Dokter voor de patiënt, níet voor de instelling

Arts voor Verstandelijk Gehandicapten (Arts VG) Michiel Vermaak was en is nog steeds een voorloper in zijn specialisme. Hij raakte als scholier al bevlogen voor het vak en ontving twee jaar geleden de Hanna Oorthuysprijs voor zijn werk. Gesprek met een enthousiaste dokter.

Tekst: Adri van Beelen | Beeld: De Beeldredaktie/Arie Kievit

Michiel Vermaak (49)woont op de ‘brandgrens’ in het centrum van Rotterdam, waar de bommen op 14 mei 1940 vielen. Aan de overkant staan nog oude huizen, maar het gezin Vermaak woont in een naoorlogse flat, die nu vakkundig is omgebouwd tot een wat ruimere woning. Vermaak is een makkelijke prater, wat in de verstandelijk gehandicaptenzorg goed van pas komt. In 2020 kreeg hij de Hanny Oorthuysprijs vanwege zijn bevlogenheid en passie. Hij werkt voor instellingen, als straatdokter in Rotterdam en als Arts VG op Sint Maarten, Bonaire en Saba. 

Toen Vermaak op zestienjarige leeftijd op de Vrije School zat en een ‘ideële stage’ moest doen, koos hij op aanraden van een lerares voor mensen met een verstandelijke beperking in Bosch en Duin, een fraai gelegen instituut in de Utrechtse bossen. Hij was gefascineerd door het feit dat deze mensen de wereld heel anders beleven. Totaal anders dan zijn eigen beleving. Daarbij raakte hij onder de indruk van het werk van de arts Frans Kamps. “Toen ik zag hoe hij met patiënten omging, op een volstrekt natuurlijke en betrokken wijze, dacht ik: ‘Ik wil ook een arts voor mensen met een verstandelijke beperking zijn’. Het strookte helemaal met mijn voornemen om iets te betekenen voor de maatschappij. Dat was zo gegroeid, denk ik, vanaf mijn vijfde jaar toen m’n vader overleed. Ik ging beseffen dat het in het leven zomaar afgelopen kan zijn en dat je dus zorgvuldig je keuzes moet maken.”

De ideële stage ging over in vakantie­werk. “Het bleef trekken, het was telkens een soort van thuiskomen als ik daar kwam. Het lukte me ook steeds beter om contact te maken.”

Vermaak hoefde na de middelbare school niet lang na te denken, het werd geneeskunde. Daarna dacht hij over kindergeneeskunde, maar in een hiërarchische ziekenhuisstructuur zou hij niet passen. Het toeval wilde dat de opleiding tot Arts voor Verstandelijk Gehandicapten in de laatste jaren van zijn studie juist tot stand kwam. “Ik werd zelf nog opgeleid door huisartsen en basisartsen, maar langzamerhand werd Arts VG een zelfstandig medisch specialisme. Ik ben niet meer opgeleid als ‘huisarts in de verstandelijk gehandicaptenzorg’ die alles doet, maar als een arts voor de ingewikkelde casussen: multiproblematiek, zoals gedragsproblemen, overprikkelingspsychoses, depressies en lichamelijke afwijkingen bij bepaalde syndromen. Specifiek geneeskundige zorg, die voor de huisarts vaak te complex is en om een bijzondere expertise vraagt.”

Vermaak is de eerste Arts VG die, samen met zijn collega Margriet van Duinen, buiten de instelling een eigen en vernieuwend zorgconcept heeft ontwikkeld met zijn maatschap Jouw Dokter. Hierbij komt de Arts VG periodiek langs op locatie en is tussendoor bereikbaar voor overleg met onder andere de huisarts van de locatie. Inmiddels is de maatschap samengegaan met Novicare, een zelfstandige medische en paramedische behandeldienst. 

Vermaak verleent deze zorg ook twee keer per jaar op Sint Maarten, Saba en Bonaire. Hij is er nu al vijftien keer geweest. “Ik hoef er niet elke dag te zijn, want de huisarts en andere artsen op de eilanden kunnen het verder prima zelf, als ik de ingewikkelde zaken kan structureren en twee keer per jaar en eventueel tussendoor beschikbaar ben voor overleg.”

Deze manier van werken lijkt op veel plekken goed te functioneren. “Ik ben niet direct in dienst van de instelling. Ik zeg altijd: ‘Ik ben dokter voor de patiënt, niet voor de instelling.’ Uiteraard werken we wel heel veel samen met heel veel verschillende instellingen en dat gaat prima omdat het op deze manier ook veel duidelijker is wie welke verantwoordelijkheid heeft.”

Vermaak is ook nog straatdokter in Rotterdam. Hij trekt zich het lot van de dak- en thuislozen aan en ziet dat ze vaak niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. Het gaat meestal om mensen met minder probleemoplossend vermogen. “Tegen deze mensen zeggen: los het nou even op voor jezelf is echt te veel gevraagd. Omgaan met zaken als DigiD, ov-chipkaarten, bankpasjes of sociale relaties gaat moeizaam. Er zijn ongeveer 2,4 miljoen mensen met een IQ van onder de 85, die bij stress ook nog eens daalt met 15 tot 20 punten. Dus het gaat om heel veel mensen die net iets meer hulp nodig hebben. Daar mogen we als samenleving weleens meer bij stilstaan. De hoger opgeleiden in deze samenleving weten vaak amper wat het betekent. Die leven in een heel andere dimensie. Ja, daar maak ik me wel zorgen over.”

‘Ik wil iets betekenen voor de maatschappij’

Al pratend over het vak voelt Michiel Vermaak altijd warmte. “Mijn vak is heel gaaf. Het is medisch-technisch tamelijk ingewikkeld met al die bijzondere syndromen. En ook medisch-ethisch is het uitdagend, als je moet beslissen over medische beslissingen voor iemand anders. Het meest uitdagende is het hele systeem om de patiënt heen; ouders, broertjes, zusjes, familie, medewerkers, andere behandelaren. Daar kan soms behoorlijk wat tijd en energie in gaan zitten om het uiteindelijk voor de pa­tiënt zelf beter te krijgen.”

Hij noemt een voorbeeld: “Ik zag eens een jongetje met het syndroom van Down dat heel erg vermagerde omdat hij niet meer kon eten. Zijn ouders waren de hele dag bezig om hem eten te geven. Ik stelde voor om hem een PEG-sonde te geven, maar daar kwam veel verzet tegen van de ouders. Ze zagen het mogelijk als hun falen. Maar ik heb toch aangedrongen, en dat vind ik ook altijd spannend, want hoe pakt het uit? Hij heeft die sonde uiteindelijk gekregen en die jongen ziet er nu weer gezond uit. En als ik de ouders tegenkom, stralen ze en zeggen ze altijd hoe blij ze zijn. Ja, dat zijn prettige momenten.”