Dubbelrol als arts en kind moeilijk

Meer dan de helft van de huisartsen houdt zich actief bezig met de behandeling of begeleiding van hun zieke ouder(s). Dit blijkt uit onderzoek van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) waarvan een samenvatting is gepubliceerd in Mednet Magazine. “Wees je als huisarts bewust van je eigen rol wanneer je ouder ziek is”, stelt onderzoeker Mireille Ballieux van het NHG, “dat voorkomt spijt achteraf.”

Uit onderzoek, dat het NHG deed op een congres over ouderen, blijkt dat de helft van de huisartsen lichamelijk onderzoek doet of advies geeft aan de ouder(s). 7 procent is eindverantwoordelijk voor de zorg aan de vader of moeder, daarnaast is 3 procent daadwerkelijk de huisarts van de ouder.

In geval van ziekte van ouders is het lastig voor huisartsen om de rol van arts en kind te (onder)scheiden. Als huisartsen in een dergelijke situatie belanden, kan dat gevoelens van onmacht en schuld oproepen.

Te intensieve bemoeienis met de behandeling kan risico’s met zich meebrengen, stelt psycholoog Pauline Lorier. “De kans op onder- en overdiagnostiek is aanwezig. Omdat je als kind niet de nodige distantie hebt, kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan. Artsen kunnen als ze te veel arts zijn, geen kind meer zijn.”

Huisartsen voelen zich soms te kort schieten bij de behandeling van hun ouders. Een huisarts vertelt in Mednet Magazine: “Onmacht, dat is het gevoel dat ik aan de periode heb overgehouden. Hoewel ik bij de artsen en verpleegkundigen heb aangegeven dat ik medicus ben, werd dat voor mijn gevoel niet erkend. Ik had vaak het idee: ik sta erbij en kijk ernaar.”

Onderzoeker Ballieux: “Het is belangrijk dat je je als huisarts bewust bent van de verschillende rollen in zo’n lastige situatie. En dat je dit ook bespreekt met je ouders, familieleden en de behandelaars.”