Favoriete pil: Nietzsches tranen

Martijn Möllers (Roelofarendsveen, 1977) is chirurg in ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten. Zijn favoriete pil: Nietzsches tranen van de Amerikaanse psychiater Irvin D. Yalom.

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Jaap Schaaf

Nietzsches tranen is een indrukwekkend boek, dat ik in één keer heb uitgelezen”, zegt chirurg Martijn Möllers uit Drachten. “Irvin Yalom weet fictie en non-fictie heel geloofwaardig te vermengen. De beroemde hoofdpersonen hebben elkaar in werkelijkheid nooit ontmoet.”

Het boek speelt in Wenen aan het eind van de negentiende eeuw en gaat over de behandeling van filosoof Friedrich Nietzsche door Joseph Breuer, een gerespecteerd arts en een van de grondleggers van de psychoanalyse. Nietzsche denkt dat Breuer zijn zware hoofdpijnen wil verhelpen, maar in werkelijkheid probeert de arts de filosoof van zijn zelfmoordgedachten af te brengen. Dat doet Breuer op verzoek van Lou Salomé, een Russische vrouw die zich schuldig voelt omdat ze kort daarvoor een huwelijksaanzoek van Nietzsche heeft afgewezen.

Nietzsche wil eigenlijk niet behandeld worden en daarom stelt Breuer een ruil voor: Nietzsche moet hém zien te bevrijden van een obsessieve verliefdheid op een jonge patiënte. “Het is een fascinerend schaakspel van twee patiënten die diepzinnige gesprekken voeren over grote levensthema’s, zoals vrijheid, macht, passie, waarheid en angst voor de ouderdom”, zegt Möllers. “Hoe sterker hun vertrouwensband wordt, hoe meer lagen ze van elkaars wanhoop afpellen. Yalom vergelijkt het met een chirurg die laag voor laag snijdend tot de kern van het probleem komt en Breuer spreekt van een psychologische operatie.”

Lichaam en geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden

Chirurgie en psychologie lijken tegenpolen in het medisch spectrum, maar er zijn veel overeenkomsten, zegt Möllers. “Vertrouwen speelt in beide vakgebieden een grote rol. Ik heb er groot respect voor dat een patiënt mij zijn of haar lichaam toevertrouwt, nog voordat we elkaar goed hebben kunnen leren kennen. Daar is vaak geen tijd voor als klachten vragen om snel ingrijpen, maar in de consulten na de operatie probeer ik die vertrouwensband verder uit te bouwen en ook te behouden.”

Chirurgie is niet alleen anatomie en een patiënt valt niet samen met zijn anatomische klachten, zegt Möllers. “Nietzsche zegt in Yaloms boek: ‘Ik ben mijn ziekte en mijn lichaam, maar zij zijn mij niet.’ Dat probeer ik mijn patiënten ook duidelijk te maken, bijvoorbeeld als ze chronische pijn hebben. Zulke klachten zijn niet altijd op te lossen, omdat soms onduidelijk is waar ze vandaan komen. Ik houd hun dan voor dat ze meer zijn dan hun pijn en moeten proberen om hun leven niet door de pijn te laten bepalen. Op zo’n moment ben ik ook psycholoog. Lichaam en geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.”