Huisarts en toekomst

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Patiënten zijn tevreden over hun huisarts, maar er is ook ruimte voor verbetering, stelt Patiëntenfederatie Nederland op basis van uitvraag onder haar leden. Het eerste wekt geen verbazing, maar het tweede evenmin.

De ruimte voor verbetering zit primair in de toegankelijkheid van de huisartsenzorg. Dat die onder druk staat is geen nieuws. En die druk zal de komende jaren alleen nog maar toenemen, als de 55-plussers van nu met pensioen gaan. Praktijkovername is geen vanzelfsprekendheid.

Een tweede punt in de ruimte voor verbetering die patiënten zien, is de behoefte aan diversiteit in het contact met de huisarts. Telefonisch contact bijvoorbeeld, of de mogelijkheid digitaal een afspraak te maken. Beide zijn nog geen gemeengoed, stelt de Patiëntenfederatie. Tegelijkertijd is er ook beweging die verder gaat dan de twee genoemde opties. Denk bijvoorbeeld aan partijen als Quin, Flexdokters of DocLine, waarbij digitalisering in het contact tussen huisarts en patiënt een grote rol spelen.

‘Praktijkovername is geen vanzelfsprekendheid’

Niet alle huisartsen zijn gecharmeerd van deze en soortgelijke initiatieven. Toch is het de vraag of tegenstanders ervan niet keihard door de voortsnellende ontwikkelingen zullen worden ingehaald. Tegelijkertijd is het een goede gewoonte dat beweging doorgaans leidt tot tegenbeweging. Die zien we nu bij de Haagse huisarts Joep ter Haar, die praktijk houdt vanuit zijn bakfiets. Een erg leuk initiatief dat zeker een aantal mensen zal aanspreken, juist vanwege het persoonlijke aspect ervan. Al ligt het weerwoord van de digitale counterpartsnatuurlijk voor de hand: ‘Bij ons kunt u altijd terecht, u hoeft er niet voor thuis te blijven en wij hebben nooit een lekke band’.

Maar serieus weer: welke bocht de huisartsenzorg in de komende jaren ook gaat nemen, dat die een ander aanzien gaat krijgen dan we van de laatste decennia gewend zijn, ligt wel voor de hand.

3 Reacties Reageer zelf

  1. Eric Veldboer
    Geplaatst op 27 januari 2021 om 10:20 | Permalink

    Terechte constateringen wat mij betreft. De externe ontwikkelingen zijn dusdanig omvangrijk, dat de huisartsenzorg op belangrijke onderdelen (binnen zowel het primaire als ondersteunende proces) om aanpassingen vraagt!

  2. hans hof
    Geplaatst op 27 januari 2021 om 12:17 | Permalink

    Zoals we van hem gewend zijn heeft Frank een open oog en oor voor veranderingen in de zorgverlening. Ook nu weer signaleert hij diverse initiatieven. De vraag is echter of die voldoende zoden aan de dijk zetten. Daarom ben ik benieuwd naar zijn visie op het effect van de toename van het zorgpakket dat door de huisartspraktijk moet worden geleverd (overheveling vanuit de 2e lijn, WMO, de stijgende zorgvraag als gevolg van de vergrijzing) versus de druk op de aanbodcapaciteit wegens de vergrijzing bij de praktijkhouders gecombineerd met de huidige gebrekkige animo om praktijkhouder te worden. De kreet “help de dokter verzuipt” is steeds meer van toepassing en dat vooral in de voor veel huisartsen minder aantrekkelijke delen van Nederland.

  3. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 27 januari 2021 om 12:51 | Permalink

    Dat is nogal een emmer die je daar even leeg gooit Hans. Maar je hebt natuurlijk wel gelijk. De toenemende druk op de huisartspraktijk moet uiteindelijk ergens een communicerend vat vinden. En onder de streep kan het niet anders dan dat dit voor een groot deel de patiënt moet zijn, of liever de mens die door preventie en een gezonde leefstijl voorkomt dat hij patiënt wordt. Maar toch worden we dat natuurlijk toch allemaal een keer, van uitstel komt geen afstel. Dit betekent dat ook in de toekomst voldoende huisartsenzorg – de eerste toegangspoort tot de zorg – beschikbaar moet zijn, zij het digitaal of analoog. Ook in die delen van het land die nu als minder aantrekkelijk worden beschouwd. Dat krijgen de huisartsen niet alleen voor elkaar, zeker niet nu zoveel jonge huisartsen huiverig zijn voor praktijkhouderschap. Maar ook de zorgverzekeraars en ook het ministerie van VWS krijgen dit niet alleen voor elkaar. Daarvoor is de problematiek te breed en veelomvattend.