Londen

De Britse hoofdstad swingt weer even hard als in de jaren zestig en is tegenwoordig zelfs de ongekroonde hoofdstad op het gebied van design, mode en architectuur. 

Tekst: Jeroen Junte | Beeld: Shutterstock

Het driedelige tweed pak en de minirok; de dubbeldekker en de Mini Cooper: het Engelse design kent een nogal excentrieke traditie. Wat natuurlijk niet zo gek is voor een land waar men links rijdt, patat uit een krant eet en rekent in ounces en inches. 

Tegenwoordig swingt Londen weer even hard als in de jaren zestig. Het is zelfs de ongekroonde hoofdstad op het gebied van design, mode en architectuur. Zo kreeg de skyline de afgelopen jaren compleet nieuwe contouren dankzij markante gebouwen met al even markante bijnamen als ‘De Scherf’ (The Shard) – een sierlijke glazen wolkenkrabber die inderdaad als een glasscherf omhoog steekt – en ‘De Augurk’ (The Gherkin), een ovalen toren van de geridderde architect Sir Norman Foster. En dan heb ik het over The City, zoals het drukke stadscentrum heet. Maar eigenlijk is de hele stad van tien miljoen inwoners één groot designmuseum. 

Minimalistische kijkdoos

Het designsucces begon in 2003 met de oprichting van het London Design Festival (LDF), dat jaarlijks in september wordt gehouden. In 2019 trok dit event nog 600 duizend bezoekers uit 75 landen, waarmee het de befaamde Salone del Mobile in Milaan naar de kroon stak. Dit jaar wordt de feestelijke 20e editie gehouden, dus dat belooft nog meer productpresentaties, lezingen en exposities. 

De uitvalsbasis van LDF is de hippe wijk Shoreditch, waar het ook de overige 51 weken van het jaar draait om design met tal van showrooms, variërend van brandstores van alle grote (Italiaanse) designlabels tot outlets als Not Just Another Store met een breed assortiment van lokale ontwerpers en makers.

De rest van het jaar is het Design Museum Londen een uitstekend vertrekpunt. Na verhuizing naar de huidige locatie in het chique Kensington is het uitgegroeid tot het spraakmakendste designmuseum ter wereld. Neem alleen al het modernistische Common Wealth Building, dat door architect John Pawson is verbouwd tot een moderne en minimalistische kijkdoos. Dit najaar is er een expositie over de impact van vergrijzing en over surrealisme in design, met de zwoele rode-lippen-bank van Salvador Dalí als blikvanger. De vaste opstelling Maker User Thinker is een fantastische bloemlezing van Brits design – van de iconische metroplattegrond tot de Dr. Martens schoen. En natuurlijk van de Mini Cooper
tot de minirok. 

Een must see is ook het Victoria & Albert Museum. Alleen al een rondgang langs de vaste collectie in dit monumentale gebouw kost een volle dag. En dan zijn er ook nog tijdelijke tentoonstellingen als African Fashion (t/m 23 april 2023), met muziek, mode en fotografie van een continent dat zo vaak over het hoofd wordt gezien. Al blijft ‘the V and A’ een op-en-top Brits museum, getuige de expositie Drawn to Nature over de illustraties van Beatrix Potter (t/m 8 januari 2023). 

Bij de buren op ‘Museum Road’ – zoals Cromwell Road ook wel wordt genoemd – staat in het Science Museum dit najaar de blockbuster Science Fiction op het programma. Hierin wordt de toekomst bekeken door de bril van het verleden. Deze avontuurlijke reis door fantasiewerelden bevat onder meer authentieke objecten uit beroemde films (het zwaard van Luke Skywalker!), stripboeken én literatuur, schilderijen en fotografie.

Een bezoek aan Londen is uiteraard niet compleet zonder shoppen. De designwinkel MINT van de Perzische Mina Kanafani is al meer dan dertig jaar een begrip onder Londense stijlpuristen. In dit pakhuis van de goede smaak zijn zowel Britse designklassiekers als ontwerpen van internationaal opkomend talent te zien. Bijzonder is vooral de verfijnde collectie handgemaakt keramiek, glaswerk en ambachtelijk textiel. 

Londen is helaas ook een van de duurste steden ter wereld. Kijken en niet kopen is nergens zo leuk als in Carpenters Workshop Gallery. Met filialen in Parijs, New York en Los Angeles is dit zonder twijfel de succesvolste designgalerie ter wereld, met voortdurend wisselende shows van grote designnamen – waaronder die van de Nederlanders Maarten Baas en Joep van Lieshout.

Tot slot hoort een middag in het park bij een bezoek aan Londen. En zelfs dat laat zich combineren met design en architectuur. In Kensington Gardens ligt de Serpentine Gallery met zijn spraakmakende exposities. Elk jaar wordt een wereldberoemde architect uitgenodigd hier een tijdelijk paviljoen te bouwen. De afgelopen 22 jaar waren dat onder meer Rem Koolhaas en Zaha Hadid. Dit jaar is de folly een co-creatie van de Britse architect Sir David Adjaye en de Amerikaanse kunstenaar Theaster Gates. Hun Black Chapel is geïnspireerd op traditionele Afrikaanse architectuur. Het zwart geteerde kapelletje biedt rust en contemplatie in deze hectische tijden, al worden er ook lezingen en jazzconcerten gegeven. Highbrow vermaak in tijdelijke toparchitectuur, vrij én gratis toegankelijk voor iedereen.In Londen is dat heel gewoon. 

Favorieten van designjournalist Jeroen Junte: 
• Aan de oevers van de Thames staat het Mondrian, dat door ontwerper Tom Dixon is omgetoverd in een hotel met de sfeer van een Hollywood-set. In de jaren negentig was Dixon de eerste die de rauwe Londense straatstijl combineerde met kosmopolitische chic. Alleen al een drankje in de art-decobar of een filmpje is de inpandige bioscoop is een belevenis. 

• In 1964 liet de pas geïmmigreerde Zeev Aram in zijn gelijknamige winkel Londenaren kennismaken met internationaal design van Ray & Charles Eames en Eileen Gray.
• De Aram Gallery in Covent Garden (op de 3e verdieping van de Aram Store met zijn vele designklassiekers) is dé plek om nieuwe talenten te ontdekken.

London Design Festival: 17 – 25 september
londondesignfestival.com

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*