Een stapel stenen

Alan Ralston
Alan Ralston is psychiater, verbonden aan een gesloten afdeling, en filosoof. Hij waakt over publieke en professionele waarden in de zorg. Lees alle artikelen van Alan Ralston

In de week dat de markt zijn werk deed, ten goede of ten kwade, las ik een interview in De Psychiater met Paul Blokhuis, staatssecretaris van onder andere de ggz. Hij zei dat hij van psychiaters verwacht dat ze niet uit de instellingen vertrekken en voor zichzelf beginnen, en dat ze weekenddiensten blijven doen.

Een opvallende uitspraak, want de ‘uittocht uit de instellingen’ van psychiaters komt voort uit het soort rationeel eigenbelang (meer vrijheid en autonomie, minder zinloze administratie), waar ons liberaal zorgstelsel op gestoeld is. Ho ho, hoor ik u roepen, het is gereguleerde marktwerking, en dus doet Blokhuis een nudge in het publieke belang. Het is interessant om te kijken wie een nudge krijgt en wanneer. Als ik bijvoorbeeld over de mistige financiële constructies van Winter en de Boer lees, en de tonnen die medisch specialisten Brandjes en Beijnen ontvingen voor ‘advieswerk’, dan denk ik: daar had weleens eerder een flinke douw tegenaan gegeven mogen worden. Is de zorgschok van afgelopen week een geval van zacht heelmeesterschap?

Is de zorgschok van afgelopen week een geval van zacht heelmeesterschap?

De ontwikkelingen zijn in elk geval tekenend voor de spanningen in ons hybride publiek-private zorgstelsel. Het Nederlands principe is: rationeel eigenbelang waar het kan, publieke sturing waar het moet, en alles ten dienste van zorgwaarden. Maar wat, als het eigenbelang van enkelen leidt tot een beroep op anderen om hún eigenbelang op te offeren ten dienste van het publieke belang?

Winter zette in op prijsconcurrentie, met voorspelbare druk op de kwaliteit van zorg. Een blik op de mistige financiering roept vragen op over de bestuurlijke mores. Sommige professionals kozen eieren voor hun geld, anderen – hoeveel keuzevrijheid hadden ze? – bleven het ziekenhuis trouw, en deden afgelopen week aan chaosmanagement.

Dergelijk altruïstisch gedrag zou je denk ik in economische termen een anomalie noemen. Wie zijn nu de professionals die ‘leiderschap’ tonen: de achterblijvers die de rommel opruimen, of de zzp’ers die als kanaries in de kolenmijn uitvliegen? Hoe rechtvaardig is het als we zorgondernemers hun winst gunnen, terwijl we ‘verwachten’ dat professionals over hun eigenbelang springen? Wat betekent het voor professionaliteit, als we allemaal zorgondernemers worden?

Wat betekent het voor professionaliteit, als we allemaal zorgondernemers worden?

Sommige tenten sluiten, anderen openen hun deuren, dat is van alle tijden, ook in de zorg, en dat heeft weinig te maken met welk zorgstelsel je kiest. Econoom Marcel Canoy ziet het als normal practice dat een dysfunctionerend ziekenhuis kan omvallen. Over de manier waarop, tweette hij, kun je discussiëren.

Ja, de manier waarop, daar zit juist vaak de kern van kwaliteit van zorg, daar zitten zaken in die onder de zorgplicht vallen: continuïteit van zorg bijvoorbeeld. In de media gaat het dan vrijwel meteen over toegankelijkheid, vertaald als ‘aanrijtijd’. Maar continuïteit van zorg is meer dan aanrijtijd, het is ook behoud van kennis en kwaliteit, zoals in het interview met professionals van het MC Slotervaart bleek: patiënten zijn geen schoenendozen die je even kunt verkassen, zoals collega Weil treffend zei. En een ziekenhuis is meer dan een stapel stenen, meneer de minister. De uroloog kende de problematiek van zijn patiënten als geen ander. We weten inmiddels iets over de complexiteit en efficiëntie van het klinisch geheugen. Ook dat verlies is een deel van de transitiekosten.
Hoe monitort de NZA nu de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg in deze overgangsfase? Ik las dat de NZA Zilveren Kruis om een plan gevraagd heeft, is dat niet wat laat? De alle-hens-aan-dek wijze waarop patiënten moesten worden overgeplaatst gaf de indruk dat het à l’improviste verliep. Eén les van de Flevoland faillissementen is, dat we een gedegen discussie moeten voeren over wat zorgplicht is, en wie daarin welke verantwoordelijkheden draagt. Een tweede is, dat de afwikkeling een gedegen voorbereiding behoeft.

De hamvraag is niet of dit alles nu wel of niet de schuld is van marktwerking, maar of er aan de zorgplicht voldaan werd en wordt

De hamvraag na deze week is dus niet of dit alles nu wel of niet de schuld is van marktwerking (die term is hopeloos politiek besmet), maar of er aan de zorgplicht voldaan werd en wordt. Of het faillissement op een manier afgewikkeld wordt die professionals en patiënten voldoende gelegenheid geeft om continuïteit van zorg te bewaren én de kwaliteit daarvan te behouden, daar moet de NZa duidelijkheid over leveren, en daarover moeten kritische vragen gesteld worden.

Ernst Weil was duidelijk: hij vond de aanpak van de zorgverzekeraars schandalig. De constatering van de internist dat het toch weer de professionals waren die die continuïteit van zorg moesten borgen, steekt eveneens. Vrome praatjes over respect voor hun professionaliteit zullen vrees ik op hoongelach getrakteerd worden.

Wie zaait, zal oogsten. Je kunt je zorgplicht afwentelen door een beroep te doen op de trouw van professionals en hun kernwaardering van het publieke belang boven het eigenbelang, maar op gegeven moment denkt de professional: ik ben Malle Pietje niet, en kiest deze eieren voor zijn geld. Als zorgprofessionals massaal hun marktwaarde maximaal gaan exploiteren, dan wordt die gunstige economische anomalie van professionele verantwoordelijkheid aangetast. Ik vrees dat de kosten daarvan hoog zullen zijn.

Het professionele adagium om het publieke belang te dienen boven het eigenbelang, is een cruciale hoeksteen van de zorg. Die moet gekoesterd worden.

3 Reacties Reageer zelf

  1. Jan Alberts
    Geplaatst op 29 oktober 2018 om 10:02 | Permalink

    “De hamvraag na deze week is dus niet of dit alles nu wel of niet de schuld is van marktwerking (die term is hopeloos politiek besmet), maar of er aan de zorgplicht voldaan werd en wordt.”

    Juist! En opvallend is dat zorgverzekeraar ZK in de media aangeeft dat er geen problemen in de continuïteit van zorg cq de zorgplicht is, maar dat specialisten, huisartsen en betrokken patiënten hier wél problemen zeggen te ervaren. Wat mij daar in opvalt is dat ZK zich beroept op papieren informatie, er is in de regio zogezegd voldoende ‘capaciteit’, maar zorgprofessionals en patiënten moeten behandelingen onderbreken en het is niet altijd duidelijk hoe nu verder en dus ook niet of dat binnen acceptabele termijnen op een acceptabele manier gebeuren kan. Dat is slecht. Als zorgprofessional ben ik geneigd te zeggen dat er niet aan de zorgplicht voldaan wordt. Dit is immer nodeloos afbreken van in gang gezette zorgtrajecten met onnodige stress voor patiënten.

    Dit is exact hetzelfde probleem als ik nu in mijn praktijk voor SGGZ ervaar. Ik moet van een bepaalde verzekeraar patiënten die graag bij mij in zorg willen (ze kennen mij uit verleden en hebben vertrouwen in ondergetekende; hebben vertrouwen in verwijzer, etc, ) op de wachtlijst zetten tot januari 2019 in verband met omzetplafond. Bellen/ mailen met de ZV door mij en door patiënten heeft geen zin, men houdt de poot stijf, want ‘er is in de regio genoeg zorg ingekocht’.

    Er is blijkbaar een kloof tussen de werkelijkheid bij de ZV, in hun administratie, en zoals die ervaren wordt door zorgaanbieders in hun dagelijkse praktijk. Of we dat nou wel of geen probleem noemen dat voortkomt uit marktwerking interesseert mij ook niet (meer). Ik zou willen dat dit opgelost wordt.

  2. Kaspar Mengelberg
    Geplaatst op 29 oktober 2018 om 17:13 | Permalink

    Wellicht een iets te complex artikel. Waarom gaat iemand failliet? Omdat hij, in verhouding tot inkomsten, te veel heeft uitgegeven. Aannemend dat de gevallen ziekenhuizen goed genoeg werden bestuurd moet de conclusie zijn dat hun inkomsten te laag waren. In wiens belang was dat? Wie wilde voor een dubbeltje op de eerste rij zitten? U raadt het vast wel.

  3. Gijs van Loef
    Geplaatst op 30 oktober 2018 om 12:05 | Permalink

    “De hamvraag is niet of dit alles nu wel of niet de schuld is van marktwerking, maar of er aan de zorgplicht voldaan werd en wordt.”

    We moeten de marktwerking precies ontleden om te begrijpen waar het fout gaat en waar het goed gaat. De sleutel tot een verbetering van het zorgstelsel ligt daar. Er is nu teveel marktwerking. Er zijn en er zullen altijd markten werkzaam zijn in de zorg. In het huidige zorgstelsel is de markt met het construct van zorgverzekeraars bovengeschikt geworden aan het publieke belang, de verschillende toezichthouders ten spijt. De NZa en (vooral) de ACM maken het waarborgen van het publieke belang alleen nog maar moeilijker. De systeemperversiteit zit daarin dat zogenaamde ondernemers (zorgverzekeraars) andere ondernemers (zorgverleners) moeten reguleren en financieren, samen met weer andere ondernemers, de banken. De zorgverzekeraars hebben de lusten, maar niet de lasten. Elke markt hoort door de overheid gereguleerd te worden. Daarbij kan een deel van de controle en het (intern) toezicht vanuit marktpartijen zelf georganiseerd worden. Dit luistert heel precies.

Één Trackback

  1. […] verkeren. En welke toekomstige leerpunten er voor de overheid zijn te trekken op basis van dit voor betrokkenen toch pijnlijke […]

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*