Een schoon huis

Is de beslissing van de gemeente Zaanstad om de huishoudelijke hulp in 2016 op een andere manier toe te wijzen een bezuiniging? Volgens woordvoerder Sebastiaan Hoek niet, want hij noemt het vooral een beleidswijziging. De inwoner krijgt niet meer de huishoudelijke hulp toegewezen in aantal uren, maar in het resultaat ervan. En dat resultaat moet zijn: een schoon huis. De werkgever moet dus op een andere manier naar de invulling van het werk gaan kijken. De arrangementsprijzen die de gemeente hiervoor biedt, zijn in overleg met de aanbieders afgesproken. Wie meer wil weten over hoe die arrangementen werken, vindt die informatie hier: en hier.

Inwoners van wie de indicatie in 2016 afloopt, kregen acht weken voor het aflopen hiervan een uitnodiging voor een gesprek met het sociaal wijkteam. Dit gesprek gaat over de specifieke situatie van de bewoner: diens eigen mogelijkheden en de ondersteuning die hij verder nog nodig heeft. Hoek legde me desgevraagd uit waar dit in de praktijk op neerkomt, namelijk dat 60 procent van de bewoners minder huishoudelijke hulp krijgt, 25 procent meer en 15 procent hetzelfde. “Er zijn nu mensen met een flink aantal uren die in een klein huis wonen en mensen met een klein aantal uren in een groot huis”, zei hij. “Dat pakken we aan. Het is dus echt niet alleen een bezuinigingsoperatie, we kijken naar ieders persoonlijke situatie.”

Wel is duidelijk dat de gemeente het werk met minder geld moet doen dan hier voorheen voor beschikbaar was, voegde hij eraan toe. Dat is onontkoombaar waar. En het is zeker geen slechte zaak om bij de beleidswijziging die in dit kader nodig is het resultaat centraal te stellen. Dat zou niet alleen in de huishoudelijke hulp, maar natuurlijk ook overal in de zorg het uitgangspunt moeten zijn.

Delen