzoek. Helpt zijn bekendheid daarbij? “Soms gaan deuren misschien wat makkelijker open, maar voor de grote projecten en subsidies is het gewoon een competitie.” Veel wetenschappers zien acquisitie als noodzakelijk kwaad. Hij niet. “Ik vind het uitdagend, spannend. Kijken hoe we de aanvraag zo goed mogelijk kunnen doen. Hoe we bijvoorbeeld de titel nog nét wat beter en aansprekender kunnen maken.” 

Van 1 september tot half februari geeft Scherder onderwijs aan masterstudenten neuropsychologie. In de collegezaal probeert hij immer onderscheidend te zijn. “Om studenten te prikkelen, om ze bij me te houden.” Zo heeft hij deze ochtend een ALS-patiënt meegenomen. “Dat is superleerzaam voor de studenten én het raakt hun hart.” Een ander kenmerk van de professor is dat hij geregeld op de tafel gaat staan tijdens colleges. 

Op de tafel 

Zo ook bij zijn debuut in De Wereld Draait Door. Begin 2014 schuift Scherder voor het eerst bij Matthijs van Nieuwkerk aan om het platform ‘de Universiteit van Nederland’ onder de aandacht te brengen. Hij is een van de wetenschappers die via dit platform gratis minicolleges geven over hun vakgebied. “Ik wilde wel iets komen vertellen bij DWDD, want ik vond het een prachtig initiatief. Dat ze ook studenten van mij hadden uitgenodigd om iets aardigs over mij te zeggen, had van mij niet gehoeven.” Het gebeurt wel. De studenten steken de loftrompet én laten vallen dat de professor in de collegezaal vaak op de tafel gaat staan. “Voor ik het wist, stond ik daar in de studio op tafel. Niet dat ik dat erg vond, maar in de weken erna ging het alleen maar over dat ik op de tafel had gestaan en nauwelijks over wat ik had verteld. Op een gegeven moment dacht ik: hou erover op.” 

‘In de weken na DWDD ging het alleen maar over dat ik op de tafel had gestaan’

Het is wél de opmaat naar landelijke bekendheid. Scherder geeft diverse tv-colleges – zoals  bij DWDD University en in Max Masterclass – én duikt het theater in. Met Dick Swaab en Ard Schenk geeft hij lezingen over lichamelijke (in)activiteit en het belang van bewegen voor het brein. Met pianist Jan Vayne aan zijn zijde vertelt hij wat muziek en het bespelen van een instrument teweegbrengen in de hersenen, terwijl hij met het klassieke orkest LUDWIG en arts/onderzoeker Cuna Knegt als sidekick, het verband tussen dans en brein belicht. ‘In de meest bizarre én amusante voorstelling in jaren’, aldus de recensent van NRC. “Het publiek vindt het leuk en ik vind het leuk om te doen”, zegt Scherder over zijn drijfveren. “Over de spin-off wil ik bescheiden zijn. Ik krijg weleens berichten door. ‘Ik heb nu meer begrip voor mijn man met dementie.’ Of: ‘Ik ben dankzij u gaan bewegen’. Maar ik weet: het zijn enkelingen. Als ik met Dick en Ard een lezing geef, vragen we wie er aan de beweegnorm komt – elke dag dertig minuten matig intensieve inspanning. Meestal is dat slechts 10 procent. Ik geloof niet dat het een week later anders is. Zo’n lezing zorgt wel voor bewustzijn, maar er zijn meer dingen voor nodig om mensen uit hun luie stoel te krijgen.”

De professor maakt een vergelijking met stoppen met roken. “1: Je moet je bewust zijn van de risico’s, dat je van roken longkanker kunt krijgen. 2: Het moet prioriteit nummer één zijn, niets zo belangrijk als stoppen met roken. En 3: De omgeving moet mee. De overheid zorgt ervoor dat je op veel plekken niet meer mag roken. Vertalen we dit naar het stimuleren om meer te bewegen, dan doet de overheid dat niet, aangezien gym op school niet wordt verplicht.” Om zijn studenten te stimuleren om meer te bewegen, heeft Scherder eigenhandig de omgeving aangepast. “Ik heb de lift naar de derde verdieping geblokkeerd, waardoor de studenten met de trap moeten. Ze zijn er nog eerder ook, omdat ze niet op de lift hoeven wachten.”

Zitten, zitten, zitten 

Dat gym op de basisschool geen verplichting meer is, is de hoogleraar een doorn in het oog. “Ik zit in Nederlandse Sportraad. We zetten alles op alles om gym terug te krijgen in het onderwijs. Ik heb voor de Tweede Kamer-
commissie een presentatie gehouden. De aanwezige Kamerleden waren allemaal om. ‘Maar scholen moeten vrij zijn in hun keuze’, zegt minister Slob. Gevolg: kinderen zitten, zitten, zitten. Terwijl de evidentie op straat ligt. In Nederland heeft de helft van de bevolking overgewicht. De WHO concludeert in een rapport dat 80 procent van de jongeren te weinig beweegt.”

‘80 miljard naar curatief, 2 miljard naar preventief – dat slaat nergens op’

Op dit vlak ziet Scherder grote kansen voor zijn voormalige vakbroeders en -zusters. “Fysiotherapie is een prachtig vak, maar er is veel meer uitwaaiering mogelijk. Fysiotherapeuten kunnen in preventief opzicht heel veel doen. Er zijn zelfs scholen zonder gymlokaal; kijk dan eens wat je als fysiotherapeut in de buurt kunt organiseren. Zet mensen aan tot bewegen. Bied begeleiding aan mensen die willen gaan bewegen, maar niet weten hoe. Écht: kansen te over.” Maar naar wie kunnen de fysiotherapeuten een factuur sturen als ze lokaal een initiatief opzetten? “De KNGF moet er in de politiek een harde case van maken. Want als je naar de cijfers kijkt – 80 miljard naar curatief, 2 miljard naar preventief – dat slaat nergens op.”

Scherder zal zich, met zijn kenmerkende energie en enthousiasme, blijven inspannen om Nederland uit zijn luie stoel te krijgen. En ondanks dat hij allang met pensioen kan, blijft hij liefst nog jaren aan de VU verbonden. “Als het aan mij ligt, eindig ik hier à la Tommy Cooper in de gordijnen.” Al zal dat niet als emeritus hoogleraar zijn. “Het lijkt me vreselijk dat men gauw de deur dichtgooit als je langsloopt. Nee, zolang ik werk, wil ik meedraaien in de tent.”

Curriculum vitae

Erik Johan Anton Scherder (1951) geboren in Amsterdam

  • 1975 – 1979 opleiding fysiotherapie, Hogeschool Amsterdam 
  • 1979 – 2000 fysiotherapeut bij de Valeriuskliniek, Amsterdam
  • 1984 – 1989 opleiding neuropsychologie, Vrije Universiteit, Amsterdam
  • 1989 – 1995 promotie neuropsychologie
  • 2000 – 2002 docent klinische neuropsychologie, Vrije Universiteit, Amsterdam
  • 2002 – 2004 bijzonder hoogleraar, Vrije Universiteit, Amsterdam
  • 2004 – heden hoogleraar bewegingswetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen
  • 2008 docent van het jaar, Rijksuniversiteit Groningen
  • 2009 VU-onderwijsprijs
  • 2009 – heden hoogleraar klinische neuropsychologie, Vrije Universiteit, Amsterdam

4 Reacties Reageer zelf

  1. Jos Zwaans. MSc
    Geplaatst op 31 januari 2020 om 09:11 | Permalink

    Knap hoor wat hij allemaal heeft gedaan, zeker in die tijd toen er nagenoeg geen mogelijkheden waren tot wetenschappelijke opleidingen voor fysiotherapeuten. Zo ben ik bijv. nog naar België gegaan alwaar dat al mogelijk was.

  2. Nel de Ruijter
    Geplaatst op 31 januari 2020 om 17:23 | Permalink

    Heb een boek van hem en als hij maar ergens op de TV en lezing geeft, volgen wij hem vol belangstelling. Zijn manier van college geven is heerlijk duidelijk en voor “gewone” mensen zeer goed te volgen.

  3. Peter Paulides
    Geplaatst op 1 februari 2020 om 13:45 | Permalink

    Wat een fantastische ambassadeur voor het vak fysiotherapie. Helaas roepende in de woestijn……

  4. Wouter E de Boever
    Geplaatst op 1 februari 2020 om 16:07 | Permalink

    Hallo prof.dr Erik Scherder,

    Leuk, maar https://eenbaken.webnode.nl/afasie

    In tweeduizendveertien hebben 50. 000 mensen in Nederland, — Afasie!
    Er zijn 50.000 mensen die niet kunnen praten en — spellen en schrijven!!
    Dat zijn er doorgeteld 5 miljoen in Europa!!!
    En nog verder doorgeteld ongeveer 30 miljoen op de hele wereld!!!!

    Tot ziens