De m.n. discussie

De Tweede Kamer steunt de motie van Henk van Gerven (SP) dat de vermelding ‘medische noodzaak’ (‘m.n.’) op een recept van de huisarts voldoende moet zijn om een apotheker te verplichten om het voorgeschreven medicijn af te leveren aan de patiënt. Met andere woorden: de apotheker moet dan een specialitée afleveren in plaats van een veel goedkoper generiek.

Het is aan de arts om te bepalen of sprake is van medische noodzaak, stelt Van Gerven, niet aan de zorgverzekeraar of de apotheker. Over de rol van de eerste kun je van mening verschillen. Feit is wel dat de keuze voor generiek de basis is voor het preferentiebeleid, dat tot een miljoenenbesparing heeft geleid. Op Twitter kwam ik al de vraag tegen of de motie betekent dat de apotheker bij aflevering van het specialitée ook echt voor dit specialitée betaald krijgt in plaats van voor het goedkope generiek. Die discussie zal snel volgen.

Maar ook over de rol van de apotheker valt te discussiëren. Hoort ook die dit verhaal geen rol te spelen, zoals Van Gerven stelt?  Apotheker Kortekaas bleek daarover – tijdens het Nefarma Glazen Zaal debat vorige week donderdag, een heel andere mening te hebben. Hij stelde daar dat de openbare apotheker de indicatie moet kennen. “Van het taboe hierop moeten we af”, zei hij. Als de motie van Van Gerven daadwerkelijk wordt doorgevoerd, zal ook hierover felle discussie ontstaan.

Delen