Favoriete pil – Publieke werken

Rob Heerdink (Nijverdal, 1966) is farmaco-epidemioloog bij de Universiteit Utrecht en lector bij de Hogeschool Utrecht. Zijn favoriete pil: de roman Publieke werken vanThomas Rosenboom.

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Joost Hoving

Publieke werken geeft een geweldig beeld van het leven in Nederland eind negentiende eeuw”, zegt farmaco-epidemioloog Rob Heerdink uit Utrecht. “Thomas Rosenboom verbindt knap twee verhaallijnen over de bittere armoede in de Drentse veenkolonies en de grote vooruitgang in Amsterdam.” De auteur kreeg in 1999 de Libris Literatuurprijs voor zijn roman over de neven Walter Vedder (een Amsterdamse vioolbouwer) en Christof Anijs (apotheekhouder in Hoogeveen). 

“De verhaallijn over Anijs sprak mij extra aan, omdat mijn moeder uit Drenthe komt, mijn vader en opa drogist waren en ik zelf onderzoek doe in de apothekerswereld”, vertelt Heerdink. “Voor Anijs krijg je als lezer onvermijdelijk sympathie, ondanks zijn zelfingenomenheid en stommiteiten.” 

Anijs is een ongediplomeerde apotheker die, na de komst van een wél universitair geschoolde apotheker, steeds minder serieus wordt genomen door de plaatselijke notabelen. Dat steekt Anijs zo, dat hij zijn toevlucht zoekt in het helpen van turfstekers die in ongezonde omstandigheden in plaggenhutten wonen. “Hij heeft een scherp oog voor het lijden van de turfstekers, die hem op een voetstuk plaatsen voor zijn hulp”, vertelt Heerdink. “Anijs’ fout is dat hij zelf gaat lopen dokteren en totaal doorslaat in zijn behandelingen, met dramatische gevolgen. In samenwerking met de huisarts had hij heilzaam werk kunnen verrichten, maar de huisarts voelde zich te goed voor die contreien.” 

‘Een geweldig beeld van het leven in Nederland eind negentiende eeuw’

De ‘schotten’ die er 130 jaar geleden waren tussen allerlei zorgverleners, bestaan nog steeds, aldus Heerdink. Zijn onderzoek bij de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht gaat onder meer over de grotere rol die apothekers zouden kunnen spelen door meer samenwerking met andere zorgverleners. “Apothekers houden in de eerste plaats de medicatie in de gaten en overleggen periodiek met patiënt en huisarts of daar iets aan moet veranderen. Maar ze krijgen ook geregeld signalen dat het niet goed gaat met een patiënt. Zulke signalen zouden ze makkelijker moeten kunnen delen met de huisarts en andere zorgverleners.” 

Heerdink werkt nu bij de Hogeschool Utrecht aan een proefproject waarbij diverse zorgverleners via de beveiligde app Sillo kunnen overleggen over patiënten bij wie iets verkeerd lijkt te gaan. “Daar hebben we ook fysiotherapeuten, diëtisten en huidtherapeuten bij betrokken, allemaal paramedici die vanuit hun eigen invalshoek veel opmerken bij hun patiënten en meer zouden kunnen doen met die informatie.”