Eén beroep, één bed

Als u een relatie heeft met iemand die precies hetzelfde werk doet, is dat dan leuk of lastig, of misschien wel allebei? En gaat het dan thuis alleen over het werk, of juist niet? Een apothekersechtpaar, een tandartsenstel en twee dierenarts-internisten klappen uit de school.

Tekst: Aliëtte Jonkers I Beeld: Herbert Wiggerman

 

Niels Bekker (43) en Celina Bekker-Klappers (38) uit Rozendaal zijn beiden tandarts

‘De vonk sloeg pas echt over toen ik notities bij hem kwam ophalen voor een proeftentamen’

Niels: ‘Ik was 22 en tweedejaars student, zij 18 en eerstejaars. We raakten al wandelend door de gang op de universiteit aan de praat. Celina had op Aruba op de middelbare school gezeten, dat vond ik interessant.’
Celina: ‘We hadden ook weleens samen colleges en practicum. Maar de vonk sloeg pas echt over toen ik een keer notities bij hem kwam ophalen voor een proeftentamen.’
Niels: ‘We zijn getrouwd in 2006. Daarna hebben we nog ontwikkelingswerk gedaan in Nepal. Dat was eigenlijk onze huwelijksreis.’
Celina: ‘Daarna zijn we onze eigen praktijk IJsselstate begonnen. We zijn bevlogen ondernemers en volgen heel veel cursussen, ook in het buitenland.’
Niels: ‘We vinden heel veel facetten van de tandheelkunde leuk: van implantologie en parochirurgie tot reconstructieve en esthetische behandelingen.’
Celina: ‘Het werk vult toch wel een groot deel van ons leven in, ook privé. Dat komt door ons enthousiasme voor het vak. We hebben drie kinderen: een zoon van 10, een zoon van 7 en een dochter van 5. Wat we altijd waarborgen: de kindervakanties. Daar sijpelt heus wel wat tandheelkunde doorheen, maar dat is niet erg.’
Niels: ‘We zitten ’s avonds op de bank ook niet over het werk te praten, omdat we shifts draaien. De een werkt dan van 7 uur ’s ochtends tot vijf of zes uur ’s middags, de ander van twee uur ’s middags tot 11 uur ’s avonds.’
Celina: ‘Voor de kinderen is dat fijn: als zij thuis zijn, is een van ons er meestal ook.’
Niels: ‘Doordat we tegengestelde diensten werken, zien we elkaar ook niet de hele tijd. Ik vind het ook wel prettig om alleen in de auto naar de praktijk te rijden. Dan heb je even een kwartiertje voor jezelf, om iemand te bellen of naar de radio te luisteren. Eén keer zaten we wel samen in de auto naar de praktijk. Dat gaat dus niet. Dan zie je opeens rechts zo’n vingertje aan komen dat de radiozender wijzigt.’
Celina: ‘We zien elkaar natuurlijk wel vaak omdat we samen het bedrijf runnen. Dat zouden we ook niet anders willen: we hebben een gedeelde visie over hoe we willen werken. Soms gaan we uit eten en spreken we af dat we even niet over de praktijk praten. Het is belangrijk om af en toe even stil te staan en elkaar te vragen: hoe is het nou met jou, hoe is het met ons?’

 

Sonja Keizers (51) en Paul Lebbink (61) uit Den Haag zijn beiden apotheker.

‘De kinderen zeiden vroeger weleens: ‘Kunnen we het ook even over óns hebben’?’

Paul: ‘In het voorjaar van 1991 kwam Sonja naar mijn praktijk. Ze was mijn eerste stagiair.’
Sonja: ‘Ik viel direct voor zijn ogen. Zijn ene oog is bruin, het andere blauw. Net als David Bowie. Op hem was ik ook verliefd.’
Paul: ‘Ik begreep er niets van dat ze me leuk vond. Zij was érg jong en érg wild. Wat moest ze met mij, de boy next door? Ik weet nog dat ik een dagje weg moest en tegen Sonja zei: doe jij vandaag maar of je de apotheker bent. Toen ik terugkwam, stond er muziek op, was iedereen in een heel goede bui en swingend aan het werk. Ik dacht: wat gebeurt er?’
Sonja: ‘Ik heb jou veroverd.’
Paul: ‘Voor haar is het een avontuurtje, dacht ik, daarna dumpt ze me weer.’
Sonja: ‘Inmiddels hebben we twee kinderen: Felix is 23 en Julia is 20. Paul wilde heel graag kinderen. En ik was zo verliefd dat ik dacht: kan mij het schelen. Laat maar komen, die love baby. We gingen pas samenwonen na de geboorte van Felix. Mijn ouders ontmoetten Paul voor het eerst tijdens de kraamvisite.’
Paul: ‘Wat Sonja zo mooi maakt, is haar overgave, bij alles wat ze doet.’
Sonja: ‘Zo onconventioneel als onze relatie is begonnen, zo is het ook in ons werk. We gunnen elkaar veel vrijheid en versterken elkaars idealen. En daarin kleuren we allebei een beetje buiten de lijntjes. Paul maakt in de Transvaal Apotheek zelf medicijnen, zoals Orkambi, omdat hij het verschrikkelijk vindt dat de prijs van dergelijke middelen voor ernstige ziekten zo exorbitant hoog is. En ik ben heel erg van het gesprek en het tegengaan van overbehandeling: daarom heet mijn apotheek Pillen en Praten.’
Paul: ‘Sonja is ook voorzitter van de NOVA, de Nederlandse Organisatie voor Vrouwelijke Apothekers. Ook dat doet ze vol overgave.’
Sonja: ‘We maken ons nu vooral zorgen om de tekorten van allerlei medicijnen, zoals de anticonceptiepil. Meer dan 50 jaar vrouwenemancipatie is straks om zeep, als we niet uitkijken.’
Paul: ‘We zijn allebei heel erg gedreven. De apotheek van Sonja had als eerste apotheek van Nederland een stoppen-met-rokenprogramma met begeleiding.’
Sonja: ‘Dat fanatieke is ook een valkuil. De kinderen zeiden vroeger weleens: ‘Kunnen we het ook even over óns hebben? Toch hebben we heel bewust allebei onze eigen apotheek. In de apotheek van Paul zou ik niet willen werken, die is voor mij te onrustig en te chaotisch. Met ieder een eigen zaak gaat het prima.’

 

Tjerk Bosje (49) en Erik den Hertog (48) uit Amersfoort zijn beiden dierenarts-internist

‘We hebben alle personeelsleden vrij snel op de hoogte gebracht, via een memo in de postbakjes’

Tjerk: ‘We kwamen elkaar tegen tijdens de opleiding. Erik was al dierenarts, in opleiding tot specialist. Ik was co-assistent. Een jaar later startte ik met dezelfde opleiding en raakten we bevriend. In 2001 kocht Erik de dierenartspraktijk MC voor Dieren in Amsterdam. Twee jaar later vroeg hij of ik daar ook wilde komen werken. Een half jaar later hadden we een relatie.’
Erik: ‘We hebben alle personeelsleden vrij snel op de hoogte gebracht, via een memo in de postbakjes. Er stond iets in als: “Erik en Tjerk hebben een relatie. Als jullie daar vragen over hebben, kunnen jullie rechtstreeks naar ons komen.” Daar reageerde iedereen heel positief op.’
Tjerk: ‘Het is een grote praktijk: er zijn alleen al 30 dierenartsen.’
Erik: ‘Of het leuk is om hetzelfde beroep te hebben? Eh…’
Tjerk: ‘Je begrijpt elkaar in elk geval wel.’
Erik: ‘Tjerk verzint de hele tijd plannetjes. Hij wil altijd dingen anders en beter. Daar word ik een beetje zenuwachtig van, dat het steeds anders moet. Ik hoef niet steeds iets nieuws. Als het goed gaat, dan gaat het goed.’
Tjerk: ‘Jij hebt ook plannen, maar jij deelt ze pas als ze klaar zijn.’
Erik: ‘Op vakanties was ik het weleens zat dat het altijd over het werk ging. Op een van die vakanties had Tjerk een schriftje meegenomen waarin hij zijn ideeën over het werk ging opschrijven. Iedere keer als we aan het wandelen waren, was ik hem opeens kwijt: dan zat hij 200 meter terug op een steen in zijn schriftje te schrijven. Wij houden allebei van ons werk, maar Tjerk is er in zijn vrije tijd meer mee bezig dan ik. En ik heb ook nog twee dochters uit een eerdere relatie. Ze zijn nu 22 en 19.’
Tjerk: ‘Naast dierenarts-internist ben ik bestuurslid bij de beroepsvereniging KNMvD. Ik houd ook erg van de bestuurlijke kant: het verenigingswerk, organiseren en beleid maken.’
Erik: ‘Ik doe naast mijn werk een opleiding tot klinisch epidemioloog. Wetenschappelijk bewijs toetsen, dat vind ik interessant.’
Tjerk: ‘Zo vullen we elkaar mooi aan.’
Erik: ‘Tjerk is heel standvastig, weet duidelijk wat hij wil, is heel stabiel en een goede dierenarts. Dat vind ik fijne eigenschappen.’
Tjerk: ‘En Erik is een lief en zorgzaam persoon. Eerlijk, betrouwbaar en sociaal. En hij is goed in zijn werk.’