Geen crisis voor medisch specialist

In de periode 2001 – 2009 stegen de winsten van zelfstandig werkzame medisch specialisten met gemiddeld 8,3 procent per jaar, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

 

 

Zelfstandige huisartsen en tandartsen maakten in deze periode gemiddeld 5,6 en 4,4 procent per jaar meer winst. In 2010 zijn de tarieven van specialisten met ruim 20 procent naar beneden bijgesteld. Deze aanpassing is  terug te zien in de eerste winstaangiften over 2010.

Gemiddeld kwam de fiscale winst van zelfstandig werkzame medisch specialisten in 2009 uit op 259 duizend euro per jaar. Dat is ruim twee keer zo veel als bij zelfstandig werkzame huisartsen en tandartsen, van wie de winst 125 duizend respectievelijk 119 duizend euro bedroeg.

De winst van zelfstandige medisch specialisten nam in de periode 2001–2009 elk jaar toe en groeide met 15 procent het meest in 2008. Dat is het jaar waarin de financiering van medisch-specialistische zorg ingrijpend is veranderd. Bij de zelfstandige huisartsen steeg de winst vooral in 2006 ((25 procent), het jaar waarin de Zorgverzekeringswet is ingevoerd. In 2008 slonk hun gemiddelde winst met 4,4 procent, waarna in 2009 een stijging volgde van 2,2 procent. Bij tandartsen nam de winst in 2009 met 2,1 procent af.

Fiscale winst van zelfstandig werkzame medisch specialisten, huisartsen en tandartsen
Fiscale winst van zelfstandig werkzame medisch specialisten, huisartsen en tandartsen

Er zijn ook veel artsen die in loondienst werken. Dat geldt vooral voor medisch specialisten. In 2001–2009 stegen de lonen van medisch specialisten, huisartsen en tandartsen met 3,2 tot 3,7 procent. Dat is meer dan de gemiddelde loonstijging in de zorgsector ((2,6 procent).

In alle drie de beroepsgroepen stegen de lonen van de werkenden in loondienst echter minder dan de winsten van de zelfstandig werkzame artsen. Het verschil was het grootst bij de medisch specialisten: 3,2 procent loonstijging tegen 8,3 procent winstgroei per jaar.

Winst- en loonontwikkeling, 2001/2009

Winst- en loonontwikkeling, 2001/2009

Bij sommige specialismen gingen de zelfstandigen er in 2001–2009 meer op vooruit dan bij andere. De hoogste winstgroei, gemiddeld rond 12 procent per jaar, deed zich voor bij anesthesiologen en radiologen. Cardiologen kenden met gemiddeld 4 procent de laagste jaarlijkse winsttoename.

Fiscale winst bij enkele medisch specialismen

Fiscale winst bij enkele medisch specialismen

Vanaf 2008 is een andere financieringswijze ingevoerd, die onbedoelde effecten had op de honorering van ondersteunende specialismen, zoals anesthesiologie en radiologie. Mede hierdoor lopen de effecten per specialisme uiteen. Terwijl de gemiddelde winst bij radiologie en anesthesiologie in 2008 ten opzichte van 2007 met respectievelijk 36 en 47 procent steeg, was er bij andere specialismen, zoals cardiologie, sprake van een daling.

In 2010 werden de uurtarieven voor medisch specialisten door de overheid naar beneden bijgesteld. Hoe hoog de winsten van medisch specialisten zullen uitvallen is echter op basis van de beschikbare aangiften nog niet aan te geven.

In de periode 2001 tot en met 2009 stegen de winsten van zelfstandig werkzame medisch specialisten met gemiddeld 8,3 procent per jaar. Zelfstandige huisartsen en tandartsen maakten in deze periode gemiddeld 5,6 en 4,4 procent per jaar meer winst. In 2010 zijn de tarieven van specialisten met ruim 20 procent naar beneden bijgesteld. Deze aanpassing is terug te zien in de eerste winstaangiften over 2010.

Gemiddeld kwam de fiscale winst van zelfstandig werkzame medisch specialisten in 2009 uit op 259 duizend euro per jaar. Dat is ruim twee keer zo veel als bij zelfstandig werkzame huisartsen en tandartsen, van wie de winst 125 duizend respectievelijk 119 duizend euro bedroeg.

De winst van zelfstandige medisch specialisten nam in de periode 2001–2009 elk jaar toe en groeide met 15 procent het meest in 2008. Dat is het jaar waarin de financiering van medisch-specialistische zorg ingrijpend is veranderd. Bij de zelfstandige huisartsen steeg de winst vooral in 2006 ((25 procent), het jaar waarin de Zorgverzekeringswet is ingevoerd. In 2008 slonk hun gemiddelde winst met 4,4 procent, waarna in 2009 een stijging volgde van 2,2 procent. Bij tandartsen nam de winst in 2009 met 2,1 procent af.

Er zijn ook veel artsen die in loondienst werken. Dat geldt vooral voor medisch specialisten. In 2001–2009 stegen de lonen van medisch specialisten, huisartsen en tandartsen met 3,2 tot 3,7 procent. Dat is meer dan de gemiddelde loonstijging in de zorgsector ((2,6 procent).

In alle drie de beroepsgroepen stegen de lonen van de werkenden in loondienst echter minder dan de winsten van de zelfstandig werkzame artsen. Het verschil was het grootst bij de medisch specialisten: 3,2 procent loonstijging tegen 8,3 procent winstgroei per jaar.

Bij sommige specialismen gingen de zelfstandigen er in 2001–2009 meer op vooruit dan bij andere. De hoogste winstgroei, gemiddeld rond 12 procent per jaar, deed zich voor bij anesthesiologen en radiologen. Cardiologen kenden met gemiddeld 4 procent de laagste jaarlijkse winsttoename.

Delen