De ‘wilde’ Regge

Kanoparel van het oosten

Wie het heeft gehad met drukte en hectiek, zou eens een dagje op de Regge moeten kanoën. Vanaf dit meanderende riviertje op de grens van Salland en Twente ziet ons land er namelijk heel anders uit volgens beroepsavonturier en reisschrijver Jolanda Linschooten.

Tekst: Jolanda Linschooten 

Onder het brave juk van civilisatie schuilt in ieder van ons een stukje wildernis. Dat is de drang naar avontuur. Stap in een kano, neem een peddel ter hand en je wordt één met wind en water. Leren kanovaren is zowel een reis naar binnen als naar buiten en voor je het weet, wordt het een levenslange droom.” 

Het waren deze woorden van de Canadese kano-goeroe Gary McGuffin die me ooit hebben verleid. Ik las zijn klassieker Paddle your own canoe en sindsdien is het niet meer goed gekomen. Of juist wel. Want de combinatie van sport, natuurbeleving én innerlijke rust blijkt allemachtig verrijkend.

Als er in ons land één riviertje is dat het juk van civilisatie afgeworpen heeft, dan is het de Regge wel. Na zo’n honderd jaar in een kaarsrecht keurslijf gezeten te hebben, mocht deze Overijsselse beek, gelegen op de grens van Salland en Twente, weer kronkelen in haar oude, meanderende loop. Sindsdien hebben de oevers zich razendsnel hersteld. Zwaluwen nestelen in de hoogoplopende buitenbochten, ijsvogeltjes scheren laag over het water en waar u ook vaart, overal is groen met hoofdletters aanwezig. En aan groen, véél groen, heb ik in deze tijden enorm veel behoefte. Mijn man en maatje Frank overhalen om op de Regge te gaan varen, kost weinig moeite. Voor hem is kanoën al een ‘way of life’ zolang ik hem ken. 

Bij Nijverdal schuiven we ons bootje het water op. Heel even moet ik weer wennen, maar zes peddelslagen verder ben ik in balans en weg van alles. Ik houd van wandelen en hardlopen, maar dit haast moeiteloze voortglijden, alsof je gedragen wordt, is (ook) verslavend aangenaam. 

Anders dan bij lopen, voelt kanoën alsof je de tijd stilzet. Of zelfs teruggaat in de tijd, zoals hier op de Regge. Het is alsof we door een pastoraal zeventiende-eeuws schilderij peddelen. Nu eens door een haag van bomen, dan weer langs weidse velden. Met de ene keer de zon links en dan weer rechts, kronkelen we relaxed door het verlaten Sallandse landschap. Het is een doordeweekse dag die als een zondag aanvoelt. 

Badderende koeien

Blauwgroene libellen zweven laag over het wateroppervlak en ergens in de verte herhaalt een koekoek zijn heerlijke roep. Koeien badderen gemoedelijk in de ondiepe binnenbochten en zelf nemen we even verderop ook een duik in het heldere water. 

Bocht na bocht glijden de oevers voorbij, langzaam, zó langzaam dat de leesbaarheid van het landschap lijkt uitvergroot. Kanotochten omvatten immers meer dan enkel afgelegde kilometers over water; dat water zelf heeft een verhaal, een ontstaansgeschiedenis die nauw verbonden is met onze voorouders. 

De Regge vormde tot het begin van de twintigste eeuw een belangrijke handelsverbinding tussen Twente en Duitsland. Voor de vroegere zompschippers die hier met hun platbodems voeren, moeten deze ondiepe meanders geen feest zijn geweest. Standaard hadden zij een schep aan boord van hun zomp om zich een weg te graven door de vele zandbanken. 

Soms ook trokken ze hun schuit langs de oever voort. Vandaar hun wens die vaarweg eens wat rechter te trekken. Maar eenmaal recht getrokken, veranderde de ’s zomers zo droge Regge in de winter in een onhandelbaar hoosvat dat zijn overtollige water op de omliggende streek loosde. De naam Regge schijnt zelfs van het Latijnse ‘rigare’ te komen, dat overstromen betekent. In oude overlijdensakten van Hellendoorn komt dood door verdrinking in elk geval met grote regelmaat voor.

Beekherstel

Vlak na 1900 werden dan ook diverse stuwen in de rivier geplaatst. Handig om de waterstand te reguleren, maar minder prettig voor de Reggeschippers. Tot 1939 voeren er nog zompen die bij de stuwen over een rails werden getrokken, een zogenaamde ‘overtoom’. Maar nadat de zompen als transportmiddel in onbruik raakten, voer geen mens nog op de Regge – dat saaie stuk water, ingeklemd tussen hoge kades. 

Tót zich zo rond de millenniumwisseling een klein wonder voltrok: de oude kronkels mochten weer open dus de kades moesten doorgestoken worden. Graafmachines draaiden overuren, en er was zand en modder alom. Helemaal in het begin van dit bewuste beekherstelbeleid vroeg ik me af of zo’n juk van civilisatie ooit nog afgeworpen kon worden.

Onze kanotocht tot Hancate bewijst het tegendeel en het is heerlijk om te merken hoezeer ik me vergist heb. Niet dat de huidige Regge een wildernis van Canadese proporties is – maar dat is ook niet nodig om intens van de natuur te genieten. De Regge is een waar kanoparadijs, een Nederlands pareltje dat gekoesterd moet worden. 

De Regge is een licht stromend riviertje met veel beboste oevers op de grens van Salland en Twente. Het begint ten noordoosten van Goor en is over pakweg 55 km de gehele zomer door, in beide richtingen, bevaarbaar vanaf de samenloop met de Eksosche Aa via Rijssen, Nijverdal, Hellendoorn naar Ommen, waar het uitmondt in de Overijsselse Vecht. 

Het mooiste (maar wel lange) traject (25 km enkele reis): van Wierden naar Hancate (tussen Hellendoorn en Lemele). Onderweg passeert u twee stuwen met overdraagvoorzieningen (rechts passeren). Behalve de voorzieningen bij de stuwen zijn er geen gereguleerde rustpunten langs de route. 
Kortere tocht: heen en weer vanaf Landgoed Schuilenburg (Hellendoorn). 
Kanoverhuur: aktief-overijssel.nl; grimberghoeve.nl; wilgenweard.nl; schuilenburg.nl.
Voor meer info over de Regge en andere kanogebieden in ons land: Kanoparadijs Nederland van Frank van Zwol en Jolanda Linschooten.    

Lezersarrangementen

Zin om een keer te gaan kanoën? Ga dan naar de VvAA ledenvoordeelpagina Kano by night

Wilt u de omgeving van de Regge zelf eens nader verkennen? QL Hotels & Restaurants stelde een Arts en Auto-lezersarrangement samen met verblijf op het midden in de natuur gelegen landgoed De Uitkijk in Hellendoorn.